Inleiding
Sinds enkele jaren bestaat de mogelijkheid voor militair juristen om geplaatst te kunnen worden bij de United States Army Academy West Point (West Point). Deze militaire academie verzorgt de initiële opleiding voor Amerikaanse landmacht-officieren. Luitenant-kolonel mr. Mehmet Ҫoban geeft in dit tijdschrift een mooie inkijk in de juridische opleidingen die West Point biedt, waar Nederlandse militair juristen onderdeel van zijn.2 Zijn bijdrage biedt mij gelegenheid ook eens de militair-juridische opleidingen voor (aspirant)officieren binnen de Nederlandse krijgsmacht onder de aandacht te brengen. Aangezien het militair-juridisch onderwijs in de Nederlandse opleidingen voor aspirant-officieren zich moeilijk laat vergelijken met dat van West Point, is mijn opzet geen vergelijking, maar een uiteenzetting van de Nederlandse opleidingen.
De Nederlandse krijgsmacht kent verschillende soorten opleidingen voor officieren waarbinnen militair-juridisch onderwijs wordt gegeven. Eén wijze van indelen is een onderverdeling in drie categorieën: 1) de initiële opleidingen voor aspirant-officieren aan de opleidingsinstituten van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA), 2) de loopbaanopleidingen voor officieren, en 3) de militair-juridische opleiding voor militair juristen. Ik beperk mij tot de eerste categorie en schets het huidige militair-juridisch onderwijs in de initiële officiersopleidingen. Ook sta ik stil bij de Sectie Militair Recht van de Faculteit Militaire Wetenschappen van de NLDA, die het militair-juridisch onderwijs in deze opleidingen verzorgt.
De Nederlandse Defensie Academie
De NLDA verzorgt zowel initiële- als loopbaanopleidingen.3 De initiële opleidingen voor cadetten en adelborsten vinden plaats aan het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM), de Koninklijke Militaire Academie (KMA) en de Faculteit Militaire Wetenschappen (FMW). Het KIM en de KMA verzorgen de militaire opleidingen tot officier bij de vier krijgsmachtsdelen. De FMW verzorgt het wetenschappelijk deel van de opleiding tot officier. De FMW verzorgt daarnaast ook meerdere universitaire master-programma's (Military Strategic Studies, Military Technology, Processes & Systems en Defence Management of Compliance and Innovation).4 Aangezien deze primair bedoeld zijn voor officieren5 die zich in een verder stadium van hun loopbaan bevinden terwijl dit artikel focust op initiële opleidingen, worden deze hier niet verder besproken.
Er bestaan verschillende manieren om officier in de krijgsmacht te worden. Dat varieert van de militair wetenschappelijke opleiding (MWO), ook wel het lang model genoemd, tot de korte opleidingen tot officier (KOO), opleidingen voor specialisten (SPEC), de specialistische opleidingen en de opleiding voor reservisten.
De MWO is een vierjarige opleiding, die bestaat uit een opleiding tot militair en een wetenschappelijk traject dat leidt tot het behalen van een bachelor graad in één van de drie studierichtingen: Krijgswetenschappen (KW), Militaire Bedrijfswetenschappen (MBW) of Militaire Systemen & Technologie (MST). Voor de aspirant-officier die deze opleiding volgt, is het bachelortraject van de FMW verweven met officiersopleiding aan het KIM of de KMA.
De korte opleidingen tot officier vinden aan het KIM of de KMA plaats. Deze staan open voor personen die al een hbo- of wo-opleiding hebben afgerond. De vier operationeel commando's hebben elk hun eigen opleiding. Momenteel wordt gewerkt aan het samenvoegen van opleidingen tot een gezamenlijke Defensiebrede Korte Officiers Opleiding (DKOO). De duur van de korte opleidingen verschilt van twintig weken tot twee jaar, afhankelijk van het krijgsmachtsdeel. De opkomstmomenten voor de korte opleidingen verschillen en kunnen meerdere keren per jaar plaatsvinden.
De opleiding voor specialisten is een korte opleiding van tien weken en is bedoeld voor bijvoorbeeld medisch en religieus personeel of andere officieren met een specialisme, zoals communicatieadviseur, fysiotherapeut of redacteur. Een specialistische opleiding is een opleiding voor groepen officieren waarvoor een bijzonder curriculum is samengesteld. De enige specialistische opleiding op dit moment is de postacademische opleiding Militair Juridische Dienst Krijgsmacht (PAO-MJDK). Ten slotte is er de initiële opleiding voor reserveofficieren (IRO).
De Sectie Militair Recht
In alle genoemde officiersopleidingen wordt militair recht6 onderwezen door medewerkers van de Sectie Militair Recht.7 De Sectie valt binnen de Vakgroep Krijgswetenschappen van de FMW. Tot voor kort bestond de sectie voornamelijk uit militairen. Tegenwoordig kent de sectie ook meerdere posities voor burgerjuristen. De sectie is opgebouwd uit de gebruikelijke academische functies met (militaire) docenten, universitair docenten, universitair hoofddocenten en een hoogleraar.8 Bovendien maakt de sectie ten behoeve van het onderwijs in het lang model gebruik van de militaire leden van de militaire kamer van de rechtbank in Arnhem om als gastsprekers op te treden in het vak militair straf- en tuchtrecht. Ten slotte is momenteel een promotieonderzoeker als reservist verbonden aan de sectie.
De docenten richten zich primair op de korte opleidingen aan het KIM en de KMA en de specialistenopleidingen. De universitair docenten, hoofddocenten en de hoogleraar hebben, gelijk bij een civiele universiteit, twee hoofdtaken: onderwijs in de bachelor- en masteropleidingen van de FMW en het doen van wetenschappelijk onderzoek. De universitair docenten, hoofddocenten en de hoogleraar dienen in beginsel gepromoveerd te zijn. Dat betekent dat aan de militaire functies zowel een rang als een wetenschappelijke functie-eis is verbonden. Het CLAS9 en het CZSK10 vullen een universitaire functie. De militaire universitair hoofddocent (kolonel) kan rouleren tussen de krijgsmachtsdelen. Naast genoemde kwalificaties zijn alle leden van de sectie verplicht hun basiskwalificatie onderwijs (BKO) te behalen. Deze opleiding in didactische bekwaamheid is een vereiste voor het mogen geven van universitair onderwijs.
Bachelors
Voor het lang model is het juridisch onderwijs verweven in de drie bacheloropleidingen (KW, MBW en MST). Het aanbod van juridische vakken voor de aspirant-officier is afhankelijk van de gekozen bachelor. Voor elke student is het vak humanitair oorlogsrecht (HOR) verplicht. Dit vak wordt in het eerste jaar van de bachelor gegeven. Daarnaast komt staatsrecht in relatie tot de krijgsmacht in het vak Krijgsmacht, Politiek en Staat (KPS) aan de orde, dat ook voor iedereen verplicht is. Na een gezamenlijke periode, kiezen de aspirant-officieren een bachelor-richting en is het aanbod militair recht afhankelijk van de gekozen richting.
De bachelor Krijgswetenschappen heeft het grootste aanbod. Militair recht is één van de vijf leerlijnen op grond waarvan het curriculum is opgebouwd. In KW wordt het vak Internationaal Recht onderwezen en in het derde jaar kan voor een minor Militair Recht worden gekozen. De minor bestaat uit vijf vakken: militair straf- en tuchtrecht, militair ambtenarenrecht, rechtsbases, rechtsregimes (HOR en mensenrechten) en een (mini)scriptie, waarbij de studenten zelf hun juridisch onderwerp mogen kiezen. Aangezien de studenten kunnen kiezen uit drie minor-richtingen en ook de mogelijkheid hebben een minor aan een andere universiteit te volgen, volgt hieruit dat niet elke KW-student de minor militair recht volgt. De minor staat ook open voor studenten van een civiele universiteit. Naast de juridische vakken wordt in afzonderlijke colleges in andere vakken (zoals militaire operaties en strategie11) stilgestaan bij recht.
Voor bachelor studenten in de studierichting MBW is naast HOR en KPS, militair straf- en tuchtrecht en militair ambtenarenrecht verplicht in het vierde jaar. MBW heeft daarmee het grootste aantal verplichte studiepunten dat voor militair recht behaald moet worden. Met uitzondering van de adelborsten die een aantal juridische vakken in het officiersopleidingsgedeelte verplicht krijgt gesteld, heeft MST na de gezamenlijke bachelor periode geen juridische vakken meer in het verdere curriculum. Voor adelborsten die MST doen, zijn de juridische vakken van de korte opleiding aan het KIM verplicht.
In het vierde jaar kunnen studenten kiezen een juridische eindscriptie te schrijven. Voor wie de minor militair recht en een juridisch eindscriptie succesvol heeft afgerond, bestaat de mogelijkheid een master internationaal publiekrecht aan de universiteit Utrecht of Amsterdam te volgen.
Korte opleidingen
In elk van de korte opleidingen wordt militair recht verzorgd. Dit bestaat uit een vak waarin alle standaardaspecten van het militair recht aan bod komen. Het KIM heeft het meest uitgebreide curriculum militair recht voor het kort model.12 Daar behoren vier vakken tot het curriculum: nationaal militair recht,13 internationaal publiekrecht,14 HOR, en voor de logistieke dienst wordt een aantal praktische lessen gedraaid dat adelborsten laat kennismaken met verschillende juridische organisaties binnen en buiten de krijgsmacht waar zij in de toekomst mee te maken kunnen krijgen. Deze vakken zijn ook voor de adelborsten officieren van het lang model verplicht. Hiermee wordt ondervangen dat ook de adelborsten die de technische bachelor kiezen nog vakken militair recht moeten volgen (zie schema 1). Voor de korte opleidingen van het CLAS, CLSK en Koninklijke Marechaussee (KMar) wordt militair recht in één vak van een aantal colleges gegeven.
De vakken van de korte opleiding worden verschillende keren per jaar gedraaid. Dit heeft onder meer te maken met de meerdere opkomstmomenten en met het feit dat het KIM daarnaast ook differentieert in opleidingen voor de verschillende korpsen, zoals de zeedienst, logistieke dienst en mariniers. Naast de juridische vakken komen sommige juridische aspecten nog als leerdoel in een ander vak naar voren, waar invulling aan wordt gegeven door een colleges in die vakken. Zo worden in de opleiding voor de KMar de werking van de Politiewet en de taken van de marechaussee onder de aandacht gebracht.
Master en specialistische opleidingen
In de Master Security Studies (MSS) maakt het vak International Law of Military Operations (ILMO) deel uit van de studierichting War Studies. In enkele andere vakken binnen deze opleiding worden ook colleges over het recht gegeven. Zo wordt in het vak Europees Stratego ingegaan op het recht van internationale organisaties. Voor de opleidingen voor specialisten en reservisten bestaan ook colleges militair recht die alle aspecten van het militair recht (in een notendop) aanstippen.
Onderzoek
Zoals hierboven genoemd, is onderzoek de tweede hoofdtaak van de Sectie Militair Recht.15 Sinds het lange model officiersopleiding in 2005 een universitaire bacheloropleiding is geworden,16 zijn er voor militair juristen geplaatst bij de FMW twee verplichtingen bijgekomen: 1) Voor een aantal functies zijn aanvullende academische kwalificaties vereist. En 2) van degenen die op deze functies zijn geplaatst, wordt verlangd dat zij zich naast onderwijs ook richten op het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek.
Wetenschappelijke functie-eis
De universitair (hoofd)docenten moeten in beginsel in het bezit zijn van een doctorstitel. Dit maakt dat er dus drie militair-juridische functies binnen het militair juristen bestand bestaan waarvoor een afgerond promotieonderzoek is vereist. Tezamen met de drie burgerfuncties binnen de sectie, maakt dat er zes gepromoveerde juristen nodig zijn. De FMW heeft (nog) geen promotierecht, zodat de doctorstitel aan een civiele universiteit behaald moet worden.
De militair-juridische scholing voor militair juristen kent, kort genomen, vier soorten scholing: Initiële, bijscholing, brevettering en specialistische scholing. De Richtinggevende Kaders MJDK (2006) geeft aan dat onder specialistische scholing zowel de scholing voor diegenen die als militair lid gaan functioneren bij de militair kamer van de rechtbank in Arnhem, als de opleiding voor militair juristen die als U(H)D aan de FMW worden geplaatst wordt verstaan. Voor de rechtbankfuncties bestaat een (civiel) opleidingstraject waar kandidaat-militaire leden voor worden aangemeld alvorens op functie te starten. Het voorbereidingstraject voor de FMW wordt mogelijk gemaakt door het promotiebeleid van de krijgsmachtsdelen. Zo wijst het CZSK-beleid specifiek naar de UD-functie voor een gepromoveerde militair jurist aan de FMW.
Tot op heden wordt aan de functie-eis doorgaans invulling gegeven door het promotieonderzoek te starten op het moment dat de militair aan de functie begint. De huidige realiteit is namelijk dat de academische aansluiting via het promotiebeleid van de krijgsmachtsdelen slechts sporadisch door militair juristen wordt gebruikt. Dit betekent dat voor de universitair docenten functies (LTZ1 en LKOL) er meestal geen academisch gekwalificeerde officier-juristen binnen het gehele bestand bestaan. Het 'PhD-treintje', zoals BGEN Paul Ducheine dit noemde, mist daarmee enkele wagons.17 Sinds de evolutie naar een universitaire bachelorsopleiding die twintig jaar geleden gestart is, is er tot op heden geen gepromoveerde militair jurist18 geweest voor de universitair docenten functies. Voor de universitair hoofddocent was er tot nu toe altijd wel iemand die zowel was gepromoveerd als de rang van kolonel mocht bereiken. Het huidige bestand militair juristen kent momenteel vier gepromoveerden.19
Het onderzoeksgedeelte van de functie wordt daarmee ingevuld met de start van een promotietraject. Ofschoon dit voor het onderwijs geen enkel issue oplevert, kan dit (nog los van meer organisatorische onderwerpen, zoals accreditatienormen), minder ideaal zijn voor zowel de invulling van het onderzoeksgedeelte, als de militair jurist zelf. Promotieonderzoek, het genereren van inhoudelijk rendement en het ontwikkelen van een wetenschappelijk netwerk zijn doorgaans lange trajecten. Het is daarmee ook een uitdaging om dit binnen een normale militaire functieduur af te ronden. Voor de militaire promovendus persoonlijk ontstaat dan de uitdaging een promotie in een vervolgfunctie te moeten afronden. Actievere aansluiting bij de mogelijkheden van het promotiebeleid zou een toekomstige kandidaat beter op voorhand voorbereiden, meer inhoudelijk rendement geven en in staat stellen het promotietraject binnen redelijke termijnen af te ronden.
Wetenschappelijk onderzoek
Naast de functie-eis wordt wetenschappelijk personeel van de FMW geacht om, naast het verzorgen van onderwijs, wetenschappelijk onderzoek te verrichten. Militair juristen die op een academische functie zijn geplaatst zullen zich op een wetenschappelijke wijze op het gebied van militair recht dienen te verdiepen. Dit vertaalt zich concreet naar onder meer verschillende vormen van output, zoals publicaties over het hele palet van vak- tot lekenpublicaties, het organiseren van, spreken bij en deelname aan relevante congressen en workshops, geven van gastcolleges en het geven van duiding (aan bijvoorbeeld de media, politiek of andere interesse groepen, waaronder academische studieverenigingen) over militair-juridische onderwerpen. Zo is bijvoorbeeld de duiding van professor Zwanenburg over humanitair oorlogsrechtelijke aspecten van het Gaza en Oekraïne-Rusland met grote regelmaat in verschillende media te vinden, waren leden van sectie betrokken bij de duiding over internationaalrechtelijke aspecten van de Gaza voor de Vaste Kamercommissie, en (mede)organiseerde de sectie conferenties over diversification of civilian agency, het gebruik van biometrie in militaire operaties20 (tezamen met het CCDCOE in Tallinn, waar ook een Nederlandse militair jurist is geplaatst), het Oekraïne conflict en de bescherming van krijgsgevangenen.21 Naast de studie van het militair recht is het uiteraard ook de bedoeling dat onderzoek terugvloeit in de bachelor- en masteropleidingen voor de aspirant-officieren.
De onderzoekagenda van de Sectie komt in grote lijnen op drie wijzen tot stand. In de eerste plaats door een focus op nieuwe ontwikkelingen op juridisch gebied die van belang zijn voor de krijgsmacht (zoals ruimte, artificial intelligence en het gebruik van data in militaire operaties). Eén van de factoren voor het doen van onderzoek is beleidsrelevantie voor defensie, dat onder meer kan blijken uit beleidsstukken zoals een strategische kennis en innovatieagenda of de defensievisie. Twee onderzoekers van de sectie doen momenteel promotieonderzoek op militair ruimterechtelijke onderwerpen. In de tweede plaats kan de onderzoekagenda geleid worden door actualiteiten. Zoals de militair-rechtelijke aspecten van conflicten in Gaza en Oekraïne, maar ook de huidige focus van de krijgsmacht op hoofdtaak en het effect ervan op het militaire recht. En in de derde plaats wordt onderzoek geleid door de specifieke expertise van de aan sectie verbonden onderzoekers. Hier kan gewezen worden op onderwerpen zoals staatsaansprakelijkheid, repressief en restoratief juridisch defensieoptreden na ongewenst gedrag van militairen, militair tuchtrecht en maritiem-rechtelijke onderwerpen.
Als onderdeel van de Vakgroep Krijgswetenschappen is de sectie onderdeel van het War Studies Research Centre (WSRC); het onderzoekscentrum van de Vakgroep Krijgswetenschappen. Naast een interdisciplinaire focus van krijgswetenschappen, kan het WSCR kan onder meer zorgen voor budget en organisatorische ondersteuning. Het onderzoek van de sectie is daarnaast ook genetwerkt met andere externe onderzoekkringen. In dit verband kan het Law of armed conflictand military operations onderzoeksprogramma aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) genoemd worden. Dit programma is een autonoom onderzoekprogramma binnen het Amsterdam Center for International Law (ACIL) van de UvA. Dit programma staat ook onder leiding van professor Zwanenburg, in de hoedanigheid van hoogleraar Militair Recht aan de UvA. In het kader van het onderzoeksprogramma worden regelmatig bijeenkomsten georganiseerd van het Law of Armed Conflict and Peace Operations (LACPO) research forum. Dit forum is een netwerk dat bestaat uit vakgenoten van verschillende universiteiten, instituten en relevante ministeries. Netwerken met andere academische instituten of militair-rechtelijke studieverenigingen komt onder meer tot stand door het netwerk dat de militair-jurist zelf meebrengt en toevoegt aan de sectie. Zo zijn onderzoekers onder meer verbonden aan verschillende projecten, zoals de update het San Remo Manual project en het West Point Manual over AI, als redacteur betrokken bij de Articles of War blog van het Lieber Institute van West Point of betrokken als cursusleiders bij het Institute of international humanitiarian law (IIHL) te San Remo.
Ter conclusie
Elke aspirant-officier wordt in de initiële opleidingen aan militair recht blootgesteld. Uit de uiteenzetting hierboven mag geconcludeerd worden dat door verschillende factoren zoals de langere en kortere duur, niveaus en bachelor-richtingen en daaraan gekoppelde eindtermen, het aantal uren en onderwerpen dat aan militair recht wordt besteed in de initiële opleidingen voor aspirant-officieren verschilt.
Sinds de oprichting van de FMW in 2005 hebben er veranderingen plaatsgevonden in het militair-juridisch onderwijs aan de initiële officiersopleidingen. Dit ligt bij de aanvullende wetenschappelijke functie-eisen voor militair juristen en in hun taakuitvoering, waar naast er een onderzoekstaak bij is gekomen. Er bestaat ruimte om militair juristen beter voor te bereiden voor hun taak door actiever gebruik te maken van het promotiebeleid van de krijgsmachtsdelen. Het beperkt aantal functies die dit vereisen betekent overigens ook dat er geen 'volksstammen' nodig zijn, maar dat een dergelijk pad voor enkele enthousiastelingen gestimuleerd zou kunnen worden.
Hoewel ik mij in deze bijdrage heb beperkt tot het militair-juridisch onderwijs in de initiële officiersopleidingen, is dit onderwerp mijns inziens een aspect van een breder onderwerp over het volledige militair rechtelijke opleidings- en kennislandschap, waarover geen overkoepelende verantwoordelijkheid lijkt te zijn. Dit houdt, zoals ik in de inleiding aangaf, onder meer het militair juridisch onderwijs in de loopbaanopleidingen in, alsook de opleiding en inrichting van het kennislandschap voor militair juristen zelf. In dit perspectief zouden onderwerpen aan de orde kunnen komen die bijvoorbeeld ingaan op aansturing van leerlijnen in loopbaanopleidingen, opleidingen voor militair juristen (waaronder de PAO-MJDK en de MOR-J22), de inhoud van en selectie voor het brevet militair juridisch vorming, het beter afstemmen van (de facto) vier studieverenigingen militair recht,23 coördineren en inzetten van juridische kennisteams, of de inbedding van het Militair Rechtelijk Tijdschrift of misschien wel de Nederlandse Militair Juridische Bibliotheek. In ieder geval is het wel zo dat de MJD alle elementen in huis heeft dat benodigd is voor een robuust opleidings- en kennisnetwerk dat zowel onze primaire klanten (de krijgsmacht) als onszelf (militair juristen) kan bedienen.