Onderwerp: Bezoek-historie

Wnb-vergunning; WWF project oesterherstel wrak M435; Noordzeekustzone
Geldigheid:11-04-2019 t/m 31-12-2022Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Besluit

Geachte mevrouw                                ,

Op basis van uw aanvraag van 19-03-2019 om een vergunning op grond van artikelen 2.7, lid 2, jo. 1.3, lid 5 Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleen ik hierbij

vergunning voor het project 'platte oester pilot WWF wrak M435, nabij de Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Borkum-Riffgrund (D).

Voor een weergave van de inhoud van de aanvraag en de relevante wet- en regelgeving alsmede het van toepassing zijnde beleid verwijs ik naar de bijlage bij dit besluit. In dezelfde bijlage treft u voorts mijn inhoudelijke overwegingen aan die aan dit besluit ten grondslag liggen. De aanvraag en de bijlagen maken onderdeel uit van dit besluit.

Voorschriften en beperkingen

Ter bescherming van de in de Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Borkum-Riffgrund (D) aanwezige beschermde natuurwaarden, verbind ik aan deze vergunning de volgende voorschriften en beperkingen.

Algemeen

  1. Deze vergunning staat op naam van Stichting Het Wereld Natuur Fonds Nederland (hierna vergunninghouder) (of diens rechtsopvolger).

  2. Deze vergunning wordt uitsluitend gebruikt door (medewerkers van) de vergunninghouder of aantoonbaar in opdracht van de vergunninghouder handelende (rechts)personen. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.

  3. De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de vergunde activiteit wordt uitgevoerd over een kopie van deze beschikking, inclusief alle daarbij behorende bijlagen.

  4. De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen zijn aantoonbaar op de hoogte van de inhoud en het doel van deze voorschriften en beperkingen, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven.

  5. De vergunde activiteit wordt overeenkomstig de ingediende aanvraag en bijbehorende passende beoordeling uitgevoerd, met inachtneming van de aan deze vergunning verbonden voorschriften en beperkingen. Bij eventuele strijdigheid van de aanvraag en/of passende beoordeling met de voorschriften en beperkingen in onderhavige vergunning, prevaleren deze laatste.

  6. Bij een opgetreden incident wordt onverwijld melding over de aard en omvang van het incident gedaan aan het bevoegd gezag onder overlegging van alle relevante gegevens. Onder incident wordt in dit verband verstaan 'een onvoorziene gebeurtenis waardoor schade aan de natuurlijke kenmerken in het betrokken beschermde gebied is of kan worden toegebracht' (bijvoorbeeld wanneer onbedoeld vrijgekomen schadelijke stoffen een habitattype of habitat- of vogelsoort bedreigen.)

  7. Bij een opgetreden incident is de vergunninghouder verplicht eventuele verontreinigingen zo mogelijk direct te laten verwijderen en de eventueel opgetreden schade voor zover mogelijk te herstellen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag.

  8. Alle door of namens het bevoegd gezag te geven aanwijzingen en/of uitvoeringsbepalingen worden binnen de in de aanwijzing bepaalde termijn opgevolgd.

  9. Zodra de werkzaamheden met betrekking tot de vergunde activiteit feitelijk zijn beëindigd, wordt dit uiterlijk binnen een week bij het bevoegd gezag gemeld.

  10. Alle correspondentie uit hoofde van deze vergunning kan per reguliere post of per e-mail (wetnatuurbescherming@minlnv.nl) worden gedaan.

Preventieve maatregelen met betrekking tot de verspreiding van exoten en parasieten

  1. De voor het project te gebruiken platte oesters zijn gezond en vrij van schadelijke parasieten. De oesters zijn afkomstig uit een gecertificeerde hatchery, dan wel van een natuurlijke locatie waar geen oesters voorkomen die besmet zijn met schadelijke parasieten, zoals Bonamia.

  2. Ter voorkoming van de mogelijke verspreiding van exoten of probleemsoorten dienen de te gebruiken platte oesters die niet afkomstig zijn uit een hatchery, voordat ze worden uitgezet, te zijn behandeld conform het protocol zoals dat in de passende beoordeling is aangegeven.

  3. Indien uit monitoring van de betreffende nationale overheid, uit wetenschappelijk onderzoek, uit berichtgeving van relevante NGO's, dan wel uit andere relevante bron blijkt dat in het gebied van herkomst van de platte oesters een exoot of probleemsoort voor Nederland is aangetroffen, wordt het uitzetten van de platte oesters direct gestaakt. Het uitzetten mag daarna alleen worden hervat met toestemming van het bevoegd gezag.

  4. Het te gebruiken schelpensubstraat is afkomstig van een locatie in, dan wel gelegen in de directe omgeving van, de Natura 2000-gebieden Noorzeekustzone en Waddenzee. Bij toepassing van schelpensubstraat van andere herkomst dient het schelpensubstraat zodanig te zijn behandeld dat het geen levend materiaal meer bevat.

Nadere inhoudelijke voorschriften

  1. Platte oesters mogen worden uitgezet in de jaren 2019 t/m 2021, met een maximum van 1000 kilogram per jaar.

  2. Het is niet toegestaan afval in het gebied achter te laten.

    Toezicht

  3. De vergunninghouder voert een administratie waarin alle op deze vergunning betrekking hebbende documenten en bewijsstukken ten aanzien de naleving van de voorschriften en beperkingen van deze vergunning, in het bijzonder de voorschriften 11 tot en met 16, zijn opgenomen.

  4. De vergunninghouder geeft, overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht, alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder(s).

  5. Gevraagde informatie en documenten, bijvoorbeeld met betrekking tot de voorschriften 3 en 17, worden op eerste vordering aan de daartoe bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren getoond.

Looptijd/geldigheid

  1. De vergunning is geldig vanaf het moment van verlening (dagtekening) tot en met het moment dat de vergunde activiteit wordt beëindigd (zie voorschrift 9), doch uiterlijk tot en met 31 december 2022.

Ter informatie

Op grond van art. 5.1, lid 1 van de Wnb jo. afdeling 4.1.1. Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.

Op grond van artikel 5.4, lid 1 en lid 2, van de Wnb kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd.

Op grond van artikel 7.2, lid 2, van de Wnb kan een last onder bestuursdwang worden opgelegd.

Conform artikel 5:32, lid 1, Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan, aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:



Sander Band

MT-lid bij het Directoraat-Generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied

Bijlagen:

  1. Inhoudelijke overwegingen

  2. Passende beoordeling

  3. PDF Aerius Calculator

Bezwaar

Tegen dit besluit staat op grond van de Algemene wet bestuursrecht voor een belanghebbende de mogelijkheid open een bezwaarschrift in te dienen. Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij:

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Afdeling Juridische Zaken

Postbus 40219

8004 DE Zwolle

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste de volgende elementen bevatten:

  1. de naam en het adres van de indiener;

  2. de dagtekening;

  3. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is, en

  4. de gronden van bezwaar.

Het is raadzaam een kopie van dit besluit bij het bezwaarschrift te voegen.

Publicatie besluit

Op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur zal het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit onderhavig besluit openbaar maken. De besluiten op grond van de Wnb, waaronder onderhavige, zullen, onder anonimisering van de persoonsgegevens, geplaatst worden op http://vergunningenbank.overheid.nl/wet-natuurbescherming

Bijlage 1. Inhoudelijke overwegingen

  1. ONDERWERP AANVRAAG

Het project 'platte oester pilot WWF wrak M435 is bedoeld om de mogelijkheden voor herstel van platte oesterbanken in de Noordzee te onderzoeken. Het project is zodanig vormgegeven dat als het succesvol is, het ook meteen een begin is van een levensvatbare platte oesterbank. Het project omvat het aanbrengen van vestigingssubstraat, het uitzetten van platte oesters, monitoring en onderzoek.

De aangevraagde activiteit kan tot effecten leiden op beschermde natuurwaarden de Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Borkum-Riffgrund (D).

Voor een uitgebreidere beschrijving van de voorgenomen activiteit wordt kortheidshalve verwezen naar de aanvraag.

  1. PROCEDURE

Op 16 maart 2018 ontving ik uw aanvraag per e-mail. Bij e-mail van 21 maart 2018 heb ik de ontvangst van uw aanvraag bevestigd.

  1. WETTELIJK KADER

  2. Relevante artikelen Wet natuurbescherming

In relatie tot het betrokken Natura 2000-gebied zijn in deze relevant de artikelen 2.7, lid 2, jo 1.3, lid 5 van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en 2.8, lid 1, de Wnb, artikel 2.7, lid 1, sub b, Besluit natuurbescherming (hierna: het Bnb).

De exacte wetsteksten zijn te raadplegen op www.overheid.nl onder 'wet- en regelgeving'.

  1. Bevoegdheid

De voorgenomen activiteit valt onder artikel 1.3, lid 1, onder k, sub 2°, van het Bnb, luidend: 'activiteiten die geheel of grotendeels plaatsvinden in de exclusieve economische zone van Nederland, bedoeld in de Rijkswet instelling exclusieve economische zone'.

  1. Vergunningplicht

De aangevraagde activiteit kan mogelijk de kwaliteit doen verslechteren van of een significant verstorend effect hebben op de in hoofdstuk 4 genoemde beschermde natuurwaarden.

  1. De beoordeling van projecten en andere handelingen

  2. Project met mogelijk significante gevolgen

De door u voorgenomen activiteit is een project in de zin van artikel 2.7, lid 2 van de Wnb dat, afzonderlijk of in cumulatie met andere plannen of projecten kan leiden tot significante gevolgen (gevaar) voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-gebied. Het betreft de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of (materiële) werken en andere (materiële) ingrepen in het natuurlijke milieu of landschap, inclusief de ingrepen voor de ontginning van bodemschatten. De door u voorgenomen activiteiten zijn te beschouwen als 1 project omdat zij onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

  1. Passende beoordeling

Voor een project dat, afzonderlijk of in cumulatie kan leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen, kan alleen een vergunning verleend worden als een passende beoordeling (hierna: PB) gemaakt is door de aanvrager, rekening houdend met instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. De bij de aanvraag gevoegde PB biedt de grondslag voor de (nadere) vaststelling van de aard en omvang van de gevolgen (mede gelet op de eventuele cumulatie van gevolgen) en de wijze waarop in mitigatie is voorzien. In de PB zijn de effecten getoetst aan de instandhoudingdoelstellingen uit het aanwijzingsbesluit betreffende de Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Borkum-Riffgrund (D). Een PB is niet vereist wanneer sprake is van een project dat direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied. Een PB is evenmin vereist wanneer sprake is van de herhaling of voortzetting van een plan of project waarvoor al eerder een passende beoordeling is gemaakt en wanneer een nieuwe PB geen nieuwe inzichten kan opleveren.

De gevraagde vergunning kan slechts verleend worden, indien ik mij ervan heb kunnen verzekeren dat de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied niet aangetast zullen worden. In het onderstaande volgt mijn beoordeling van de effectenanalyse zoals neergelegd in de PB.

  1. INHOUDELIJKE BEOORDELING

  2. Afbakening

Gebied

De activiteit vindt plaats nabij de Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Borkum-Riffgrund (D).

Gevolgen

Ten behoeve van de beoordeling van de gevolgen is geïnventariseerd welke in redelijkheid denkbare typen gevolgen onderzocht moeten worden. Dit betreft:

  • Verspreiding van exoten en of parasieten/ziekten voor platte oesters.

Natuurwaarden

De natuurwaarden die door de genoemde gevolgen beïnvloed kunnen worden zijn:

  • Habitattypen: H1110B, permanent overstroomde zandbanken

De diverse beschermde waarden en de relevante instandhoudingsdoelstellingen van het betrokken Natura 2000-gebied staan vermeld op www.rijksoverheid.nl/lnv ('Onderwerpen' >'Natuur en Biodiversiteit' > 'Natura 2000').

Conclusie afbakening

Ik ben van oordeel dat de afbakening van het gebied, gevolgen en natuurwaarden dat door de aangevraagde activiteit beïnvloed zou kunnen worden in de PB op een juiste wijze heeft plaatsgevonden.

  1. Mogelijke effecten en mitigatie

Naar mijn mening blijkt uit de passende beoordeling dat de voorgenomen activiteit mogelijk zou kunnen leiden tot verspreiding van exoten (dan wel van probleemsoorten) en/of ziekten en parasieten voor platte oesters naar de Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Borkum-Riffgrund (D) en op deze wijze kunnen leiden tot een negatief effect op de kwaliteit van het habitattype permanent overstroomde zandbanken.

Ik deel de conclusie van de passende beoordeling dat alle andere mogelijke effecten kunnen worden uitgesloten. Er is geen sprake van verslechtering van natuurlijk habitat in Natura 2000-gebied door andere effecten, geen sprake van verslechtering van het leefgebied van soorten en ook geen verstoring van soorten.

  1. Habitattype permanent overstroomde zandbanken

Omdat er bij dit project sprake is van het gebruik van geïmporteerde platte oesters, is de Beleidsregel vergunningverlening schelpdierverplaatsingen van 6 juni 2012, nr. 267278, van toepassing.

Exoten en probleemsoorten

Bij het verplaatsen van schelpdieren uit natuurlijke herkomstgebieden is er een grote kans dat (onbedoeld) gelijktijdig ook andere organismen worden verplaatst. Dit kunnen mogelijk ook invasieve exoten of probleemsoorten voor Nederland zijn.

De voor de voorgenomen activiteit te gebruiken platte oesters zijn:

  1. afkomstig uit de Noorse Hafrsfjord, waar volgens de passende beoordeling vooralsnog geen specifieke exoten/probleemsoorten voorkomen.

  2. Behandeld volgens een protocol, waardoor de kans dat er bij het uitzetten exoten/probleemsoorten in/aan de oesters zitten nihil is.

Om te borgen dat er met de oesters niet gelijktijdig exoten/probleemsoorten mee kunnen worden uitgezet, heb ik in de vergunning de voorschriften 12 en 13 opgenomen.

In de voorgenomen activiteit zal ook schelpensubstraat (dode schelpen) worden toegepast als vestigingsondergrond voor de larven van platte oesters. Dit substraat kan afkomstig zijn uit bijvoorbeeld de schelpdierverwerking (meestal gekookt) of uit de schelpenwinning in de kustwateren.

Bij het gebruik van schelpensubstraat dat in de kustwateren wordt gewonnen bestaat ook de kans dat daartussen nog levende organismen kunnen voorkomen. Ook dit kunnen exoten of probleemsoorten zijn. Indien het substraat afkomstig is van een nabijgelegen winningslocatie in, vanuit marien en ecologisch oogpunt bezien, 'hetzelfde water' is de kans op het introduceren van nieuwe soorten minimaal. Toepassing van substraat uit andere gebieden (bijvoorbeeld de Zeeuwse Delta) kan echter risicovol zijn, tenzij deze zodanig zijn behandeld dat er zich tussen de schelpen geen levende organismen meer kunnen bevinden.

Om te voorkomen dat door het gebruik van schelpensubstraat mogelijk exoten of probleemsoorten in het projectgebied kunnen worden gebracht is in de vergunning voorschrift 14 opgenomen.

Ziekten en parasieten

De te gebruiken oesters zijn vooralsnog afkomstig uit de Noorse Hafrsfjord. Het zijn gezonde wilde oesters, die ook vrij zijn van bekende oesterparasieten, waarvan voor Nederland Bonamia de bekendste is. Bonamia heeft geleid tot het zo goed als uitsterven van de platte oester in de Zeeuwse Delta, met name de Oosterschelde.

Voor Natura 2000-gebied Noordzeekustzone geldt een kernopgave met betrekking tot de verbetering van de kwaliteit van het habitattype permanent overstroomde zandbanken. Deze verbetering moet in belangrijke worden gerealiseerd door een toename van oudere en grotere individuele bodemdieren en een toename van schelpdierbanken. Dergelijke schelpdierbanken kunnen ook platte oesters betreffen.

Er is weinig bekend over de aanwezigheid en verspreiding van platte oesters in Natura 2000-gebieden, maar recent zijn er in de Waddenzee levende platte oesters gevonden. Het is daarom ook niet uitgesloten dat in de Noordzeekustzone ook nog platte oesters kunnen voorkomen. Hierbij moet er van uit worden gegaan dat deze niet met Bonamia zijn besmet. Omdat bij een mogelijke introductie van Bonamia in of nabij Natura 2000-gebied zou kunnen leiden tot afsterven van de mogelijk aldaar aanwezige platte oesters, beschouw ik dit als een onaanvaardbaar risico ten aanzien van het kunnen bereiken van de instandhoudingsdoelen. De voor de voorgenomen activiteit te gebruiken platte oesters dienen daarom ook vrij te zijn van Bonamia, alsmede vrij van andere parasieten en ziekten. Om te voorkomen dat ziekten en parasieten met de oesters worden verspreid neem ik voorschrift 11 op in de vergunning.

Ik deel de conclusie van de passende beoordeling dat effecten door introductie van exoten/probleemsoorten, ziekten en parasieten kunnen worden uitgesloten. Er is geen sprake van verslechtering van natuurlijk habitat in Natura 2000-gebied, geen sprake van verslechtering van het leefgebied van soorten en ook geen verstoring van soorten.

  1. Stikstofdepositie

Op 28 maart 2019 is een berekening uitgevoerd met AERIUS Calculator (kenmerk: RzcgeyXxJbk9). Uit deze berekening blijkt dat de voorgenomen activiteit niet zal leiden tot meetbare stikstofdepositie op enig Natura 2000-gebied. Effecten door stikstofdepositie zijn hiermee uitgesloten.

  1. Cumulatie

Bij vergunningverlening voor een project dient een beoordeling plaats te vinden van de cumulatieve gevolgen indien het project, afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of handelingen, significante gevolgen kunnen hebben voor het desbetreffende Natura 2000-gebied. Vergunning kan alleen verleend worden als het project afzonderlijk of in combinatie met andere projecten geen significante gevolgen heeft.

Ik heb hiervoor reeds geconcludeerd dat de uitvoering van de voorgenomen activiteit zelfstandig beschouwd, niet kan leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het betreffende Natura 2000-gebiedd of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het betreffende gebied is aangewezen.

Ik concludeer dat in de aangeleverde PB een volledige en juiste cumulatie-toetsing is uitgevoerd.

  1. CONCLUSIE VERGUNNINGVERLENING

Met de door u uitgevoerde PB als bedoeld in artikel 2.8, lid 1, van de Wnb, en de daarbij behorende documenten, is de zekerheid verkregen dat met het uitvoeren van de aangevraagde activiteit, rekening houdend met de relevante instandhoudingsdoelstellingen en met inachtneming van de in de vergunning opgenomen voorschriften, waaronder mitigerende maatregelen, geen aantasting zal optreden van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Borkum-Riffgrund (D).

Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat de gevraagde vergunning, onder de opgenomen voorschriften en beperkingen, kan worden verleend.

Naar boven