Onderwerp: Bezoek historie

Arbocatalogus Tekenbeten en de ziekte van LymeGeldigheid: vandaagVersie: 1

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Arbocatalogus Tekenbeten en de ziekte van Lyme

 De Arbocatalogus Tekenbeten en de Ziekte van Lyme is door de sociale partners van de sector Defensie vastgesteld op 25 maart 2016 en zal uiterlijk drie jaar na vaststelling worden geëvalueerd.

Hoofdstuk 1: Algemeen

De Ziekte van Lyme is een toenemend gezondheidsprobleem in Nederland. Het toegenomen risico op infectie heeft potentiële consequenties voor Defensiemedewerkers. Defensie heeft immers veel medewerkers die regelmatig in het groen - de leefomgeving van teken - opereren of oefenen en dan het risico lopen om door teken gebeten te worden en de ziekte van Lyme kunnen krijgen.

Als militair is dat bijvoorbeeld op oefening of uitzending, maar ook als men in de tuin of natuur sport, wandelt of werkt. Teken kunnen besmet zijn met bacteriën en/of virussen. Bij een beet kunnen ze, vooral indien de teek langer dan 24 uur in de huid zit vastgebeten, ziekten overbrengen. In Nederland is dat vooral de Ziekte van Lyme, ook wel Lyme-borreliose genoemd. Het totaal aantal teken in een gebied (tekendichtheid) en het percentage besmette teken kunnen per land en regionaal sterk verschillen. Lokale ecologische verschillen en seizoensfluctuaties spelen hierbij een rol. Elders ter wereld kunnen teken ook andere ziekten overbrengen. Voor een effectieve bescherming kunnen de te nemen beheersmaatregelen hierdoor verschillen.

De Ziekte van Lyme wordt in Nederland overgebracht door een beet van de (schapen)teek. Deze teek is een erg klein spinachtig insect dat zich ophoudt in hoog gras en struikgewas tot circa 1,5 meter hoog. Het is erg klein (1-3 millimeter groot) en leeft van bloed. Een teek maakt bij het zoeken naar een prooi geen onderscheid tussen mens en dier. Bij het bloed zuigen zwelt zij op tot een soort bolletje en kan dan 1 cm groot worden. Teken komen niet alleen in Nederland voor, maar in heel Europa, alsmede Azië en Amerika. In Nederland leven ze vooral in bos- en duingebieden, maar ook in heide- en grasgebieden, stadsparken en tuinen. Teken kunnen met de Borrelia bacterie worden besmet bij het voeden op een besmet dier. Vervolgens kunnen deze teken de besmetting weer overbrengen bij het bijten van een volgend dier of mens. Echter, niet elke tekenbeet leidt tot de Ziekte van Lyme. Dat is niet alleen omdat niet elke teek besmet is, maar vooral omdat niet elke besmette teek in staat is de bacterie over te dragen.

Bij een besmetting gaat in de meeste gevallen de Ziekte van Lyme onopgemerkt voorbij of is goed behandelbaar, maar Lyme kan in zeldzame gevallen ernstige complicaties tot gevolg hebben. Voor werkgevers en werknemers is het dus zaak om alert te zijn op tekenbeten en gerelateerde aandoeningen.

De meest effectieve manier om het risico op de Ziekte van Lyme te reduceren is het nemen van persoonlijke preventieve maatregelen om tekenbeten te voorkomen. Indien toch gebeten, dan dient de teek zo snel mogelijk te worden verwijderd om infectie na de beet te voorkomen. Tijdige herkenning van de symptomen en effectieve behandeling met antibiotica zijn belangrijk om complicaties op langere termijn te voorkomen. De Verantwoordelijk Militair Arts (VMA) van het Medisch Zorg Team (MZT)/civiele huisarts speelt hierin een belangrijke rol.

Hoofdstuk 2: Doelgroep

Deze catalogus richt zich primair op eenheden of bedrijven waar uit de Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) of het melden van tekenbeten blijkt dat er voor werknemers (militair en burger) sprake is van arbeidsgerelateerde risico’s met betrekking tot tekenbeten en de ziekte van Lyme.

Men kan hierbij denken aan gevechts- en gevechtsondersteunende eenheden, opleiding en training, (oefen)terrein en natuurbeheer, groenwerk, perimeterbewaking, vogelwering, etc.

Hoofdstuk 3: De risico’s

Defensiepersoneel – militairen en burgers - heeft door haar werkzaamheden in de hierboven genoemde leefgebieden van de teek een verhoogde blootstelling aan teken. Dit risico is direct gerelateerd aan het soort werkzaamheden, de frequentie en tijdsduur waarmee dit wordt uitgevoerd, en in/op welke locatie en soort omgeving.

Werkzaamheden
Bij het soort werkzaamheden dat de werknemer in contact brengt met teken moet men bijvoorbeeld denken aan groenvoorziening, natuuronderhoud, natuurinventarisatie, werkopnames, inspecties, etc. in terreinen met struikgewas en hoogopgaand gras. Graven, waarnemen, patrouilleren, bivakkeren, camoufleren met aarde, takken en bladeren, waarnemen en schuilhouden en lopen door struikgewas zijn voorbeelden van bezigheden die de werknemer in nauw contact kunnen brengen met teken. Hierdoor is er een verhoogde kans op tekenbeten.

Locatie
Teken komen in heel Nederland voor. Regionale verschillen in risico op infectie door teken worden bepaald door het percentage besmette teken en het totaal aantal teken in een gebied (tekendichtheid). Gebieden met een ondergroei van blauwe bosbes en/of varens of met een dichte laag van hoogopgaande grassen zijn met name geschikt voor teken en leveren een extra gevaar. Wisselende besmettingspercentages kunnen zowel in Nederland als in andere delen van Europa worden verklaard door lokale ecologische verschillen en seizoensfluctuaties.

Seizoen
Nederlandse teken zijn een groot deel van het jaar actief. In Nederland is het risico op tekenbeten aanwezig van maart tot en met november, met een piek in de periode mei - juni.

Kans op besmetting
Theoretisch leiden 10.000 tekenbeten bij mensen tot 200 (=2%) gevallen van besmetting. Gemiddeld resulteert dit in 50 gevallen met symptomatische klachten (25%). Dit resulteert in een kans van 0,5% dat een tekenbeet symptomatische klachten tot gevolg heeft. Dat zal zich meestal beperken tot een rode of paarsrode vlek (Erythema migrans beeld). Maar het kan ook leiden tot ernstige klachten zoals neuroborreliose, een ontsteking van het zenuwstelsel als gevolg van de ziekte van Lyme.  

Hoofdstuk 4: Wettelijke kaders en richtlijnen

Met betrekking tot deze catalogus zijn verschillende wettelijke eisen van toepassing. Bij het uitwerken van de maatregelen (zie hoofdstukken 5 en 6) is hiermee rekening gehouden. Het betreft:

  • Arbeidsomstandighedenwet: met name artikelen 3, 5, 8, 11 en 16;

  • Arbeidsomstandighedenbesluit: met name hoofdstuk 4 (m.b.t. biologische agentia) en hoofdstuk 8 (m.b.t. persoonlijke beschermingsmiddelen);

  • CBO Richtlijn Lymeziekte (Centraal Begeleidingsorgaan, Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg), 2013

  • Multidisciplinaire Richtlijn Arbeid en Lymeziekte (NVAB; Nederlandse Vereniging voor Arbeid en Bedrijfsgeneeskunde), 2014.

Hoofdstuk 5: Verantwoordelijkheden & bevoegdheden

De taken en verantwoordelijkheden liggen zowel bij de individuele werknemer (burger en militair), als bij de werkgever. Met de werkgever wordt in deze catalogus bedoeld: iemand van het niveau hoofd-diensteenheid (HDE) die in zijn RI&E heeft geconstateerd dat er een risico op tekenbeten is.

De werkgever heeft taken en verantwoordelijkheden in het kader van preventie tegen tekenbeten en de beperking van gezondheidsschade indien personeel toch door teken is gebeten. Deze taken en verantwoordelijkheden liggen voornamelijk op het vlak van informatievergaring (Inlichtingen), voorlichting en onderricht, het houden van toezicht op de uitvoering van beheersmaatregelen en de zorg voor eventueel benodigde middelen voor preventie en tekenverwijdering en/of ondersteuning; kortom het scheppen van randvoorwaarden om de inzetbaarheid op peil te houden.

Voor de individuele werknemer is dat het nemen van de preventieve maatregelen, naleven van de instructies en bijwonen van voorlichting. Alsmede zelf opmerken van tekenbeten en bij klachten naar de (militair) arts gaan. De beste manier om tekenbeten te voorkomen en eventuele gevolgen van een tekenbeet te beperken is gelegen in een pakket preventieve en een pakket beperkende maatregelen die de individuele medewerkers zelf dienen uit te voeren. Deze maatregelen zijn uitgewerkt in Bijlage 1.

Melding en voorlichting
Defensiepersoneel heeft inherent door haar werk meer kans op teken(beten). Of dit ook daadwerkelijk leidt tot een verhoogd risico op infectie en dus op aandoeningen, wordt sterk bepaald door het effectief toepassen van de preventieve en infectie-inperkende maatregelen (Bijlage 1).
Betreffend personeel dient voorgelicht te worden over de risico’s en dient bijgebracht te worden hoe zichzelf tegen tekenbeten en de gevolgen te beschermen en hoe de schade na een tekenbeet te beperken. Het verdient aanbeveling de voorlichting en instructie regelmatig 1 te herhalen. Ter ondersteuning kan gebruik worden gemaakt van informatie op de intranetpagina van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie.

Uitvoering
Het snoeien van overhangende takken en maaien van hoogopgaand gras op en langs kazernepaden en patrouilleroutes verkleint de kans op tekenbeten. Dit is omdat teken gras en struikgewas beklimmen tot 1,5 meter hoogte in afwachting van een gastheer.

Toezicht
Het verhoogde risico op infectie en aandoeningen wordt in belangrijke mate beperkt door het effectief toepassen van aangeleerde preventieve en beperkende maatregelen die het personeel dient te nemen. Teken en tekenbeten dienen na iedere oefening of activiteit in gebieden waar teken voorkomen te worden opgespoord door controle van huid en kleding, bij voorkeur uitgevoerd door een ander (Buddy Check). Het is aan de HDE hierop toe te (laten) zien.

Ondersteuning
Om het personeel in staat te stellen de in bijlage 1 aangegeven preventieve en beperkende maatregelen uit te voeren, is er een aantal middelen (DEET, tekenkaart, beschermende kleding). De HDE dient er zorg voor te dragen dat deze middelen tijdig beschikbaar zijn.

 

Hoofdstuk 6: Algemene beheersmaatregelen

Hieronder volgt een uitwerking van de taken en verantwoordelijkheden uitgesplitst voor de werkgever (voor deze de HDE) en werknemer.

  1. Preventieve maatregelen

  2. Werkgever

    • Draagt zorg voor verstrekking van informatie aan iedere medewerker die beroepshalve risico loopt op tekenbeten en verwijst hierin naar websites aangaande dit onderwerp. Op intranet:
      http://wiki.mindef.nl/gezondheidszorg_defensie/index.php/Themapagina_Lyme en op internet: http://www.rivm.nl/Onderwerpen/T/Tekenbeten_en_lyme.
      Deze informatie zal in ieder geval bij indiensttreding worden verstrekt.

    • Geeft voorlichting aan de werknemers die beroepshalve risico lopen op tekenbeten (bv. in het kader van de ZelfHulp-KameradenHulp of werkoverleg).

    • Zorgt dat middelen om teken te weren en te verwijderen op de arbeidsplaats van medewerkers die beroepshalve risico lopen op tekenbeten, beschikbaar zijn.

    • Verstrekt aan werknemers die beroepshalve risico lopen op tekenbeten tekenwerende kleding (broek&shirt of volledig uniform) en een pet en neemt deze middelen op in de lijst van Persoonlijke Beschermingsmiddelen. (NB: de hoofdhuid is erg dun en een tekenwerend middel op de pet kan irritatie veroorzaken en wordt daarom niet aanbevolen).

    • Stelt een meldingsprocedure bekend middels deze catalogus en geeft uitleg als vermeld in deze catalogus.

    • Neemt beheersmaatregelen op gebied van infrastructuur om het risico op blootstelling van medewerkers te beperken, door o.a. vrijhouden van paden en patrouilleroutes op kazerneterrein (door snoeien en maaien van hoogopgaand en overhangend gras en takken).

    • Houdt toezicht op het naleven van de voorschriften als gesteld in deze catalogus.

  • Werknemer

    • Neemt verplicht deel aan de voorlichting en neemt kennis van het informatiemateriaal.

    • Maakt gebruik van door de werkgever beschikbaar gestelde middelen.

  1. Melding en Registratie

De richtlijn voor het doen van melding en registratie is weergeven in bijlage 2. De werkgever draagt daarbij zorg voor invulling van de randvoorwaarden dat artsen (VMA en bedrijfsartsen) in staat zijn om aantekeningen over de gezondheidstoestand van de militair of burger en de uitgevoerde verrichtingen te kunnen maken in het (elektronisch) patiëntendossier en om melding te kunnen doen van een beroepsgerelateerde aandoening bij het Nederlands Centrum Voor Beroepsziekten (NCvB).

Hieronder is de procedure voor melding en registratie uitgewerkt voor de militair en de Defensieburgermedewerker.

  • Militair

    • Verwijdert de teek zo snel mogelijk met een tekentang of tekenkaart en ontsmet de wond.

    • Noteert de datum en zo mogelijk locatie van de beet en doet melding in de PeopleSoft applicatie Melding Voorval/Tekenbeet.

    • Houdt tot 3 maanden na de tekenbeet de huid rondom de beet in de gaten en let op het ontstaan van een rode of blauwrode ringvormige vlek en griepverschijnselen als koorts, hoofdpijn of gewrichtspijn.

    • Gaat naar de verantwoordelijk militaire arts (VMA) ingeval genoemde klachten zich voordoen.

    • Doet bij bevestigde diagnose Lyme een registratie via het invullen van Df 100 Proces-verbaal van ongeval.

  • Burgermedewerker

    • Verwijdert de teek zo snel mogelijk met een tekentang of tekenkaart en ontsmet de wond.

    • Noteert de datum en zo mogelijk locatie van de beet en doet melding in de PeopleSoft applicatie Melding Voorval/Tekenbeet.

    • Houdt tot 3 maanden na de tekenbeet de huid rondom de beet in de gaten en let op het ontstaan van een rode of blauwrode ringvormige vlek en griepverschijnselen als koorts, hoofdpijn of gewrichtspijn.

    • Gaat naar de civiele huisarts ingeval genoemde klachten zich voordoen. De arts zal de gesteld diagnose Lyme registreren in het medisch patiënten dossier.

    • Doet bij bevestigde diagnose Lyme een registratie via het invullen van Df 100 Proces-verbaal van ongeval.

    • Neemt zelf initiatief door in geval van de constatering van de Ziekte van Lyme door de huisarts dit te melden aan de bedrijfsarts.

Bronnen

 

Bijlage 1: Persoonlijke preventieve maatregelen voor de medewerker

Algemeen

Alle Defensiemedewerkers zijn mede verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van het veiligheidsbeleid van Defensie en het naleven van de regels, gesteld in de wet- en regelgeving en defensie-eigen voorschriften op het gebied van veiligheid en gezondheid. Dit geldt onverkort voor het effectief uitvoeren van de persoonlijke maatregelen als genoemd in deze Bijlage.

De beste manier om Lyme, of andere aandoeningen als gevolg van tekenbeten, te voorkomen is het (vooraf) toepassen van persoonlijke preventieve maatregelen tegen tekenbeten. Heeft een teek ondanks die preventie toch kans gezien om te bijten dan dient de kans op besmetting te verlaagd door het uitvoeren van een aantal beperkende handelingen. Onderstaand zijn beide beschreven.

Preventieve maatregelen om tekenbeten te vermijden

In het geval van tekenbeten en de mogelijk hieruit volgende aandoeningen is het letterlijk ‘voorkomen is beter dan genezen’. Hierna volgen een aantal eenvoudige maatregelen die hiertoe genomen moeten worden:

  • Vermijd onnodig contact met struikgewas en hoog gras.

  • Draag het volledige uniform, met broek in de sokken en de mouwen naar beneden.

  • Een helm of capuchon voorkomt dat teken in haar of nek gaan zitten.

  • Smeer insectenwerende middelen als DEET op de onbedekte huid. Deze middelen verkleinen de kans om gebeten te worden. Let op: er mag maximaal 50% DEET in het middel zitten.

  • Doe een Buddy check; doe dit direct na verblijf in de natuur, of anders 1 x per 24 uur tijdens de inzet/activiteit.

Indien bij het type en duur van de werkzaamheden het risico op tekenbeten aanwezig is, is tekenwerende kleding beschikbaar. Indien de werknemer tekenwerende kleding is verstrekt dient hij deze te dragen bij uitoefenen van deze werkzaamheden.

Maatregelen om de kans op infectie te verkleinen

Zoals aangegeven, is het voorkomen van tekenbeten de beste remedie om niet ziek te worden. In geval men toch door een teek is gebeten dan dient onderstaande serie handelingen uitgevoerd te worden, waarmee men het risico op besmetting en gezondheidsschade beperkt.

  • Verwijder de teek zo snel mogelijk. Een tekenbeet is meestal onschuldig, maar kán u ziek

maken als de teek langer dan 24 uur vastgebeten in uw huid zit. Het zo snel mogelijk verwijderen van een teek na een beet, bij voorkeur binnen 24 uur, reduceert de kans op besmetting sterk.

  • Gebruik geen alcohol, jodium, olie of andere middelen om de teek te verwijderen. Dit maakt het verwijderen niet makkelijker. Brand de teek niet uit.

  • Neem een puntig pincet, tekentang of tekenkaart waarmee u de teek goed kunt vastpakken. Druk de teek niet plat.

  • Pak de teek zo dicht mogelijk bij de huid beet en trek hem er langzaam uit. Het is niet gevaarlijk als er eventueel een stukje van de monddelen in de huid achterblijft. Dit komt er vanzelf weer uit.

  • Ontsmet het beetwondje met 70% alcohol of jodium om wondontsteking te voorkomen.

  • Noteer de datum waarop u gebeten bent in uw agenda.

  • Houd daarna tot 3 maanden na de tekenbeet de huid rondom de beet in de gaten. Let op het ontstaan van een rode of blauwrode ringvormige huiduitslag of vlek en griepverschijnselen als koorts, hoofdpijn of gewrichtspijn.

  • Ga naar uw VMA (voor de militair) of huisarts (voor de burgermedewerker) als de ring of vlek op de huid groter wordt of als u een van de genoemde klachten hebt. Vertel de arts dan op welke datum u bent gebeten.

Bijlage 2: Meldingsrichtlijn

bijlage 2

Naar boven