Onderwerp: Bezoek-historie

Wnb-vergunning, verplaatsen Strafing target, De Vliehors, Waddenzee
Geldigheid:01-09-2020 t/m 31-12-2020Status: Toekomstig geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

Geachte           ,

Op 24 januari 2020 heeft u, daartoe gemandateerd door het Ministerie van Defensie, een vergunning aangevraagd op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) voor de verplaatsing van het zogenoemde Strafing target (het doel voor de uitvoering van schietoefeningen met boordwapens van gevechtsvliegtuigen) op Schietrange de Vliehors in combinatie met de omkering van de aanvliegrichting van dat doel, met mogelijke effecten op de Natura 2000-gebieden Waddenzee, Noordzeekustzone en Duinen Vlieland.

Bij e-mail van 6 februari 2020 heb ik de ontvangst van uw aanvraag bevestigd aan de contactpersoon voor dit project, dhr. drs. M.H. Mudde.

Met mijn brief van 28 april 2020 (kenmerk: DGNVLG/20128519) heb ik besloten de besluitvormingstermijn voor uw aanvraag te verlengen met zeven weken.

In dit besluit vindt u de inhoudelijke overwegingen die eraan ten grondslag liggen. De aanvraag en de bijlagen maken onderdeel uit van dit besluit.

Omdat de in deze vergunningaanvraag opgenomen omkering van de aanvliegroute samenhangt met de effectbeoordeling van de laagvliegactiviteiten van Defensie als geheel, waarvoor een apart traject gaande is, is het niet opportuun om afzonderlijk te besluiten over de toelaatbaarheid van de wijziging van een klein onderdeel hiervan. Ik neem daarom het onderdeel 'omkering van de aanvliegroute' niet in behandeling en laat dit dan ook buiten de besluitvorming over deze vergunningaanvraag.

1. AANVRAAG

1.1. Onderwerp

Het project omvat het verplaatsen van het Strafing target van de huidige locatie aan de Noordzeezijde van Schietrange de Vliehors naar de beoogde locatie aan de Waddenzeezijde, alsmede het toekomstig gebruik daarvan (inclusief beheer en onderhoud). Met de uitvoering van dit project wordt beoogd de veiligheid van het in de vuurleidingstoren aanwezige personeel te verhogen.

Bij de uitvoering van het project zal een kleine oppervlakte van maximaal 3.500 m2 jong duin worden afgevlakt. Daarnaast betreft het aangevraagde project ook de omkering van de aanvliegroute. Dit onderdeel wordt om procedurele redenen niet in behandeling genomen en daarom ook niet betrokken in de uiteindelijke besluitvorming over deze vergunningaanvraag.

Voor een uitgebreidere beschrijving van de voorgenomen activiteit verwijs ik naar de aanvraag en de bijlagen daarbij.

1.2. Bevoegdheid

Op basis van artikel 1.3, lid 5, van de Wnb en de artikelen 1.2 en 1.3, lid a, sub 3°: militaire terreinen en oefengebieden, alsmede de inrichtingen, bedoeld in categorie 29 van bijlage I, onder C, bij het Besluit omgevingsrecht; van het Besluit natuurbescherming ben ik bevoegd om te beslissen op uw vergunningaanvraag.

De exacte wetsteksten zijn te raadplegen op www.overheid.nl onder 'Landelijke wet- en regelgeving'.

1.3. Vergunningplicht

De aangevraagde activiteit kan, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden Waddenzee, Noordzeekustzone en Duinen Vlieland, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen hebben voor deze Natura 2000-gebieden. l Daarom geldt een vergunningplicht op grond van artikel 2.7, lid 2, Wnb.

1.4. Beoordeling van projecten

1.4.1. Project met mogelijk significante gevolgen

De activiteit waarvoor u een vergunning aanvraagt, is een project in de zin van artikel 2.7, lid 2 van de Wnb dat, afzonderlijk of in cumulatie met andere plannen of projecten kan leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura2000-gebied.

1.4.2. Passende beoordeling

Voor een project dat afzonderlijk of in cumulatie kan leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen, kan alleen een vergunning verleend worden als de aanvrager een passende beoordeling (hierna: PB) heeft overgelegd, waaruit zonder redelijke wetenschappelijke twijfel kan worden geconcludeerd dat het project niet zal leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied. Deze moet rekening houden met de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. De PB biedt de grondslag voor de vaststelling van de aard en omvang van de gevolgen of de cumulatieve gevolgen en de manier waarop in mitigatie van die gevolgen is voorzien. De voor dit project aangeleverde PB toetst de effecten aan de instandhoudingdoelstellingen uit het aanwijzingsbesluit van de Natura 2000-gebieden Waddenzee, Noordzeekustzone en Duinen Vlieland.

In het onderstaande volgt mijn beoordeling van de effectenanalyse zoals die is neergelegd in de PB.

2. BEOORDELING

2.1 Afbakening

Gebied

Het project 'Verplaatsing Strafing Target' is gelokaliseerd op Schietrange de Vliehors op Vlieland en vindt plaats in relatie tot de Natura 2000-gebieden Waddenzee, Noordzeekustzone en Duinen Vlieland.

Gevolgen

Voor de beoordeling van de gevolgen inventariseert de PB welke in redelijkheid denkbare typen gevolgen kunnen optreden. Dit zijn:

  • Vernietiging oppervlakte beschermd habitat.

  • Aantasting kwaliteit beschermd habitattype door stikstofdepositie.

  • Verstoring beschermde soorten.

Natuurwaarden

De natuurwaarden die door de genoemde gevolgen beïnvloed kunnen worden, zijn:

  • Habitattypen: H2110 Embryonale duinen en H2120 Witte duinen

  • Vogelrichtlijnsoorten, Broedvogels: Eidereend

De beschermde waarden en de relevante instandhoudingsdoelstellingen van het betrokken Natura 2000-gebied staan vermeld op www.rijksoverheid.nl/lnv ('Onderwerpen' >'Natuur en Biodiversiteit' > 'Natura 2000').

Conclusie afbakening

Ik ben van oordeel dat de afbakening van het gebied en de inventarisatie van mogelijke gevolgen van het project op de natuurwaarden in de PB op een juiste wijze hebben plaatsgevonden.

2.2 Mogelijke effecten en mitigatie

De mogelijke effecten van dit project worden bepaald door de grondgebonden activiteiten ten aanzien van het verplaatsen van de Strafing targets en de toekomstige exploitatie daarvan (gebruik en beheer en onderhoud).

2.2.1 Habitattypen

Embryonale duinen en Witte duinen

De nieuwe locatie van het Strafing target is voorzien binnen de begrenzing van het N2000-gebied Waddenzee. De beoogde locatie betreft een gedeelte van maximaal 3.500 m2 van een nieuw ontwikkeld jong duingebiedje met embryonale en witte duinen. Voor beide habitattypen geldt in het beheerplan de doelstelling van behoud van oppervlakte en behoud van kwaliteit. Het is de verwachting dat dit beheerplandoel wordt gerealiseerd.

Voor beide habitattypen is er de afgelopen 10 jaar op Schietrange de Vliehors sprake van een autonome toename aan oppervlakte. Een deel van deze toename wordt nu benut voor dit project en betekent voor beide habitattypen dan ook een verlies aan oppervlakte. Het bij dit project verloren gaan van een deel van de plaatselijke toename aan oppervlakte zal het bereiken van de instandhoudingsdoelen niet in de weg staan. Ik deel daarom de conclusie van de PB dat een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelen is uit te sluiten.

2.2.2. Vogelrichtlijnsoorten, Broedvogels

Eidereend

De nieuwe locatie van het Strafing target en het direct daaraan grenzende resterende jonge duin is potentieel broedgebied voor de Eidereend. De afgelopen jaren hebben er ook Eidereenden in het gebied gebroed. Het instandhoudingsdoel voor de Eidereend staat onder druk. In het beheerplan Natura 2000 Waddenzee wordt het ontbreken van geschikt broedhabitat echter niet als knelpunt hiervoor genoemd. Er is ook ruim voldoende geschikt alternatief broedgebied in de nabije omgeving aanwezig. Voorkomen moet worden dat eventueel aanwezige broedende Eidereenden worden verstoord.

Het is daarom van belang dat de verplaatsingswerkzaamheden worden uitgevoerd buiten het broedseizoen. Zodra de doelen aanwezig zijn is het de verwachting dat de locatie en de directe omgeving daarvan door de frequente activiteiten ter plaatse ongeschikt wordt als broedgebied. Toekomstige verstoring van broedvogels wordt daarom ook niet verwacht. Een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelen is uit te sluiten.

Om te waarborgen dat er geen negatieve effecten van het project op de genoemde broedvogels plaatsvinden, verbind ik aan de vergunning de voorschriften 12 en 13.

2.3. Stikstofdepositie

Op 21 oktober 2019 is een berekening uitgevoerd met AERIUS Calculator (met het kenmerk S3Bxa2gYpUaF). Hieruit blijkt dat dit project een stikstofdepositie van 0,02 mol/ha/jr veroorzaakt op het habitattype H2120 Witte duinen. Op de locaties waar de depositie wordt veroorzaakt is echter nergens sprake van (naderende) overbelasting, waardoor een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelen is uit te sluiten.

2.4. Cumulatie

Bij vergunningverlening voor een project moet een beoordeling plaatsvinden van de cumulatieve gevolgen als het project, afzonderlijk of in combinatie met andere projecten, significante gevolgen kan hebben voor het desbetreffende Natura 2000-gebied. Een vergunning kan alleen verleend worden als het project afzonderlijk of in combinatie met andere projecten geen significante gevolgen heeft.

Ik heb hiervoor al geconcludeerd dat de uitvoering van de voorgenomen activiteit afzonderlijk beschouwd, geen gevolgen heeft voor het kunnen bereiken van de instandhoudingsdoelen van de betrokken Natura 2000-gebieden

Ik constateer dat een nadere cumulatietoetsing niet noodzakelijk is.

2.5. Conclusie en besluit

Met de door u uitgevoerde PB, de daarbij behorende rapportages en documenten, als ook de vergunningvoorschriften en mitigerende maatregelen, is de zekerheid verkregen dat het project / de activiteit waarvoor de vergunning is aangevraagd, niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden.

Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat de gevraagde vergunning voor de verplaatsen van het Strafing target, alsmede het gebruik en onderhoud daarvan, onder de opgenomen voorschriften en beperkingen, kan worden verleend.

Ik besluit vergunning te verlenen voor uitvoering van de grondgebonden activiteiten ten aanzien van de verplaatsing van het zogenoemde Strafing target op Schietrange de Vliehors.

Het projectonderdeel 'omkering van de aanvliegroute' heb ik niet in behandeling genomen en beoordeeld. Hiervoor wordt in dit besluit dan ook geen vergunning verleend.

3. VOORSCHRIFTEN

Ter bescherming van de in de Natura 2000-gebieden Waddenzee, Noordzeekustzone en Duinen Vlieland aanwezige beschermde natuurwaarden, verbind ik aan deze vergunning de volgende voorschriften en beperkingen.

Algemeen

  1. Deze vergunning staat op naam van het Ministerie van Defensie (hierna: de vergunninghouder) (of diens rechtsopvolger).

  2. Deze vergunning wordt uitsluitend gebruikt door (medewerkers van) de vergunninghouder of door (rechts)personen die aantoonbaar in opdracht van de vergunninghouder handelen. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.

  3. De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de vergunde activiteit wordt uitgevoerd over een (digitaal) exemplaar van deze beschikking, inclusief alle daarbij behorende bijlagen.

  4. De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen zijn aantoonbaar op de hoogte van de inhoud en het doel van deze voorschriften en beperkingen

  5. Het tijdstip waarop de vergunde activiteit daadwerkelijk wordt gestart, wordt minimaal twee weken voor de aanvang ervan gemeld aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ter attentie van het Cluster Natuurvergunningen (hierna: het bevoegd gezag).

  6. De vergunde activiteit wordt uitgevoerd zoals de aangegeven in de aanvraag en bijbehorende passende beoordeling en volgens de voorschriften en beperkingen die aan deze vergunning zijn verbonden. Bij eventuele strijdigheid van de aanvraag en de voorschriften en beperkingen van deze vergunning hebben de laatste voorrang.

  7. Als zich een incident voordoet, meldt de vergunninghouder dit met alle relevante gegevens onmiddellijk aan het bevoegd gezag. Een incident is in dit geval een onvoorziene gebeurtenis waardoor schade aan de natuurlijke kenmerken in het betrokken beschermde gebied is of kan worden toegebracht, bijvoorbeeld wanneer onbedoeld vrijgekomen schadelijke stoffen een habitattype of habitat- of vogelrichtlijnsoort bedreigen.

  8. Als zich een incident voordoet, is de vergunninghouder verplicht eventuele verontreinigingen zo mogelijk direct te verwijderen en de eventueel opgetreden schade voor zover mogelijk te herstellen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag.

  9. De vergunninghouder volgt de aanwijzingen op die het bevoegd gezag geeft.

  10. Zodra de werkzaamheden met betrekking tot de vergunde activiteit feitelijk zijn beëindigd, meldt de vergunninghouder dit uiterlijk binnen een week bij het bevoegd gezag.

  11. Alle correspondentie met betrekking tot deze vergunning kan per reguliere post of per e-mail (wetnatuurbescherming@minlnv.nl) worden gedaan.

Nadere inhoudelijke voorschriften

  1. De verplaatsings- c.q. aanlegwerkzaamheden van het Strafing target op de nieuwe locatie vinden plaats buiten het broed- en opgroeiseizoen van de Eidereend (van 1 april tot 1 augustus)

  2. Bij aanwezigheid van broedende Eidereenden mag het Strafing target niet worden gebruikt en onderhouden. Indien gebruik van het Strafing target wordt voorzien in de periode van 1 april tot 1 augustus, moet vestiging van broedparen van de Eidereend, alsmede van andere broedvogels, in de direct aangrenzende duintjes worden voorkomen.

Toezicht

  1. De vergunninghouder voert een administratie met daarin alle documenten die betrekking hebben op deze vergunning en op de naleving van de voorschriften.

  2. De vergunninghouder geeft alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder en opsporingsambtenaren

  3. De vergunninghouder toont informatie en documenten op verzoek aan de bevoegde toezichthouder en opsporingsambtenaren.

Looptijd en geldigheid

  1. Voor de verplaatsings- en aanlegwerkzaamheden is de vergunning geldig van 1 september 2020 tot en met het moment dat de werkzaamheden worden beëindigd (zie voorschrift 10), maar uiterlijk tot en met 31 december 2020.

  2. Het gebruik en onderhoud van het Strafing target wordt toegestaan voor onbepaalde tijd.

  3. Voor het gebruik van het Strafing target is dit besluit alleen geldig indien de vergunninghouder tevens in het bezit is van een Wnb-vergunning of andere binnen de Wnb geldige toestemming voor de laagvliegactiviteiten die aan het gebruik van het target zijn verbonden (jachtvliegtuigen dan wel helikopters).

TER INFORMATIE

Op grond van afdeling 4.1.1. Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.

Op grond van artikel 5.4, lid 1 en lid 2, van de Wnb kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd.

Als de vergunninghouder handelt in strijd met de vergunning, kan op grond van artikel 7.2, lid 2, van de Wnb een last onder bestuursdwang worden opgelegd.

Conform artikel 5:32, lid 1, Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

Hoogachtend,

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:



 

C. den Hartog MSc

MT-lid Directoraat-Generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied

BEZWAAR

Tegen dit besluit staat op grond van de Algemene wet bestuursrecht voor een belanghebbende de mogelijkheid open een bezwaarschrift in te dienen. Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij:

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Afdeling Juridische Zaken

Postbus 40219

8004 DE Zwolle

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste de volgende elementen bevatten:

  1. de naam en het adres van de indiener;

  2. de dagtekening;

  3. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is, en

  4. de gronden van bezwaar.

Het is raadzaam een kopie van dit besluit bij het bezwaarschrift te voegen.

PUBLICATIE BESLUIT

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.

Naar boven