Onderwerp: Bezoek-historie

Oesterexperiment Heerenkeet (verlenging)
Ondertekeningsdatum:31-01-2019Geldigheid:01-03-2019 t/m 31-12-2021Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Geachte ,

Op basis van uw verzoek van 22 november 2018 namens Visserijbedrijf D.P. Haaij, om een verlenging van de op 26 februari 2018 op grond van artikel 2.7, lid 2, Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleende vergunning (kenmerk: DGAN-NB / 18034651) verleen ik hierbij vergunning ten behoeve van een experiment met het kweken van oesters door middel van manden aan lijnen, zakken op tafels en een flupsy (Floating Upwelling System) in het Natura 2000-gebied Oosterschelde.

Voor een weergave van de inhoud van de aanvraag en de relevante wet- en regelgeving alsmede het van toepassing zijnde beleid verwijs ik naar de bijlage bij dit besluit. In dezelfde bijlage treft u voorts mijn inhoudelijke overwegingen die aan dit besluit ten grondslag liggen aan. De aanvraag en de bijlagen maken onderdeel uit van dit besluit.

Voorschriften en beperkingen

Ter bescherming van de in het Natura 2000-gebied Oosterschelde aanwezige beschermde natuurwaarden, verbind ik aan deze vergunning de volgende voorschriften en beperkingen.

Algemeen

  1. Deze vergunning staat op naam van Visserijbedrijf D.P. Haaij (hierna vergunninghouder) (of diens rechtsopvolger).

  2. Deze vergunning wordt uitsluitend gebruikt door (medewerkers van) de vergunninghouder of aantoonbaar in opdracht van de vergunninghouder handelende (rechts)personen. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.

  3. De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de vergunde activiteit wordt uitgevoerd over een kopie van deze beschikking, inclusief alle daarbij behorende bijlagen.

  4. De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen zijn aantoonbaar op de hoogte van de inhoud en het doel van deze voorschriften en beperkingen, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven.

  5. Het tijdstip waarop de vergunde activiteit daadwerkelijk wordt gestart, wordt minimaal 1 week voor de aanvang ervan gemeld aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ter attentie van het Team Natuurvergunningen (hierna: het bevoegd gezag).

  6. De vergunde activiteit wordt overeenkomstig de ingediende aanvraag en bijbehorende passende beoordeling uitgevoerd, met inachtneming van de aan deze vergunning verbonden voorschriften en beperkingen. Bij eventuele strijdigheid van de aanvraag en/of passende beoordeling met de voorschriften en beperkingen in onderhavige vergunning, prevaleren deze laatste.

  7. Bij een opgetreden incident wordt onverwijld melding over de aard en omvang van het incident gedaan aan het bevoegd gezag onder overlegging van alle relevante gegevens. Onder incident wordt in dit verband verstaan 'een onvoorziene gebeurtenis waardoor schade aan de natuurlijke kenmerken in het betrokken beschermde gebied is of kan worden toegebracht' (bijvoorbeeld wanneer onbedoeld vrijgekomen schadelijke stoffen een habitattype of habitat- of vogelsoort bedreigen.)

  8. Bij een opgetreden incident is de vergunninghouder verplicht eventuele verontreinigingen zo mogelijk direct te laten verwijderen en de eventueel opgetreden schade voor zover mogelijk te herstellen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag.

  9. Alle door of namens het bevoegd gezag te geven aanwijzingen en/of uitvoeringsbepalingen worden binnen de in de aanwijzing bepaalde termijn opgevolgd.

  10. Zodra de werkzaamheden met betrekking tot de vergunde activiteit feitelijk zijn beëindigd, wordt dit uiterlijk binnen een week bij het bevoegd gezag gemeld.

  11. Alle correspondentie uit hoofde van deze vergunning kan per reguliere post of per e-mail (wetnatuurbescherming@minez.nl) worden gedaan.

Nadere inhoudelijke voorschriften

  1. De experimenten vinden plaats op 64m2 sublitoraal gebied van de locatie Heerenkeet binnen een polygoon met de volgende coördinaten (WGS84):

Lengtegraad Breedtegraad

3,847870 51,677800

3,848403 51,677630

3,848215 51,677186

3,847719 51,67734

  1. Het experiment betreft uitsluitend het kweken van uit de Oosterschelde of een gecertificeerde hatcherie afkomstige oesters in aan lange lijnen hangende mandjes en/of in zakken op tafels en/of in flupsies.

  2. Het is niet toegestaan afval of onderzoeksmaterialen in het gebied achter te laten. Restafval mag niet in het water terecht komen en dient te worden opgevangen en afgevoerd conform de daartoe geldende wet- en regelgeving.

  3. De te gebruiken installaties zijn deugdelijk van constructie. Indien bij kunststof-onderdelen van de kweekinstallatie zichtbare slijtage wordt geconstateerd, dienen deze binnen een maand te worden vervangen. Dit ter beperking van de verspreiding van microplastics in het ecosysteem van de Oosterschelde.

  4. Als het experiment is afgerond worden alle materialen en constructies verwijderd.

  5. Alle werkzaamheden dienen bij daglicht plaats te vinden.

  6. Het gebruik van geluidsapparatuur, anders dan ten behoeve van communicatie betreffende de veiligheid, is niet toegestaan.

  7. Verstoring van de in het gebied aanwezige fauna dient tot een minimum te worden beperkt. Groepen vogels mogen niet dichter dan tot een afstand van 500 meter benaderd worden.

    Toezicht

  8. De vergunninghouder voert een administratie waarin alle op deze vergunning betrekking hebbende documenten en bewijsstukken ten aanzien de naleving van de voorschriften en beperkingen van deze vergunning, zijn opgenomen.

  9. De vergunninghouder geeft, overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht, alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder(s).

  10. Gevraagde informatie en documenten, bijvoorbeeld met betrekking tot de voorschriften 3 en 20, worden op eerste vordering aan de daartoe bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren getoond.

Looptijd/geldigheid

  1. De vergunning is geldig van 1 maart 2019 t/m 31 december 2021.

Ter informatie

Op grond van art. 5.1, lid 1 van de Wnb jo. afdeling 4.1.1. Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.

Op grond van artikel 5.4, lid 1 en lid 2, van de Wnb kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd.

Op grond van artikel 7.2, lid 2, van de Wnb kan een last onder bestuursdwang worden opgelegd.

Conform artikel 5:32, lid 1, Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan, aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:



 

MT-lid bij het Directoraat-Generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied

Bezwaar

Tegen dit besluit staat op grond van de Algemene wet bestuursrecht voor een belanghebbende de mogelijkheid open een bezwaarschrift in te dienen. Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij:

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Afdeling Juridische Zaken

Postbus 40219

8004 DE Zwolle

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste de volgende elementen bevatten:

  1. de naam en het adres van de indiener;

  2. de dagtekening;

  3. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is, en

  4. de gronden van bezwaar.

Het is raadzaam een kopie van dit besluit bij het bezwaarschrift te voegen.

Publicatie besluit

Op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur zal het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit onderhavig besluit openbaar maken. De besluiten op grond van de Wnb, waaronder onderhavige, zullen, onder anonimisering van de persoonsgegevens, geplaatst worden op http://vergunningenbank.overheid.nl/wet-natuurbescherming

Bijlage 1 Overwegingen

1 ONDERWERP AANVRAAG

De aanvraag betreft verlenging van de op de op 26 februari 2018 op grond van artikel 2.7, lid 2, Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleende vergunning (kenmerk: DGAN-NB / 18034651) ten behoeve van een experiment met het kweken van oesters door middel van manden aan lijnen, zakken op tafels en een flupsy (Floating Upwelling System) in het Natura 2000-gebied Oosterschelde. De verleende periode betreft die van 1 februari 2018 tot en met 28 februari 2019.

In voorjaar 2018 zijn de off-bottom systemen voor de oesterkweek geplaatst en zijn de eerste halfwas oesters (welke geraapt zijn in de Oosterschelde op oesterpercelen en in de Heerenkeet zelf) in de manden en zakken gestopt voor verdere opkweek. Ook is begin 2018 de flupsy geplaatst. De huidige aanvraag betreft uitsluitend de voortzetting van de reeds verleende activiteit. De verlenging wordt aangevraagd van 1 februari 2019 t/m 31 december 2021.

De aangevraagde activiteit kan tot effecten leiden op de beschermde natuurwaarden het Natura 2000-gebied Oosterschelde.

Voor een uitgebreidere beschrijving van de voorgenomen activiteit wordt kortheidshalve verwezen naar de Passende Beoordeling (hierna: PB) bij de aanvraag.

2 PROCEDURE

Op 22 november 2018 ontving ik uw aanvraag. Bij brief van 17 december 2018 (kenmerk: DGNVLG-NB/ 18316621) heb ik de ontvangst van uw aanvraag bevestigd en heb ik u verzocht de aanvraag aan te vullen. De gevraagde aanvulling heb ik van u op 29 december 2018 ontvangen.

3 WETTELIJK KADER

Relevante artikelen Wet natuurbescherming

In relatie tot het betrokken Natura 2000-gebied zijn in deze relevant de artikelen 2.7, lid 2, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en 2.8, lid 1 , artikel 2.9, lid 5 tot en met 8 van de Wnb, artikel 2.7, lid 1, sub b, Besluit natuurbescherming (hierna: het Bnb).

De exacte wetsteksten zijn te raadplegen op www.overheid.nl onder 'wet- en regelgeving'.

Bevoegdheid

De voorgenomen activiteit valt onder artikel 1.3, lid 1, onder f, sub 1, van het Bnb, luidend: uitoefening van de volgende vormen van visserij: (...) invangen van schelpdierenzaad en van schelpdiercultures.

Vergunningplicht

De aangevraagde activiteit kan mogelijk de kwaliteit doen verslechteren van of een significant verstorend effect hebben op de in hoofdstuk 4 genoemde beschermde natuurwaarden.

De beoordeling van projecten en andere handelingen

Project met mogelijk significante gevolgen

De door u voorgenomen activiteit is een project in de zin van artikel 2.7, lid 2 van de Wnb dat, afzonderlijk of in cumulatie met andere plannen of projecten kan leiden tot significante gevolgen (gevaar) voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-gebied. Het betreft de uitvoering van (materiële) ingrepen in het natuurlijke milieu.

Passende beoordeling

Voor een project dat, afzonderlijk of in cumulatie kan leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen, kan alleen een vergunning verleend worden als een PB gemaakt is door de aanvrager, rekening houdend met instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. De bij de aanvraag gevoegde PB biedt de grondslag voor de (nadere) vaststelling van de aard en omvang van de gevolgen (mede gelet op de eventuele cumulatie van gevolgen) en de wijze waarop in mitigatie is voorzien. In de PB zijn de effecten getoetst aan de instandhoudingdoelstellingen uit het aanwijzingsbesluit betreffende Natura 2000 gebied Oosterschelde.

Een PB is niet vereist wanneer sprake is van een project dat direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied. Een PB is evenmin vereist wanneer sprake is van de herhaling of voortzetting van een plan of project waarvoor al eerder een passende beoordeling is gemaakt en wanneer een nieuwe PB geen nieuwe inzichten kan opleveren. Op 5 maart 2018 is in Staatscourant 2018, nr. 12368 het Ontwerpwijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden gepubliceerd. Dit houdt een correctie in van de aanwijzingsbesluiten met betrekking tot de relevante instandhoudingsdoelstellingen.

De aanwezige waarden mogen vanaf dat moment niet verslechteren. De aanvraag is daarom opnieuw onderbouwd met een PB.

De gevraagde vergunning kan slechts verleend worden, indien ik mij ervan heb kunnen verzekeren dat de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied niet aangetast zullen worden. In het onderstaande volgt mijn beoordeling van de effectenanalyse zoals neergelegd in de PB.

Beleidsbesluit schelpdiervisserij 2005-2020

Kansen op het gebied van vernieuwing binnen de schelpdiervisserij hebben vooral betrekking op alternatieve/nieuwe productietechnieken en omstandigheden/ systemen waarbinnen de schelpdiervisserij plaatsvindt. Deze vormen van innovatie bieden uitstekende perspectieven op een verdere ontwikkeling naar een duurzame schelpdiersector.

Initiatieven om ook andere soorten zoals St. Jacobsschelpen, Venusschelpen en Japanse oesters te kweken zullen op hun inpasbaarheid binnen de bestaande kaders worden beoordeeld. Op voorhand wordt vanuit een positieve grondhouding naar dit soort initiatieven gekeken. Nieuwe kweekvormen zullen vooraleerst alleen onder experimentele omstandigheden (kleinschalig en begeleid door onderzoek) mogen plaatsvinden. Een koppeling met het innovatie traject ligt in deze voor de hand. Aan dergelijke initiatieven kunnen geen rechten voor de toekomst worden ontleend.

Natura 2000-Beheerplan Deltawateren 2016-2022 (Oosterschelde)

De reguliere bodemkweek van oesters is onder specifieke voorwaarden vrijgesteld

van de vergunningplicht onder de Wet Natuurbescherming. De oesterhangcultuur

en experimentele oesterkweek blijven een vergunningplichtige activiteit.

4 INHOUDELIJKE BEOORDELING

Afbakening

Gebied

De activiteit vindt plaats op 64m2 sublitoraal gebied van de locatie Heerenkeet in Natura 2000-gebied Oosterschelde binnen een polygoon (ca. 3,5 ha) met de volgende coördinaten (WGS84):

Lengtegraad Breedtegraad

3,847870 51,677800

3,848403 51,677630

3,848215 51,677186

3,847719 51,67734.

Gevolgen

Ten behoeve van de beoordeling van de gevolgen is geïnventariseerd welke in redelijkheid denkbare typen gevolgen onderzocht moeten worden. Dit betreft:

  • Visuele verstoring;

  • Verstoring door geluid;

  • Verstoring door trilling;

  • Verontreiniging;

  • Verandering dynamiek substraat;

  • Mechanische effecten;

  • Verandering populatiedynamiek;

  • Verandering soortensamenstelling;

  • Verstoring of verlies oppervlakte.

Natuurwaarden

De natuurwaarden die door de genoemde gevolgen beïnvloed kunnen worden zijn:

  • Habitattypen: habitattype 1160 (Grote ondiepe baaien en kreken)

  • Habitatrichtlijnsoorten: Fint, gewone zeehond, grijze zeehond, bruinvis en Noordse woelmuis

  • Vogelrichtlijnsoorten: diverse soorten broedvogels en niet-broedvogels (zie paragraaf 4.4. van de PB voor een overzicht).

De diverse beschermde waarden en de relevante instandhoudingsdoelstellingen van het betrokken Natura 2000-gebied staan vermeld op www.rijksoverheid.nl/lnv ('Onderwerpen' >'Natuur en Biodiversiteit' > 'Natura 2000').

Conclusie afbakening

Ik ben van oordeel dat de afbakening van het gebied, gevolgen en natuurwaarden dat door de aangevraagde activiteit beïnvloed zou kunnen worden in de PB op een juiste wijze heeft plaatsgevonden.

Mogelijke effecten en mitigatie

Habitattypen

De aangevraagde activiteit kan mogelijk leiden tot verlies aan oppervlakte en

kwaliteit van het habitattype Grote ondiepe baaien en kreken.

Ik onderschrijf de in de passende beoordeling en aanvullende gegevens getrokken conclusie dat een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is uit te sluiten. Er is ook geen sprake van verslechtering van natuurlijk habitat in het betreffende Natura 2000-gebied.

Om te borgen dat er met betrekking tot mogelijke verontreiniging van het habitattype Grote ondiepe baaien en kreken inderdaad geen effecten zullen optreden, neem ik in de vergunning daartoe voorschriften 13 tot en met 16 op.

Habitatrichtlijnsoorten

De aangevraagde activiteit kan mogelijk leiden tot verstoring van de fint, gewone zeehond, grijze zeehond, bruinvis en Noordse woelmuis.

Ik onderschrijf de in de passende beoordeling getrokken conclusie dat een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is uit te sluiten. Er is ook geen sprake van verslechtering van het leefgebied in het betreffende Natura 2000-gebied en ook geen verstoring van de soort.

Om te borgen dat er met betrekking tot mogelijke verstoring van

Habitatrichtlijnsoorten inderdaad geen effecten zullen optreden, neem ik in de vergunning daartoe voorschriften 14 tot en met 18 op.

Vogelrichtlijnsoorten

De aangevraagde activiteit kan voor zowel broedvogels als niet-broedvogels door

verstoring een effect hebben op de rust- en foerageermogelijkheden, alsmede op

het functioneren van de projectlocatie als hoogwatervluchtplaats.

Ik onderschrijf de in de passende beoordeling en aanvullende gegevens getrokken conclusie dat een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is uit te sluiten en er geen sprake is van verslechtering van leefgebied in het betreffende Natura 2000-gebied en ook geen verstoring van de soorten.

Om te borgen dat er met betrekking tot mogelijke verstoring van

Vogelrichtlijnsoorten inderdaad geen effecten zullen optreden, neem ik in de vergunning daartoe voorschriften 14 tot en met 19 op.

Overige overwegingen

In mijn besluitvorming betrek ik ook de navolgende overwegingen:

  • Het project is zeer gering van omvang (minder dan 100 m2).

  • Het project is in beginsel tijdelijk (1 jaar). Voor eventuele voortzetting en/of opschaling is een nieuwe vergunning vereist.

Stikstofdepositie

Aangezien alle activiteiten lopend vanaf de wal worden uitgevoerd leiden de voorgenomen activiteiten niet tot een verhoogde uitstoot van stikstof.

Het project heeft daarmee geen invloed op de stikstofdepositie op gevoelige gebieden. De stikstofdepositie is hiermee niet vergunningplichtig.

Looptijd vergunning

U heeft verlenging van de vergunning, met kenmerk DGAN-NB / 18034651 aangevraagd van 1 februari 2019 tot en met 31 december 2021. Daar de verleende vergunning een looptijd heeft tot en met 28 februari 2019, laat ik de gevraagde vergunning per 1 maart 2019 ingaan.

Cumulatie

Bij vergunningverlening voor een project dient een beoordeling plaats te vinden van de cumulatieve gevolgen indien het project, afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of handelingen, significante gevolgen kunnen hebben voor het desbetreffende Natura 2000-gebied. Vergunning kan alleen verleend worden als het project afzonderlijk of in combinatie met andere projecten geen significante gevolgen heeft.

Ik heb hiervoor reeds geconcludeerd dat de uitvoering van de voorgenomen activiteit zelfstandig beschouwd, niet kan leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het betreffende Natura 2000-gebiedd of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het betreffende gebied is aangewezen.

Ik concludeer dat in de aangeleverde PB een volledige en juiste cumulatie-toetsing is uitgevoerd.

5 CONCLUSIE VERGUNNINGVERLENING

Het project wordt niet uitgevoerd in het litoraal. De verstoring tijdens de werkzaamheden zijn beperkt (uitwijkmogelijkheden om te foerageren, visuele afscherming door de dijk) en het betreft een tijdelijk project van een beperkte omvang zonder permanente effecten op het habitattype.

Met de door u uitgevoerde PB als bedoeld in artikel 2.8, lid 1, van de Wnb en aanvullende gegevens, is de zekerheid verkregen dat met het uitvoeren van de aangevraagde activiteit, rekening houdend met de relevante instandhoudingsdoelstellingen en met inachtneming van de in de vergunning opgenomen voorschriften, waaronder mitigerende maatregelen, geen aantasting zal optreden van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Oosterschelde.

Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat de gevraagde vergunning, onder de opgenomen voorschriften en beperkingen, kan worden verleend.

Naar boven