Onderwerp: Bezoek-historie

Zandwinning Noordzee; verlenging vergunning
Geldigheid:01-01-2020 t/m 31-03-2023Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Geachte   ,

Op 15 november 2019 heeft u een verlenging aangevraagd van de bestaande vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) voor het winnen van ophoogzand in de Noordzee. Die vergunning is geldig tot en met 31 december 2019.

De vergunning betreft het winnen van 2.000.000 m3 ophoogzand uit diverse winputten in de Noordzee. Tot nu toe heeft u ongeveer 250.000 m3 daarvan gewonnen en u verzoekt om verlenging van de vergunning, zodat u de resterende hoeveelheid alsnog kunt winnen. U verzoekt om verlenging van de vergunning tot en met 31 maart 2023.

Beoordeling

De bestaande vergunning is verleend onder het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Ook bij een langere doorlooptijd van de zandwinning blijft volgens uw verzoek de totale stikstofemissie als gevolg van de uitvoering van deze werkzaamheden ongewijzigd. De stikstofdepositie zal daarom ook niet toenemen.

De activiteiten worden ongewijzigd voortgezet overeenkomstig de uitgangspunten en inhoud van de eerder bij de aanvraag van de bestaande vergunning ingediende Passende Beoordeling. Deze onderbouwing is destijds door het bevoegd gezag geaccepteerd en heeft ten grondslag gelegen aan de bestaande vergunning. De eerder geleverde onderbouwing is naar mijn mening ten aanzien van de reeds getoetste instandhoudingsdoelstellingen nog actueel en voldoende om als grondslag te dienen voor dit besluit om de geldigheidsduur van de vergunning te verlengen.

Stikstofdepositie

Op 14 november 2019 heeft een berekening plaatsgevonden met AERIUS Calculator. Daaruit volgt dat het project waarvoor u een verlenging van de bestaande vergunning aanvraagt, leidt tot een stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden van ten hoogste 0,04 mol/ha/jaar.

De door u uitgevoerde Aerius-berekening maakt deel uit van dit besluit.

Conclusie

Met de door u uitgevoerde Aerius-berekening en de passende beoordeling die u hebt uitgevoerd in verband met de vergunningaanvraag, is de zekerheid verkregen dat het project waarvoor de verlenging van een vergunning is aangevraagd, niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied.

Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat de gevraagde vergunning, onder de opgenomen voorschriften en beperkingen, kan worden verlengd.

Ik verleng hierbij de vergunning tot en met 31 maart 2023.

In de bestaande vergunning staat als voorwaarde:

'26. De vergunning is geldig van 15 augustus 2018 tot en met het moment dat de vergunde activiteit wordt beëindigd (zie voorschrift 10), doch uiterlijk tot en met 31 december 2019.'

Deze komt te luiden:

'26. De vergunning is geldig van 15 augustus 2018 tot en met het moment dat de vergunde activiteit wordt beëindigd (zie voorschrift 10), doch uiterlijk tot en met 31 maart 2023.'

De overige voorwaarden en de inhoudelijke overwegingen die aan de bestaande vergunning zijn verbonden, blijven ongewijzigd.

TER INFORMATIE

Op grond van afdeling 4.1.1. Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.

Op grond van artikel 5.4, lid 1 en lid 2, van de Wnb kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd.

Als de vergunninghouder handelt in strijd met de vergunning, kan op grond van artikel 7.2, lid 2, van de Wnb een last onder bestuursdwang worden opgelegd.

Conform artikel 5:32, lid 1, Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

Hoogachtend,

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:


 

C. den Hartog MSc

MT-lid Directoraat-Generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied

BEZWAAR

Tegen dit besluit staat op grond van de Algemene wet bestuursrecht voor een belanghebbende de mogelijkheid open een bezwaarschrift in te dienen. Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij:

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Afdeling Juridische Zaken

Postbus 40219

8004 DE Zwolle

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste de volgende elementen bevatten:

  1. de naam en het adres van de indiener;

  2. de dagtekening;

  3. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is, en

  4. de gronden van bezwaar.

Het is raadzaam een kopie van dit besluit bij het bezwaarschrift te voegen.

PUBLICATIE BESLUIT

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.

Naar boven