Onderwerp: Bezoek-historie

Chinese Wolhandkrabvisserij; staand want; visserij; IJsselmeer;
Geldigheid:21-11-2019 t/m 15-03-2023Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Geachte ,

Op 23 januari 2019 heeft u een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) voor de visserij op Chinese wolhandkrab (hierna: wolhandkrab) met verlaagd staand want in het Natura 2000-gebied IJsselmeer aangevraagd.

Bovengenoemde aanvraag is door de provincie Fryslân per brief van 25 maart 2019 aan mij doorgezonden. In de veronderstelling dat zij het daartoe bevoegde gezag was, heeft de provincie u per brief van 11 maart 2019 verzocht om aanvulling van uw aanvraag. Het aanvullingsverzoek met een reactietermijn van uiterlijke aanlevering op 31 mei 2019 maakte daarmee onderdeel uit van de doorgezonden aanvraag.

Per brief van 22 mei 2019 (DGNVLG-NV/19125577) is de termijn voor het aanleveren van de gevraagde aanvullende informatie door mij verlengd tot en met 14 juli 2019. U heeft mij per brief van 11 juli 2019 verzocht om verlenging van deze termijn. Per brief van 12 juli 2019 (DGNVLG-NV/19176935) heb ik de aanleveringstermijn verlengd tot en met 1 november 2019.

U heeft, via het door u ingeschakelde adviesbureau, de vereiste aanvullende informatie per e-mail bij mij aangeleverd.

Ik verleen u hierbij de gevraagde vergunning. In dit besluit vindt u de inhoudelijke overwegingen die eraan ten grondslag liggen. De aanvraag, Passende Beoordeling (hierna: PB) en AERIUS-berekening maken onderdeel uit van dit besluit.

1. AANVRAAG

1.1. Onderwerp

U wilt met verlaagd staand de visserij op wolhandkrab uitoefenen in een specifiek aangegeven drietal visgebieden het IJsselmeer in het aankomend visseizoen, meer specifiek: in de periode van 1 december 2019 tot 15 maart 2020, 1 december 2020 tot 15 maart 2021, 1 december 2021 tot 15 maart 2022 en 1 december 2022 tot 15 maart 2023 in de nabijheid van de spuilocatie Kornwerderzand.

Voor een uitgebreidere beschrijving van de voorgenomen activiteit verwijs ik naar de aanvraag en de bijlagen daarbij.

Ik maak u erop attent dat u voor het kunnen benutten van de onderhavige vergunning ook moet kunnen beschikken over de tevens vereiste toestemming op grond van de visserijwet- en regelgeving. Voorts: de onderhavige vergunning betreft louter een toestemming op grond van de Wnb en de daadwerkelijke inzetbaarheid ervan kan beperkt worden door toekomstige ontwikkelingen en beperkingen vanuit andere kaders.

1.2. Bevoegdheid

Op basis van artikel 1.3, lid 5, van de Wnb en de artikelen 1.2 en 1.3, lid 1, sub f onder 1° van het Besluit natuurbescherming ben ik bevoegd om te beslissen op uw vergunningaanvraag. De exacte wetsteksten zijn te raadplegen op www.overheid.nl onder 'wet- en regelgeving'.

1.3. Vergunningplicht

De aangevraagde activiteit kan, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied IJsselmeer, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied verslechteren of een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Daarom geldt een vergunningplicht op grond van artikel 2.7, lid 2, Wnb.

1.4. Beoordeling van projecten en andere handelingen

1.4.1. Project met mogelijk significante gevolgen

De activiteit waarvoor u een vergunning aanvraagt, is een project in de zin van artikel 2.7, lid 2 van de Wnb dat, afzonderlijk of in cumulatie met andere plannen of projecten, kan leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura-gebied IJsselmeer.

1.4.2. Passende beoordeling

Voor een project dat afzonderlijk of in cumulatie kan leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen, kan alleen een vergunning verleend worden als de aanvrager een PB heeft overgelegd, waaruit zonder redelijke wetenschappelijke twijfel kan worden geconcludeerd dat het project niet zal leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied. Deze moet rekening houden met de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. De PB biedt de grondslag voor de vaststelling van de aard en omvang van de gevolgen of de cumulatieve gevolgen en de manier waarop in mitigatie van die gevolgen is voorzien. De PB toetst de effecten aan de instandhoudingdoelstellingen uit het aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied IJsselmeer.

1.5. Beleid

Natura 2000 beheerplan IJsselmeer

Het relevante Natura 2000 beheerplan IJsselmeer stelt het volgende:

Wolhandkrabvisserij, uitgevoerd met alle vormen van staand want, is vergunningplichtig.

2. BEOORDELING

2.1 Afbakening

Gebied

De beoogde visserij vindt plaats in het Natura 2000-gebied IJsselmeer.

Gevolgen

Voor de beoordeling van de gevolgen inventariseert de PB welke in redelijkheid denkbare typen gevolgen kunnen optreden. Dit zijn:

onttrekking van vissen (bijvangst van bot; direct effect)

onttrekking van vissen (bijvangst van bot; indirect effect (vogelvoedsel)

verstoring van rust van beschermde vogelsoorten

bijvangst van beschermde vogelsoorten in de visserij

verstoring van beschermde diersoorten (rivierdonderpad)

vermesting door stikstofdepositie (gevoelig habitattype: trilvenen).

Natuurwaarden

De in de PB geselecteerde natuurwaarden die door de genoemde gevolgen beïnvloed kunnen worden, zijn: rivierdonderpad, aalscholver, brilduiker, dwergmeeuw, fuut, grote zaagbek, kuifeend, meerkoet, nonnetje, reuzenstern, slobeend, tafeleend, toppereend, zwarte stern en overgangs- en trilvenen (subtype trilvenen). Ik merk op dat de toe te voegen habitattypen H1330 (subtype B) en H3140 zoals voor het Natura 2000-gebied IJsselmeer benoemd in het ontwerpwijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden d.d. 5 maart 2018, ruimtelijk niet overlappen met de aangevraagde activiteiten en daarom in de nadere ecologische effectanalyse buiten beschouwing konden blijven. Qua stikstofdepositie zijn deze waarden reeds meegenomen in AERIUS en worden zij in dat kader beoordeeld vanuit het bovengenoemde verbod op verslechtering.

Conclusie afbakening

Ik ben van mening dat de afbakening van het gebied en de inventarisatie van mogelijke gevolgen van het project op de natuurwaarden in de PB op een juiste wijze hebben plaatsgevonden.

2.2 Mogelijke effecten en mitigatie

2.2.1 Habitattypen

De AERIUS Calculator-berekening is bij de aanvraag gevoegd. Bij de berekening zijn enkele aannames gemaakt; die aannames zijn beschreven in de PB en waar relevant ook vervat in voorschriften bij de onderhavige vergunning.

De berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven de 0,00 mol/ha/jr.

Door de berekening met AERIUS Calculator 2019.0 uit te voeren, zijn de activiteiten van de onderhavige visserij beoordeeld in samenhang met andere activiteiten die in de achtergronddepositie (hierna: ADW) zijn meegenomen. Bij de berekening van de ADW is in AERIUS 2019.0 de situatie van 2018 i.r.t. reeds aanwezige stikstofdepositie vanuit andere bronnen reeds verwerkt. Daarmee is de uitstoot van recreatie in het betreffende gebied en andere activiteiten in/in de nabijheid van de beoogde visgebieden meegenomen in de berekening.

Om bovenstaande conclusie afdoende te waarborgen, verbind ik aan de vergunning enkele nadere voorschriften die zien op de verblijfsduur in de drie visgebieden alsmede op het ingezette motorvermogen.

2.2.2. Habitatrichtlijnsoorten

De onderhavige visserij zal alleen plaatsvinden in water dieper dan 2 meter en tenminste 25 meter uit de oever. De belangrijkste plaatsen waar rivierdonderpad voorkomt, worden daardoor niet of nauwelijks bevist. Dit is daarmee niet als een verstoring of verslechtering van (de kwaliteit van) het leefgebied of de populatie te beschouwen. Daarnaast is de bijvangst in verlaagd staand want afhankelijk van de actieve verplaatsing van vissoorten; die is bij de rivierdonderpad zeer beperkt. De soort is daarnaast een relatief kleine vissoort die niet selectief gevangen wordt in het toegepaste type net. Het is daarmee vrijwel uitgesloten dat de soort in deze visserij wordt bijgevangen. De soort is evenmin gevangen in de onderzoeken van ATKB van 2015 en 2019. Daarmee kunnen, concluderend, effecten op de populatie van de rivierdonderpad worden uitgesloten.

2.2.3. Vogelrichtlijnsoorten

Stapelvoedsel aalscholver

De visserij met verlaagd staand want is een zeer selectieve visserij; de enige vissoort die in enige mate bijgevangen wordt, is (grotere) bot. Grotere bot is geen makkelijke prooi voor vogels. Bij Den Oever, net als Kornwerderzand een spuilocatie, lag het platvis-aandeel in het dieet van de aalscholver op 41%. Daarbinnen was het aandeel van bot wel relatief hoog (Leopold et al, 1998).

ATKB (2019) concludeert dat de verhouding in vangst van wolhandkrab tot bot exact 1:1 bedraagt. Leopold et al stelt dat de door aalscholvers te consumeren lengte aan bot minder dan 30 cm. bedraagt, waarbij het gros van de exemplaren geconsumeerd door aalscholvers zich bevindt in de range tussen 6-13 cm. Er is echter enige uitloop naar een consumabele lengte van 20 cm.

In de rapportage van ATKB (het veldonderzoek) kan afgeleid worden dat de lengteverdeling van de bijgevangen bot zich bevindt tussen de 18 en 42 cm. De meeste botten die in de bijvangst van de wolhandkrabvisserij werden aangetroffen in het ATKB-onderzoek van 2019 zijn daarmee te groot voor consumptie door aalscholvers. Er wordt dan ook geen effect verwacht op het stapelvoedsel van vogels door de voorgenomen wolhandkrabvisserij nabij Kornwerderzand.

Verstoring van vogels

In het beoogde visgebied langs de Afsluitdijk worden eendachtigen, meeuwen en sterns aangetroffen. Verstoring kan optreden als de activiteit een overlap vertoont in ruimte (gedeeltelijk dezelfde locatie) of tijd (periode 1 december tot 15 maart).

In het onderhavige geval zijn drie specificaties in uitvoering van de visserij van belang i.r.t. de verstoringsaspecten:

- de zeer beperkte vaartijd en de zeer specifieke locaties van visserij

- geen vangstactiviteiten in ondiepe zones met vogelconcentraties

- geen activiteit in de nachtperiode.

Ik onderschrijf de in de PB gemaakte selectie van relevante beschermde vogelsoorten. Ik onderschrijf tevens de onderbouwde stelling dat er geen sprake zal zijn van verstoring van rustende en foeragerende beschermde vogelsoorten.

Bijvangst van beschermde vogelsoorten

Het verlaagd staand want is een passief vistuig dat overdag en s 'nachts zijn werk doet, zonder toezicht of aanwezigheid van vissers. Daarmee is er theoretisch een risico aanwezig dat duikende watervogels onder water verstrikt kunnen raken in deze netten en kunnen verdrinken.

In de PB is per soortgroep van vogels een nadere analyse opgenomen in relatie tot deze verdrinkingskans. Deze kans beperkt zich tot de duikende viseters (met name aalscholvers vanwege hun grotere duikdiepte) en tot de bodem duikende schelpdiereters in water tot maximaal 4 meter diep (kuifeend, tafeleend, toppereend en brilduiker). De schelpdiereters foerageren hoofdzakelijk op driehoeksmosselen en/of de verwante quaggamossel. Uit in de PB aangehaald wetenschappelijk onderzoek blijkt dat bij de spuikommen van o.a. Kornwerderzand niet of nauwelijks beide mosselsoorten worden aangetroffen. Daarom zijn de beoogde vislocaties ook geen belangrijke foerageerlocaties voor schelpdieretende eenden. Op grond van het foerageergedrag is bijvangst van overige vogelsoorten tevens uitgesloten.

Het adviesbureau ATKB heeft in 2015 en 2019 middels veldonderzoek de bijvangsten in de visserij met verlaagd staand want onderzocht. Binnen beide onderzoeken zijn geen vogels bijgevangen.

In de PB wordt, specifiek voor de onderhavige visserij in de aangegeven omvang en op de aangegeven locaties, afdoende onderbouwd waarom er geen of slechts een uiterst kleine kans is dat vogels in aanraking zullen komen met de netten en erin verdrinken. Voor wat betreft aalscholvers kan een geringe kans op bijvangst bestaan, worst case betreft het evenwel hooguit enkele exemplaren. De soort heeft, als niet-broedvogel, een behoudsdoelstelling, de aantallen vogels liggen ruim boven het streefgetal. De populatie kent een sterk toenemende trend. De eventuele bijvangst van enkele aalscholvers zal geen effect hebben op de voor deze soort geformuleerde instandhoudingsdoelstelling. Ik onderschrijf deze analyse.

Wel zal ik mijn toezichthouders, ter extra validatie, verzoeken om steeksproefgewijs op de bijvangst van vogels te controleren.

2.4. Cumulatie

Bij vergunningverlening voor een project moet een beoordeling plaatsvinden van de cumulatieve gevolgen als het project, afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of handelingen, significante gevolgen kan hebben voor het desbetreffende Natura 2000-gebied. Een vergunning kan alleen verleend worden als het project afzonderlijk of in combinatie met andere projecten geen significante gevolgen heeft.

Ik heb hiervoor al geconcludeerd dat de uitvoering van de voorgenomen activiteit zelfstandig beschouwd, niet kan leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het betrokken Natura 2000-gebied of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.

Uit de Wnb volgt dat bezien moet worden of er sprake is of kan zijn van een cumulatie van effecten met andere projecten en plannen. Hierin moeten in ieder geval projecten worden meegenomen die ten tijde van de onderhavige besluitvorming reeds over een vergunning beschikken. Projecten in een voorbereidend stadium vallen buiten de cumulatieve toets. Bestaande activiteiten hoeven daarentegen veelal ook niet bij deze toets te worden meegenomen, vanuit de gedachte dat de mogelijke effecten van deze activiteiten al in de huidige feitelijke situatie zijn verdisconteerd en op die wijze al bij de primaire effectbeoordeling zijn betrokken.

Windpark Fryslân

In de PB van het Windpark Fryslân is de eventuele cumulatie met de staand want visserij beoordeeld vanuit het aspect van mogelijke cumulatie van sterfte van watervogels. Bij de wolhandkrabvisserij wordt echter vrijwel geen bijvangst en sterfte van watervogels verwacht en speelt deze cumulatie dan ook niet. Een aantal vogelsoorten (o.a. zwarte stern en visdief) dat effect kan ondervinden van het windpark is in de winter afwezig en wordt, gezien het aangevraagde visseizoen, dan ook niet door de wolhandkrabvisserij beïnvloed. 

In de aanlegfase geeft het windpark de nodige verstoring. Worst-case begint de aanleg eind 2019 en overlapt daarmee de periode van de aangevraagde visserij.

Ter mitigatie van de effecten op enkele vogelsoorten wordt in het kader van het windpark een natuureiland aangelegd. Bij de aanleg van het windpark en bijbehorende natuureiland valt de aanvullende verstoring van de wolhandkrabvisserij in het niet. Bovendien is het mogelijk dat vanwege het afgegeven verkeersbesluit een deel van het beoogde visgebied niet of slechts beperkt toegankelijk zal zijn tijdens de aanlegwerkzaamheden. Cumulatie op het punt van verstoring is daarmee niet te verwachten.

Vismigratierivier (hierna: VMR)

De aanleg van de VMR is beoogd in 2020 en de werkzaamheden zullen circa 3 jaar in beslag nemen. Vanuit de Wnb-vergunning voor dit project zal in de trajecten 44 en 45 niet in de periode november t/m februari gewerkt worden; dit zal de overlap met de wolhandkrabvisserij inperken tot alleen de eerste twee weken van maart. Cumulatie van effecten wordt in deze niet verwacht.

 

Schubvis-visserij met zwarte merken (hoog staand want).

In de wolhandkrabvisserij wordt geen schubvis bijgevangen, er is geen ruimtelijke overlap met de schubvisserij. Cumulatie van effecten van de wolhandkrabvisserij met de schubvisvisserij is niet te verwachten.

Cumulatie met andere activiteiten

Wat betreft cumulatie van resteffecten met bijvoorbeeld recreatie: deze cumulatie kan worden uitgesloten, aangezien de visserij tussen 1 december en 15 maart zal plaatsvinden en in die periode geen recreatie op het water verwacht wordt.

2.5. Conclusie

Met de door u uitgevoerde PB, de door mij aan de vergunning verbonden voorschriften en mitigerende maatregelen is de zekerheid verkregen dat het project/de activiteit waarvoor de vergunning is aangevraagd, niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied of (ingeval van een verslechteringsvergunning) niet kan leiden tot verslechtering van de kwaliteit van habitats of significante verstoring van soorten die niet gerechtvaardigd is gelet op de gemaakte belangenafweging.

Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat de gevraagde vergunning, onder de opgenomen voorschriften en beperkingen, kan worden verleend.

3. VOORSCHRIFTEN

Ter bescherming van de in het Natura 2000-gebied IJsselmeer aanwezige beschermde natuurwaarden, verbind ik aan deze vergunning de volgende voorschriften en beperkingen.

Algemeen

Deze vergunning staat op naam van C.V. Familie Visscher (hierna vergunninghouder) (of diens rechtsopvolger).

Deze vergunning wordt uitsluitend gebruikt door (medewerkers van) de vergunninghouder of aantoonbaar in opdracht van de vergunninghouder handelende (rechts)personen. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.

De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de vergunde activiteit wordt uitgevoerd over een (digitaal) exemplaar van deze beschikking, inclusief alle daarbij behorende bijlagen.

De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen zijn aantoonbaar op de hoogte van de inhoud en het doel van deze voorschriften en beperkingen

De vergunde activiteit wordt uitgevoerd zoals de aangegeven in de aanvraag en bijbehorende passende beoordeling en volgens de voorschriften en beperkingen die aan deze vergunning zijn verbonden. Bij eventuele strijdigheid van de aanvraag en de voorschriften en beperkingen van deze vergunning hebben de laatste voorrang.

U dient de relevante bepalingen vanuit het Toegangbeperkend Besluit IJsselmeer alsmede overige relevante wet- en regelgeving in acht te nemen. De onderhavige vergunning fungeert niet als vrijstelling op voorgenoemde verplichtingen en voorschriften.

Als zich een incident voordoet, meldt de vergunninghouder dit met alle relevante gegevens onmiddellijk aan het bevoegd gezag. Een incident is in dit geval een onvoorziene gebeurtenis waardoor schade aan de natuurlijke kenmerken in het betrokken beschermde gebied is of kan worden toegebracht, bijvoorbeeld wanneer onbedoeld vrijgekomen schadelijke stoffen een habitattype of habitat- of vogelrichtlijnsoort bedreigen.

Als zich een incident voordoet, is de vergunninghouder verplicht eventuele verontreinigingen zo mogelijk direct te verwijderen en de eventueel opgetreden schade voor zover mogelijk te herstellen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag.

De vergunninghouder volgt de aanwijzingen op die het bevoegd gezag geeft.

Zodra de werkzaamheden met betrekking tot de vergunde activiteit feitelijk zijn beëindigd, meldt de vergunninghouder dit uiterlijk binnen een week bij het bevoegd gezag.

Alle correspondentie met betrekking tot deze vergunning kan per reguliere post of per e-mail (wetnatuurbescherming@minlnv.nl) worden gedaan.

Uitvoering

De onderhavige vergunning heeft enkel betrekking op de 3 visgebieden zoals schetsmatig weergegeven in figuur 2-1 van de Passende Beoordeling. De betreffende coördinaten zijn in tabel 2-1 van de PB opgenomen en zijn leidend in toezicht en handhaving.

In het visgebied 'Afsluitdijk' wordt 25 m afstand gehouden van de (stortstenen) oever.

Voor het transport van en naar de visgebieden wordt de UK 122 ingezet. Bij uitval van de UK 122 zal de UK 322 ingezet worden.

Het motorvermogen van de ingezette vaartuigen mag maximaal 260 pk bedragen.

Er mag met actieve motor maximaal per dag 2 uur in visgebied 'Haven', 2 uur in visgebied 'Spui' en 4 uur in visgebied 'Afsluitdijk' verbleven worden.

De activiteiten (plaatsen en halen) worden op maximaal 4 dagen per week in de aangegeven visgebieden uitgevoerd.

Er worden onder de onderhavige vergunning maximaal 60 visdagen per aangegeven visseizoen (1 december tot 15 maart) gerealiseerd: 36 dagen in de visgebieden 'Spui' en 'Haven' gezamenlijk, 24 visdagen op het visgebied 'Afsluitdijk'.

De netten worden uitsluitend geplaatst in de ochtend na 07:00 uur; de netten worden na 11:00 uur maar uiterlijk tot 16:00 uur de opvolgende dag weer binnengehaald en daarna weer uitgezet. Tussen vrijdagmiddag 16:00 uur en maandag 08:00 uur wordt er niet gevist.

In de visgebieden worden jonen toegepast (tenminste om de 100 m. op een net met reflecterende strips), uitgezonderd de spuikom en vaargeulen.

Inzet van kunstverlichting bij het plaatsen en halen is niet toegestaan.

Er mogen uitsluitend netten van 40 cm. hoog en 100 m. lang worden ingezet. Deze netten betreffen uitsluitend de 'oranje merken'.

De maaswijdte van de ingezette netten in vak 1 bedraagt minimaal 101 mm. gestrekt maas; de maaswijdte van de ingezette netten in de vakken 2 en 3 bedraagt 140 mm. gestrekt maas.

Er wordt gevist met maximaal 84 (2 x 42) netten/merken.

Toezicht

De vergunninghouder voert een administratie waarin alle op deze vergunning betrekking hebbende documenten en bewijsstukken ten aanzien de naleving van de voorschriften en beperkingen van deze vergunning zijn opgenomen.

De vergunninghouder geeft, overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht, alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder(s).

Gevraagde informatie en documenten worden op eerste vordering aan de daartoe bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren getoond.

Looptijd/geldigheid

De vergunning is voor wat betreft de uitvoering van de vergunde visserij geldig van 1 december 2019 tot 15 maart 2020, van 1 december 2020 tot 15 maart 2021, van 1 december 2021 tot 15 maart 2022 en van 1 december 2022 tot 15 maart 2023.

TER INFORMATIE

Op grond van afdeling 4.1.1. Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.

Op grond van artikel 5.4, lid 1 en lid 2, van de Wnb kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd.

Als de vergunninghouder handelt in strijd met de vergunning, kan op grond van artikel 7.2, lid 2, van de Wnb een last onder bestuursdwang worden opgelegd.

Conform artikel 5:32, lid 1, Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

Hoogachtend,

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:
 


C. den Hartog MSc.

MT-lid bij het Directoraat-Generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied

BEZWAAR

Tegen dit besluit staat op grond van de Algemene wet bestuursrecht voor een belanghebbende de mogelijkheid open een bezwaarschrift in te dienen. Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij:

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Afdeling Juridische Zaken

Postbus 40219

8004 DE Zwolle

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste de volgende elementen bevatten:

de naam en het adres van de indiener;

de dagtekening;

een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is, en

de gronden van bezwaar.

Het is raadzaam een kopie van dit besluit bij het bezwaarschrift te voegen.

PUBLICATIE BESLUIT

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.

BIJLAGEN:

Passende beoordeling

AERIUS-berekening

Naar boven