Onderwerp: Bezoek-historie

Commerciële schelpdierkweek Veerse Meer percelen 2019; Veerse Meer
Ondertekeningsdatum:28-11-2019Geldigheid:28-11-2019 t/m 20-04-2022Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Geachte heer ,

Bij besluit van 12 juni 2019 (kenmerk: DGNVLG-NV/19105990) is op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) aan Palinghandel Kees van de Kreeke & Zn, Visserijbedrijf Wim De Ridder, de Nederlandse Oestervereniging (NOV) en Stichting Zeeschelp vergunning verleend voor voortzetting van commerciële schelpdierkweek in het Natura 2000-gebied Veerse Meer.

Op 27 juni 2019 ontving ik namens de vergunninghouders uw verzoek tot wijziging van de verleende vergunning.

Met mijn brief van 10 juli 2019 (kenmerk DGNVLG-NV/ 19169047) heb ik de ontvangst van uw verzoek bevestigd en u verzocht de aanvraag aan te vullen. Per mail van 26 juli 2019 heeft u mij verzocht om uitstel tot het leveren van de aanvulling. De gevraagde aanvulling heb ik op 7 november 2019 van u ontvangen.

Wijzigingsverzoek

Het wijzigingsverzoek betreft:

  1. Wijziging locatie oesterpercelen: De locatie nabij de Bastiaan de Langeplaat wordt opgeheven, terwijl de locatie nabij de Schutteplaat wordt vergroot richting dieper gelegen delen.

  2. Wijziging gebruik van uitgangsmateriaal voor de oesterkweek: Naast gebruik van gebiedseigen materiaal, zoals ingevangen of uitgezaaide schelpen op de percelen, willen de oesterkwekers ook oesters uit off-bottom systemen in de Oosterschelde verder laten opgroeien in het Veerse Meer.

Beoordeling

  1. Wijziging locatie oesterpercelen

In de vergunning is in voorschrift 11 het volgende opgenomen:

'De schelpdierkweek beslaat een oppervlakte van maximaal 46,6 ha. en is gelegen in het Veerse Meer, zoals weergegeven in bijlage 4 van deze vergunning.'

Het betreft de samenvoeging van 2 percelen naar 1 groter perceel,

waarbij de totale kweekoppervlakte gelijk blijft. Het verstoord areaal neemt af van 29,5 ha tot 22,1 ha. Ook met betrekking tot de potentiële verstoring van landbiotoop is sprake van een afname van potentieel verstoord areaal. De handelingen op locatie blijven ongewijzigd.

Een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is uit te sluiten. Er is geen sprake van verslechtering van leefgebied in het betrokken Natura 2000-gebied en ook geen verstoring van de vogelsoorten.

  1. Wijziging gebruik van uitgangsmateriaal voor de oesterkweek

In de vergunning zijn de volgende voorschriften 13, 15 en 26 opgenomen:

'13. De te kweken schelpdieren zijn uitsluitend afkomstig uit het Veerse Meer of uit gecertificeerde hatcheries.'

'15. De visserij op gebiedseigen uitgangsmateriaal voor de kweek (broed en jonge schelpdieren) heeft betrekking op Japanse oester (Crassostrea gigas), kokkel (Cerastoderma edule) en tapijtschelp (Venerupis decussata).'

'26. Indien een schip uit de Oosterschelde wordt ingezet, dient er zorg voor te worden gedragen dat er geen insleep van oesterboorders plaatsvindt. Hiertoe dienen de ruimen en verwerkingsinstallaties gereinigd en schoon (oesterboordervrij) te zijn, alvorens het Veerse Meer op wordt gevaren.'

Het uitgangsmateriaal in de off-bottomsystemen in de Oosterschelde is afkomstig van oestercollecteurs of gecertificeerde hatcheries uit Nederland en Frankrijk. Om insleep van nieuwe soorten naar het Veerse Meer te voorkomen, stelt de NOV voor om een inspectie te laten verrichten door Gimaris. Voorschrift 26 wordt hierop aangepast.

Een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is uit te sluiten. Er is geen sprake van verslechtering van leefgebied in het betrokken Natura 2000-gebied en ook geen verstoring van de vogelsoorten.

Stikstofdepositie

Op 24 oktober 2019 heeft een berekening plaatsgevonden met AERIUS Calculator. Gebleken is dat de stikstofdepositie van de voorgenomen activiteit kleiner of gelijk is aan 0.00 mol N/ha/jr. Een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is uit te sluiten. Er is geen sprake van verslechtering van leefgebied in het betrokken Natura 2000-gebied en ook geen verstoring van de vogelsoorten.

Besluit

Op basis van de door u toegezonden aanvullende ecologische beoordeling ben ik van mening dat significante effecten door de verwachte wijzigingen zijn uit te sluiten. De bepalingen uit de aanvullingsbrief van 7 november 2019 zijn integraal onderdeel van onderhavig wijzigingsbesluit.

Voorschrift 11 hoeft niet te worden gewijzigd. Wel is bijlage 4 aangepast en bij dit besluit gevoegd.

Het nieuwe vergunningvoorschrift 13 luidt als volgt:

'De te kweken schelpdieren zijn uitsluitend afkomstig uit het Veerse Meer of uit gecertificeerde hatcheries. Opkweekmateriaal voor de Japanse oester (Crassostrea gigas) kan, met in achtneming van voorschrift 26b tot en met 26g, ook afkomstig zijn uit off-bottom systemen in de Oosterschelde.'

Het nieuwe vergunningvoorschrift 15 luidt als volgt:

'De visserij op gebiedseigen uitgangsmateriaal voor de kweek (broed en jonge schelpdieren) heeft betrekking op Japanse oester (Crassostrea gigas), kokkel (Cerastoderma edule) en tapijtschelp (Venerupis decussata).Uitsluitend voor de Japanse oester (Crassostrea gigas) geldt de uitzondering van voorschrift 13.'

Het nieuwe vergunningvoorschrift 26 luidt als volgt:

  1. NOV maakt zelf afspraken over de uitvoering van de bemonstering van hun ladingen door GIMARIS en coördineert de transporten zodat deze slechts 1-2 maal per jaar plaatsvinden.

  2. Maximaal één maand voorafgaand aan de verplaatsing van de oesters van de Oosterschelde naar het Veerse meer vindt door een hiertoe door NOV ingeschakelde expert (en eventuele medewerkers van deze expert) een Schelpdierafhankelijke Soorteninventarisatie (SASI) plaats. 

  3. Ten tijde van de SASI wordt door de NOV opgave gedaan van de locaties en hoeveelheden die verplaatst zullen worden naar het Veerse Meer. Leden van de NOV melden dit voorafgaand aan de SASI bij de NOV. 

  4. Resultaten van de in de voorgaande voorschriften genoemde bemonstering worden door de NOV voorafgaand aan de transporten per e-mail gemeld aan het Ministerie van LNV t.a.v. het Cluster Natuurvergunningen via wetnatuurbescherming@minlnv.nl.

  5. Indien tijdens een inventarisatie in de Oosterschelde, of via een betrouwbare externe bron (bijv. een publicatie) een probleemsoort op oesters in de off-bottomsystemen in de Oosterschelde wordt aangetroffen, wordt die constatering door de betreffende expert direct aan NOV gemeld. NOV, dan wel de expert (in opdracht van NOV), rapporteert dit vervolgens onmiddellijk per e-mail aan het Cluster Natuurvergunningen (wetnatuurbescherming@minlnv.nl) alsmede telefonisch aan de relevante, NOV bekende, LNV-contactpersonen.  

  6. In geval van constatering van (potentiële) probleemsoorten als genoemd in voorgaand voorschrift, kan er geen transport van de Oosterschelde naar het Veerse Meer plaatsvinden en wordt de werking van de onderhavige vergunning per direct opgeschort. De opschorting binnen de vergunde periode geldt tot de resultaten van een nieuwe of aanvullende SASI door het Ministerie van LNV zijn geaccordeerd. Op transporten vanaf voorgenoemde off-bottom systemen welke na deze opschorting plaatsvinden geldt een last onder dwangsom van € 200.000 per lading, plus de verplichting om de verplaatste lading binnen een week weer op te vissen. 

  7. Per uitvoeringsjaar wordt uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het betreffende uitvoeringsjaar een rapportage over de bemonsteringen en opgave van de uitgevoerde transporten bij het Cluster Natuurvergunningen (wetnatuurbescherming@minlnv.nl) aangeleverd door de NOV, i.s.m. de door NOV ingeschakelde expert. 

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:



C. den Hartog MSc

MT-lid Directoraat-Generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied

Bijlagen

  1. Aanvulling

  2. Aerius Calculator

  3. Aangepaste bijlage 4

Bezwaar

Tegen dit wijzigingsbesluit staat op grond van de Algemene wet bestuursrecht voor een belanghebbende de mogelijkheid open een bezwaarschrift in te dienen. Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na bekendmaking van dit wijzigingsbesluit worden ingediend bij:

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Afdeling Juridische Zaken

Postbus 40219

8004 DE Zwolle

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste de volgende elementen bevatten:

  1. de naam en het adres van de indiener;

  2. de dagtekening;

  3. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is, en

  4. de gronden van bezwaar.

Het is raadzaam een kopie van dit besluit bij het bezwaarschrift te voegen.

Publicatie besluit

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit maakt dit wijzigingsbesluit openbaar op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.

Naar boven