Onderwerp: Bezoek-historie

Wnb vergunning Waddentools Swimway project; Waddenzee
Geldigheid:01-10-2020 t/m 31-12-2023Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.


Besluit

Geachte

Op 10 juli 2020 heeft u een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) voor het bemonsteren en monitoren van pelagische vis in het Natura 2000-gebied Waddenzee aangevraagd.

Met mijn brief van 29 september 2020 (kenmerk 20242346) heb ik u verzocht de aanvraag aan te vullen. De gevraagde aanvulling heb ik op 30 september 2020 van u ontvangen.

Ik verleen u hierbij de gevraagde vergunning.

In dit besluit vindt u de inhoudelijke overwegingen die eraan ten grondslag liggen. De aanvraag en de bijlagen maken onderdeel uit van dit besluit.

1. AANVRAAG

1.1. Onderwerp

Het voorgenomen project betreft het bemonsteren en monitoren van pelagische vis in het Natura 2000-gebied Waddenzee. Het project bestaat uit meerdere activiteiten die plaatsvinden over een periode van drie jaar. Vanaf voorjaar 2021 tot het voorjaar 2022 wordt er maandelijks één week gevist met een ankerkuil net. Er worden verschillende kombergingen in de Waddenzee bevist, zijnde: Marsdiep, Eierlandse gat, Vlie, Westgat en Westereems. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van zowel de vloed- als ebstroom. De hydro-akoestische monitoring vindt voor een periode van drie jaar plaats in één week in het voorjaar en één week in het najaar. Hierbij wordt er gemonitord met een echolood en wordt de dichtheid van visscholen vastgelegd.

Vanaf het moment van afgeven van de vergunning tot eind 2023 vindt er continue monitoring plaatst door middel van autonome akoestische profilers.

Voor een uitgebreidere beschrijving van de voorgenomen activiteit verwijs ik naar de aanvraag en de bijlagen daarbij.

1.2. Bevoegdheid

De aangevraagde activiteiten vinden plaats op het grondgebied van de provincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland. De aangevraagde activiteiten vallen gedeeltelijk onder de uitzonderingen van de bevoegdheid, zoals weergegeven in het Besluit natuurbescherming. Het betreft één project, waarvoor één vergunning op grond van de Wet natuurbescherming worden verleend:

Op basis van artikel 1.3, lid 5, van de Wnb en de artikelen 1.2 en 1.3, lid 1, sub f onder 2° jo. sub j, onder 1° van het Besluit natuurbescherming ben ik bevoegd om te beslissen op uw vergunningaanvraag, voor zover het betreft: sleepnetvisserij in zoute wateren en de activiteiten die geheel of grotendeels plaatsvinden in het grensgebied, bedoeld in artikel 1 van de op 14 mei 1962 te Bennekom tot stand gekomen aanvullende Overeenkomst bij het Eems-Dollardverdrag (Trb. 1962, nr. 54);

Op basis van artikel 1.3, lid 1, van de Wnb zijn de Gedeputeerde Staten van de provincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland bevoegd om te beslissen op uw vergunningaanvraag, voor zover het betreft: monitoringsactiviteiten.

Mijn besluit stem ik af met de Gedeputeerde Staten van de provincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland.

De exacte wetsteksten zijn te raadplegen op www.overheid.nl onder 'wet- en regelgeving'.

1.3. Vergunningplicht

De aangevraagde activiteit kan, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied de kwaliteit van de aanwezige natuurlijke habitattypen of de leefgebieden van habitatsoorten in dat gebied een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Daarom geldt een vergunningplicht op grond van artikel 2.7, lid 2, Wnb.

1.4. Beoordeling van projecten en andere handelingen

1.4.1. Project met mogelijk significante gevolgen

De activiteiten waarvoor u een vergunning aanvraagt, vormen een project in de zin van artikel 2.7, lid 2 van de Wnb dat, omdat het, afzonderlijk of in cumulatie met andere plannen of projecten, in relatie tot de specifiek geanalyseerde beschermde natuurwaarden kunnen leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-gebied. De betreffende diverse activiteiten zijn te beschouwen als één project, omdat zij onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

1.4.2. Passende beoordeling

Voor een project dat afzonderlijk of in cumulatie kan leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen, kan alleen een vergunning verleend worden als de aanvrager een passende beoordeling (hierna: PB) heeft overgelegd, waaruit zonder redelijke wetenschappelijke twijfel kan worden geconcludeerd dat het project niet zal leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied. Deze moet rekening houden met de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. De PB biedt de grondslag voor de vaststelling van de aard en omvang van de gevolgen of de cumulatieve gevolgen en de manier waarop in mitigatie van die gevolgen is voorzien. De PB toetst de effecten aan de instandhoudingdoelstellingen uit het aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied Waddenzee.

De gevraagde vergunning kan slechts verleend worden, indien ik mij ervan heb kunnen verzekeren dat de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende Natura 2000-gebied niet aangetast zullen worden. In het onderstaande volgt mijn beoordeling van de effectenanalyse zoals die is neergelegd in de PB.

2. BEOORDELING

2.1 Afbakening

Gebied

De maandelijkse ankerkuilbemonstering, de hydro-akoestische monitoring en de continue monitoring vinden plaats in het Natura-2000 gebied Waddenzee. U heeft als bijlage bij de PB vaarkaarten meegeleverd die betrekking hebben op Marsdiep, Eierlandse gat, Vlie, Westgat en Westereems.

Gevolgen

Ten behoeve van de effectbeoordeling is geïnventariseerd welke in redelijkheid denkbare typen van effecten onderzocht moeten worden. Dit betreft:

  • effecten op draagkracht van het betreffende Natura 2000-gebied

  • effecten van bodemberoering op beschermde habitattypen

  • effecten op voedselbeschikbaarheid

  • effecten van verstoring op zeehonden en vogels

Natuurwaarden

De natuurwaarden die door de genoemde gevolgen beïnvloed kunnen worden, zijn:

  • Habitattypen: H1110A permanent overstroomde zandbanken (getijdengebied) en H1110B permanent overstroomde zandbanken (Noordzee-kustzone).

  • Habitatrichtlijnsoorten: Zeeprik, rivierprik, fint, bruinvis, gewone zeehond en grijze zeehond.

  • Vogelrichtlijnsoorten

  • Broedvogels: Grote stern, visdief, Noordse stern, kokmeeuw, kleine mantelmeeuw, zilvermeeuw, grote mantelmeeuw en dwergstern.

  • Niet-Broedvogels: Scholekster.

De diverse beschermde waarden en de relevante instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden staan vermeld op www.rijksoverheid.nl/lnv ('Onderwerpen' >'Natuur en Biodiversiteit' > 'Natura 2000').

Conclusie afbakening

Ik ben van oordeel dat de afbakening van het gebied en de inventarisatie van mogelijke gevolgen van het project op de natuurwaarden in de PB en het aanvullende stuk op een juiste wijze hebben plaatsgevonden.

2.2 Mogelijke effecten en mitigatie

2.2.1 Habitattypen

H1110A en H1110B (permanent overstroomde zandbanken)

Tijdens de activiteiten vaart en vist het schip in de diepere gedeelten van de Waddenzee, m.n. de zeegaten en de geulen. In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van twee soorten netten, zijnde een ankerkuil en een zwever. Deze netten worden niet door de bodem gesleept, maar bemonsteren in de waterkolom. Er vindt derhalve geen bodemberoering plaats van het habitattype H1110. Daarnaast worden er 4 RVS frames met apparatuur geplaatst op de bodem, die 2 bij 2 meter groot zijn. Deze frames worden, in overeenstemming met Rijkswaterstaat, geplaatst naast een boei op de rand van een vaargeul. Dit zal mogelijk tijdelijk bodemberoering geven tijdens het plaatsen en ophalen. Echter, dit zal van korte duur zijn en zal slechts enkele keren, met een maximum van vier keer, plaatsvinden.

Een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is uit te sluiten.

2.2.2. Habitatrichtlijnsoorten

Zeeprik, rivierprik, fint

Aangenomen kan worden dat de vissoorten fint, zeeprik en rivierprik tijdens het vissen met de verschillende vaartuigen soms als bijvangst wordt gevangen. Indien de zeeprik en rivierprik worden gevangen, zullen deze levend worden teruggezet, daar zij goed bestand zijn tegen vangst in een trawlnet. Een soort die mogelijk in lage aantallen gevangen en verzameld zal worden is de fint. De vangkans is minimaal.

Een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is uit te sluiten.

Om te waarborgen dat er geen negatieve effecten van de bemonstering op de genoemde habitatrichtlijnsoorten plaatsvinden, verbind ik aan de vergunning voorschrift 16.

Zeezoogdieren

Zowel de gewone als de grijze zeehond maken gebruik van de Wadplaten in het gebied. Voor zeezoogdieren kan kortstondig verstoring optreden rond de vaarroute. Tijdens het varen wordt zoveel mogelijk geprobeerd om populaties van deze diersoorten te mijden, om verstoring te beperken. Bemonstering vindt voornamelijk plaats in de geulen en op diepe plaatsen i.v.m. de beperkingen van het tuig. Het houden van afstand tot de Wadplaten met zeehonden vormt geen belemmering voor het uitvoeren van het onderzoek. Ik onderschrijf uw conclusies t.a.v. verstoring en voedselbeschikbaarheid.

Een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is uit te sluiten.

Om te waarborgen dat er geen negatieve effecten van de activiteiten op de genoemde habitatrichtlijnsoorten plaatsvinden, verbind ik aan de vergunning voorschrift 16.

2.2.3. Vogelrichtlijnsoorten

Broedvogels

De grote stern, visdief, Noordse stern, kokmeeuw, kleine mantelmeeuw, zilvermeeuw, grote mantelmeeuw en dwergstern worden waargenomen achter vissende schepen in het Waddengebied.

Een deel van de onderzoeksactiviteiten vinden plaats tijdens het broedseizoen. Alle beoogde monsterlocaties liggen echter op meer dan één kilometer verwijderd van de broedvogelkolonies. Het voedselaanbod van de visetende vogels kan worden aangetast. De intensiteit van de onderzoeksactiviteiten is echter zo gering dat een impact op de vispopulatie onwaarschijnlijk is.

Een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is uit te sluiten.

Om te waarborgen dat er geen negatieve effecten van de bemonstering tijdens het broedseizoen op de genoemde broedvogels plaatsvinden, verbind ik aan de vergunning voorschrift 15.

Niet-Broedvogels

Scholekster

Uw activiteiten vinden plaats in diepere zeegaten en geulen. Tijdens de activiteiten zal kort gevist worden op een relatief klein oppervlakte. Het grootste deel van de vissen gaan, na vangst, determinatie en lengtemetingen, weer overboord.

Een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is uit te sluiten.

 

2.3. Stikstofdepositie

Op 21 september 2020 heeft een berekening plaatsgevonden met AERIUS Calculator. Gebleken is dat de stikstofdepositie van de voorgenomen activiteit kleiner of gelijk is aan 0.00 mol N/ha/jr. De stikstofdepositie is hiermee niet vergunningplichtig.

2.4. Cumulatie

Bij vergunningverlening voor een project moet een beoordeling plaatsvinden van de cumulatieve gevolgen als het project, afzonderlijk of in combinatie met andere projecten, significante gevolgen kan hebben voor het desbetreffende Natura 2000-gebied. Een vergunning kan alleen verleend worden als het project afzonderlijk of in combinatie met andere projecten geen significante gevolgen heeft.

Ik heb hiervoor al geconcludeerd dat de uitvoering van de voorgenomen activiteit zelfstandig beschouwd, geen significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.

2.5. Conclusie

Met de uitgevoerde PB, de daarbij behorende rapportages en de aanvullende informatie is de zekerheid verkregen dat de betreffende activiteiten niet leiden tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied.

Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat de gevraagde vergunning, onder de opgenomen voorschriften en beperkingen, kan worden verleend.

3. Instemming provincies

De tekst van dit besluit is voorgelegd ter instemming aan de Gedeputeerde Staten van de provincies Noord-Holland, Fryslân en Groningen. De provincies hebben hiermee ingestemd.

4. VOORSCHRIFTEN

Ter bescherming van de in het Natura 2000-gebied Waddenzee aanwezige beschermde natuurwaarden, verbind ik aan deze vergunning de volgende voorschriften en beperkingen.

Algemeen

  1. Deze vergunning staat op naam van Wageningen Marine Research te IJmuiden (hierna vergunninghouder) (of diens rechtsopvolger).

  2. Deze vergunning wordt uitsluitend gebruikt door (medewerkers van) de vergunninghouder of door (rechts)personen die aantoonbaar in opdracht van de vergunninghouder handelen. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.

  3. De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de vergunde activiteit wordt uitgevoerd over een (digitaal) exemplaar van deze beschikking, inclusief alle daarbij behorende bijlagen.

  4. De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen zijn aantoonbaar op de hoogte van de inhoud en het doel van deze voorschriften en beperkingen

  5. Het tijdstip waarop de vergunde activiteit daadwerkelijk wordt gestart, wordt één week voor de aanvang ervan gemeld aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ter attentie van het Team Natuurvergunningen (hierna: het bevoegd gezag).

  6. De vergunde activiteit wordt uitgevoerd zoals de aangegeven in de aanvraag en bijbehorende passende beoordeling en volgens de voorschriften en beperkingen die aan deze vergunning zijn verbonden. Bij eventuele strijdigheid van de aanvraag en de voorschriften en beperkingen van deze vergunning hebben de laatste voorrang.

  7. Als zich een incident voordoet, meldt de vergunninghouder dit met alle relevante gegevens onmiddellijk aan het bevoegd gezag. Een incident is in dit geval een onvoorziene gebeurtenis waardoor schade aan de natuurlijke kenmerken in het betrokken beschermde gebied is of kan worden toegebracht, bijvoorbeeld wanneer onbedoeld vrijgekomen schadelijke stoffen een habitattype of habitat- of vogelrichtlijnsoort bedreigen.

  8. Als zich een incident voordoet, is de vergunninghouder verplicht eventuele verontreinigingen zo mogelijk direct te verwijderen en de eventueel opgetreden schade voor zover mogelijk te herstellen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag.

  9. De vergunninghouder volgt de aanwijzingen op die het bevoegd gezag geeft.

  10. Zodra de werkzaamheden met betrekking tot de vergunde activiteit feitelijk zijn beëindigd, meldt de vergunninghouder dit uiterlijk binnen een week bij het bevoegd gezag.

  11. Alle correspondentie met betrekking tot deze vergunning kan per reguliere post of per e-mail (wetnatuurbescherming@minlnv.nl) worden gedaan.

Uitvoering

  1. De vergunning geldt voor de vaarroutes zoals weergegeven in de bijlage van de onderhavige vergunning.

  2. Het aan boord in werking hebben van geluidsapparatuur anders dan ten behoeve van communicatiedoeleinden ten aanzien van de veiligheid, is niet toegestaan.

  3. Het is niet toegestaan afval of onderzoeksmaterialen in het gebied achter te laten. Restafval (bijv. losgesneden touw) wordt opgevangen en komt niet in het water terecht.

  4. Verstoring van groepen vogels moet worden voorkomen.

  5. Verstoring van groepen zeehonden op zeehondenligplaatsen moet worden voorkomen. Hiertoe wordt een zodanige afstand in acht genomen dat rustende zeehonden niet worden verstoord (een afstand van 1500 meter tot zeehonden is hiertoe voldoende).

  6. Het is verboden om met motorboten sneller te varen dan 20 kilometer/uur, behalve overdag in de hoofdvaargeulen en veerbootroutes waar dat wel is toegestaan.

Toezicht

  1. De vergunninghouder voert een administratie met daarin alle documenten die betrekking hebben op deze vergunning en op de naleving van de voorschriften.

  2. De vergunninghouder geeft, overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht, alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder(s) en opsporingsambtenaren.

  3. Gevraagde informatie en documenten worden op eerste vordering aan de daartoe bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren respectievelijk medewerkers van het Team Natuurvergunningen getoond respectievelijk aangeleverd.

Looptijd en geldigheid

  1. De vergunning is geldig vanaf het moment van afgifte tot en met het moment dat de vergunde activiteit wordt beëindigd (zie voorschrift 10), en uiterlijk tot en met 31 december 2023.

TER INFORMATIE

Op grond van afdeling 4.1.1. Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.

Op grond van artikel 5.4, lid 1 en lid 2, van de Wnb kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd.

Als de vergunninghouder handelt in strijd met de vergunning, kan op grond van artikel 7.2, lid 2, van de Wnb een last onder bestuursdwang worden opgelegd.

Conform artikel 5:32, lid 1, Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

Hoogachtend,

MT-lid Directoraat-Generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied

BEZWAAR

Tegen dit besluit staat op grond van de Algemene wet bestuursrecht voor een belanghebbende de mogelijkheid open een bezwaarschrift in te dienen. Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij:

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Afdeling Juridische Zaken

Postbus 40219

8004 DE Zwolle

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste de volgende elementen bevatten:

  1. de naam en het adres van de indiener;

  2. de dagtekening;

  3. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is, en

  4. de gronden van bezwaar.

Het is raadzaam een kopie van dit besluit bij het bezwaarschrift te voegen.

PUBLICATIE BESLUIT

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.

Naar boven