Onderwerp: Bezoek-historie

Wijziging Wnb vergunning DGNVLG / 20250803 voor het realiseren van het B10 aardgasplatform
Geldigheid:17-05-2023 t/m 31-12-2024Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Geachte,

Bij brief van 26 april 2023 verzoekt u mij om een wijziging van de vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het realiseren van het B10 aardgasplatform.

 

Eerdere besluitvorming

Bij besluit van 12 oktober 2020 met als kenmerk DGNVLG / 20250803, is aan u op grond van artikelen 2.7, lid 2 Wnb, jo. 1.3, lid 1 sub b onder 3 van het Besluit natuurbescherming vergunning verleend voor:

  1. Realisatie van het monopile productieplatform B10;

  2. Boren van drie productieputten ter plaatse van het nieuwe productieplatform;

  3. Aanleggen van pijpleidingen en kabelbundels om productie vanaf het nieuwe platform te faciliteren;

  4. Aardgasproductie uit de nieuwe putten vanaf het nieuwe platform, inclusief onderhoudsactiviteiten.

Het platform is een zogenaamd satellietplatform en bevindt zich in het Noordelijk deel van Nederlands Continentaal Plat, op een afstand van ruim 200 kilometer uit de kust.

 

Uw verzoek

U verzoekt een wijziging van vergunningsvoorwaarde 12. Daarin is bepaald dat het boren van de drie productieputten moet plaatsvinden met een zelfheffend boorschip uitgerust met Selective Catalystic Reduction-units (SCR-units) om stikstofemissie van het boorschip te mitigeren.

Echter, gebleken is dat voor het boren van de B10 productieputten beschikbaarheid van een dergelijk boorschip zeer beperkt is. Daardoor zou de boorcampagne moeten worden uitgesteld. Uw voornemen is daarom om in februari of maart 2024 te gaan boren met een ander boorschip, zonder SCR-units. Voor dat andere schip wilt u een alternatieve milieumaatregel toepassen, namelijk een energie-efficiëntiepakket installeren. Dat pakket bestaat uit een aantal maatregelen: technische upgrades aan pompen, verlichting, verbrandingsmotoren en ventilatie, daarnaast het implementeren van een aantal energiemonitoringstools en bijbehorende gedragsveranderingen. Naast stikstofreductie leidt dat tot beperking van CO2-uitstoot. U geeft aan dat dit niet alleen voor dit project geldt, maar ook voor toekomstige projecten waar dit schip voor wordt ingezet. Daarnaast wilt u de mogelijkheid openhouden dat als er toch een schip met SCR-units beschikbaar is, u daarvan gebruikt maakt.

U geeft aan dat door deze wijziging van de Wnb-vergunning door te voeren het mogelijk is om de start van de productie vanaf het B10 platform met circa 4 tot 5 maanden te versnellen. Dit is in lijn met de doelstellingen van de Nederlandse regering om binnenlandse aardgasproductie op de Noordzee te stimuleren en waar mogelijk te versnellen (vernsnellingsplan gaswinning Noordzee, Staatssecretaris EZK d.d. 14 juli 2022).

 

Bevoegdheid tot vergunningverlening

De bevoegdheid van de minister om de vergunningsvoorwaarden te wijzigen is ontleend aan artikel 1.3, eerste lid, aanhef en sub b onder 3 van het Besluit natuurbescherming, luidend: 'activiteiten ten aanzien van het opsporen, winnen of opslaan van diepe delfstoffen, bedoeld in artikel 1 van de Mijnbouwwet'. De exacte wetsteksten zijn te raadplegen op www.overheid.nl onder 'wet- en regelgeving'.

 

Beoordeling

De activiteiten worden voor het grootste deel ongewijzigd uitgevoerd overeenkomstig de uitgangspunten en inhoud van de eerder bij de aanvraag van de vigerende vergunning ingediende passende beoordeling. Deze onderbouwing is destijds door het bevoegde gezag geaccepteerd en heeft mede ten grondslag gelegen aan de vigerende vergunning.

Een nieuwe passende beoordeling kan redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten opleveren over de significante gevolgen van de activiteiten. Artikel 2.8, tweede lid, van de Wnb is van toepassing.

De beoogde wijziging van de vergunning is relevant voor de stikstofemissie van het project. Er is sprake van een toename van 15,2 ton stikstofemissie als geen SCR wordt toegepast, maar wel de 14 % reductie door het installeren van het energie-efficiëntiepakket wordt behaald. Deze toename vindt enkel plaats in de aanlegfase, voorzien in 2024.

Evenwel blijft de stikstofdepositie op overbelaste hexagonen in beide gevallen 0,00 mol/ ha/jaar. Dat komt omdat volgens de huidige Aerius-versie gerekend wordt met een rekenafstand van 25 kilometer. Binnen een dergelijke afstand bevinden zich geen overbelaste hexagonen, nu het platform zich ver op zee bevindt. Bij een geringe depositie op grote afstand (meer dan 200 kilometer) brengt artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn en het daaraan ten grondslag liggende voorzorgsbeginsel niet met zich mee dat een inhoudelijke beoordeling van natuureffecten plaats moet vinden. 25 kilometer is namelijk de grens waarbinnen nog wetenschappelijk betrouwbare uitspraken kunnen worden gedaan over de depositie van een individuele bron.

Er vindt in dit besluit geen nieuwe inhoudelijke beoordeling van natuureffecten plaats, zodat op deze procedure niet de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure van toepassing is.

 

Besluit

Ik besluit daarom op grond van artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wnb om voorschrift 12 van de vergunning van 12 oktober 2020 met als kenmerk DGNVLG / 20250803, als volgt te wijzigen:

12. Het boorschip is ofwel uitgerust met een energie-efficiëntiepakket. Dat pakket bestaat uit een aantal maatregelen: technische upgrades aan pompen, verlichting, verbrandingsmotoren en ventilatie, daarnaast het implementeren van een aantal energiemonitoringstools en bijbehorende gedragsveranderingen. Ofwel het boorschip wordt uitgerust met een nabehandeling, een zogenaamd SCR-systeem (selective catalytic reduction).

De overige voorschriften en beperkingen blijven onverkort van kracht.

 

Hoogachtend,

De Minister voor Natuur en Stikstof,

namens deze:

MT-lid bij het Directoraat-Generaal Natuur en Visserij

BEZWAAR

Tegen dit besluit staat op grond van de Algemene wet bestuursrecht voor een belanghebbende de mogelijkheid open een bezwaarschrift in te dienen. Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij:

De Minister voor Natuur en Stikstof

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Afdeling Juridische Zaken

Postbus 40219

8004 DE Zwolle

 

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste de volgende elementen bevatten:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is, en

d. de gronden van bezwaar.

 

Het is raadzaam een kopie van dit besluit bij het bezwaarschrift te voegen.

PUBLICATIE BESLUIT

De Minister voor Natuur en Stikstof maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 3.1 van de Wet Open Overheid. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.

Naar boven