Onderwerp: Bezoek-historie

Vaandels en standaarden van de Nederlandse krijgsmacht

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Woord vooraf

Het doel van deze publicatie is om voor de gehele krijgsmacht eenduidig het beleid vast te stellen met betrekking tot vaandels en standaarden en tevens de aanwijzingen en regelgeving over vaandels en standaarden in één publicatie vast te leggen en inzichtelijk te maken.

In voorliggende publicatie zijn de volgende onderwerpen opgenomen.

  • Beschrijvingen van vaandels, standaarden en daarmee gelieerde voorwerpen.
  • Het verlenen van vaandels en standaarden.
  • Het verlenen van vaandel- en standaardopschriften.
  • Het verlenen van onderscheidingen aan vaandels en standaarden.
  • Het verlenen van cravates.
  • Ceremoniële aangelegenheden, alsook de procedure bij uitreiking en inname van vaandels en standaarden.
  • Aanmaak, vernieuwing en vervanging van vaandels en standaarden.
  • Aanduiding van de commissies die betrokken zijn bij het beleid met betrekking tot vaandels en standaarden.
  • Afbeeldingen van de in gebruik zijnde vaandels en aanverwante zaken.
  • Afschriften van de op vaandels en standaarden betrekking hebbende Koninklijke Besluiten.

Deze publicatie is in opdracht van de Traditiecommissie Krijgsmacht opgesteld door W.L. Plink, secretaris van de commissie en J.A. Buijse, algemeen directeur Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum, lid. Vervolgens is deze publicatie vastgesteld in de vergadering op 3 oktober 2001 van het Comité van de Chef Defensiestaf en de bevelhebbers der vier krijgsmachtdelen. Door op de foto’s met de muis te blijven hangen kan inzicht worden verkregen in de diverse gegevens van de betreffende foto’s en de rechthebbenden. De samenstellers hebben getracht alle rechthebbenden van het fotomateriaal te achterhalen. Mochten personen of instanties desondanks van mening zijn dat fotorechten niet zijn gehonoreerd, dan kunnen zij zich wenden tot de secretaris van de Traditiecommissie Krijgsmacht, Utrechtseweg 225, 1213 TR Hilversum.  

 “Het verheugt mij aan Uw regiment een nieuw vaandel uit te reiken als symbool van saamhorigheid…… Ik vetrouw er op dat het vaandel voor U een teken van onderlinge verbondenheid en eigen identiteit zal zijn. Daarmee wordt een bijzondere traditie voortgezet die telkens met een nieuwe inhoud zijn waarde bewijst.” Citaat uit de toespraak van Hare Majesteit Koningin Beatrix bij de uitreiking van het vaandel aan het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen op 7 maart 2001. 

Standaarddrager 1ste Regiment Huzaren Studietekening van J. Hoyninck van Papendrecht

Hoofdstuk 1

1. Inleiding en begrippen
1.1 Algemeen

De voorliggende publicatie bundelt het bepaalde in de vigerende Koninklijke Besluiten over vaandels en standaarden 1, alsook de daarop gebaseerde ministeriële beschikkingen en de aanverwante regelingen binnen de afzonderlijke krijgsmachtdelen, en stemt deze op elkaar af. De in deze defensiepublicatie opgenomen aanwijzingen gelden, voor zover niet expliciet toepasselijk op met name genoemde eenheden, voor alle eenheden binnen de krijgsmacht. Bijzondere gebruiken omtrent vaandels en standaarden die een aantal krijgsmacht(onder)delen kent op grond van eigen tradities en voor zover deze gehandhaafd blijven, zijn hierin opgenomen 2.

1.2 Symboliek en achtergronden van vaandels en standaarden

In 1820 zijn bij de krijgsmacht van het Koninkrijk der Nederlanden vaandels en standaarden ingevoerd 3. Het tactische gebruik van vaandels en standaarden op het gevechtsveld wordt niet meer toegepast, maar hun symbolische betekenis hebben ze door de eeuwen heen behouden.

1.2.1. Ontstaan. Vanaf het moment dat de mensheid in georganiseerd en gecoördineerd verband ten strijde trok, gebruikte zij veldtekens. Deze veldtekens bestonden uit de eenheid symboliserende figuren die op een lange stok waren geplaatst. Omdat de meeste mensen analfabeet waren, koos men hier een duidelijk herkenbaar symbool als een adelaar of leeuw voor. Door deze symbolen op een lange stok te plaatsen, waren ze op het gevechtsveld goed zichtbaar. Ze diende dan ook als oriëntatiepunt voor de eenheden en om de positie van de eenheidscommandant te markeren. Het vroegste bewijs van een veldteken is in het graf van Egyptische farao Narmer aangetroffen (3100 voor Christus). Beter bekend (al was het maar van de stripreeks Astrix en Obelix) zijn de Romeinse veldtekens, de vexilla. Een vexillum (afgeleid van het Latijnse woord ‘velum’=zeil) is een vaandel van een Romeins legioen. Naast het praktische, tactische, doel hadden deze vaandels ook een morele doelstelling. Zij symboliseerde de gehele eenheid met de daarbij behorende waarden als eergevoel, trouw en saamhorigheid. Het maakte het onzichtbare zichtbaar en vormde zo een bron van trots en bezieling op het gevechtsveld. De vexilla werden daarom niet alleen met alle egards omgeven, maar ook letterlijk tot op de laatste man verdedigd. Verlies van het vaandel betekende het einde van de eenheid. In de Middeleeuwen maakte de collectieve wijze van militair optreden plaats voor de meer individualistische riddercultuur. Hiermee verdwenen ook de eenheidsvaandels van het strijdtoneel. De edelen voerden echter wel banieren of onderscheidingsvlaggen. Aan deze onderscheidingsvlaggen was het zelfde eerbewijs verschuldigd als aan de edelman zelf. Dit kwam voor de onderdanen neer op het maken van een buiging.

Het eerbewijs dat ongeüniformeerden vandaag de dag aan vaandels brengen (buigen of neigen) is dus in de Middeleeuwen ontstaan. De huidige militaire eerbewijzen die aan het vaandel worden gebracht, dateren van latere tijd. In de vijftiende eeuw maakte de Landsknechten furore op het militaire strijdtoneel. Met hun komst keerde ook de eenheidsvaandels weer. Landsknechten waren uit Zwitserland afkomstige huurlingenlegers te voet, die vochten voor hen die maar wilde betalen. Uit die tijd stamt ook het gezegde “geen geld, geen Zwitsers” (wie iets voor elkaar wil krijgen zal daarvoor moeten betalen). Juist onder deze stateloze beroepsmilitairen, heerste een sterke eenheidsbinding en hechtte men bijzonder aan hun eenheidsvaandels. Voor hen vormde het vaandel vooral het zinnebeeld van de heersende regimentsgeest. Het vaandel werd gedragen door een speciale vaandeldrager en omringd door een vaandelwacht. Deze opvatting en gebruiken zijn sindsdien gemeengoed.

De landsknecht verdween aan het begin van de 17e eeuw van het Europese krijgstoneel. De nationale legers werden groter, gestandaardiseerd en technisch beter. Wat wel bleef, was het vaandelprotocol. Allengs diende vaandels ook om eenheden buiten het gevechtsveld te bezielen en op te wekken tot uiterste inspanningen. Van de Britse strijdkrachten stamt het gebruik om vaandels tijdens parades aan de eenheden te tonen (Trooping the Colour). Dit gebruik vormde weer een reminiscentie van een eerder gebruik in het Russische leger. Hierbij werd de avond voorafgaand aan de veldslag een icoon door het legerkamp gedragen. Op die manier werd God’s zegen afgesmeekt en werden allen met moed bezield. Via de Britten kreeg het vaandel hiermee ook het karakter van een icoon, zij het dat de “religion” hierbij werd vervangen door ‘patria”. Iets van deze opvatting is bijvoorbeeld terug te vinden in de rede die Koningin Juliana uitspraak, bij de vaandeluitreiking aan het Korps Commando Troepen. Zij sprak hierbij de woorden:’Soms wordt de zwaarste taak aan u opgedragen. Dit Vaandel zal U en hen die na U deel van de commandotroepen zullen uitmaken, herinneren aan de hoge eis, waaraan gij gehoor wilt geven. Moge dit Vaandel U het symbool zijn van de beste idealen, die leven in het Nederlandse volk’.

1.2.2. Nederlandse vaandels.

Bij de overgang van de Bataafse Republiek naar het Koninkrijk der Nederlanden, bezat de Nederlandse Krijgsmacht geen vaandels. Daarom werd er in augustus 1814, naar de bekende Nederlands gang der dingen eerst een comité gevormd om de zaak te onderzoeken. Het resultaat zou zes jaar op zich laten wachten. Hierdoor hebben de Nederlandse Troepen het bij de slag om Waterloo zonder vaandels moeten stellen. (er werden richtvlaggen en fanions gebruikt). Hoewel er ruim de tijd voor is genomen, mocht het resultaat er wel zijn. Het vaandelontwerp van 1820 is tot op de huidige dag vrijwel niet meer gewijzigd. In vrijwel alle Europese monarchieën is het aan de Koning om een eenheid een vaandel toe te kennen. Uniek voor Nederlandse vaandels is de directe referentie aan de familie Van Oranje-Nassau. Bijna alle Nederlandse vaandeldoeken zijn Oranje waarbij alle zijdes van het vaandeldoek van een ononderbroken oranjetak zijn voorzien. Nederlandse vaandels geven daarmee ondermeer uitdrukking aan de band van het betreffende onderdeel met de Koning. Dit komt verder tot uiting in het door een ouroubos omgeven opschrift in de vaandeltop, “KONINGIN EN VADERLAND”. De ouroubos of zelfverzwelger (de slang die zichzelf in de staart bijt) is het symbool van de steeds weer herhaalde cyclus of eeuwigheid. De band tussen de eenheid met de Vorstin en het Vaderland wordt keer op keer vernieuwd. Naar de leer van de twee lichamen van de Koning (de vorst als persoon is wel sterfelijk, maar niet als instituut) zijn we hierbij vandaag de dag al gauw geneigd te denken aan de Koning als instituut. Dat was echter zeker niet alleen de gedachte bij de instelling van de vaandels. Er is toen wel degelijk ook uitgegaan van Koning als persoon. Daarom vinden we het Koningsinitiaal van de Vorst of Vorstin die het vaandel verleende, prominent terug op de voorkant van het vaandeldoek. Dat zijn de “W” (Willem I, Willem II, Willem III, Wilhelmina), de “J” (Juliana) of de “B” (Beatrix). Het Koningsinitiaal vinden we bovendien terug in de vaandeltop, boven de eikenkrans (symbolische beeld voor een militaire held) en onder de Statenleeuw. De positie in de vaandeltop is veelzeggend. De vaandeltop vormt een zeer belangrijk onderdeel van het vaandel. Onder Napoleon werd het op de vaandeltop aangebrachte embleem (een adelaar) zelfs als het belangrijkste onderdeel van het vaandel beschouwd. Napoleon sprak dan ook niet over “le drapeau” maar over “l’Aigle”, als hij een vaandel bedoelde.

De krijgsverrichtingen waarbij een eenheid zich heeft onderscheiden, vinden we terug in de vaandelopschriften. Deze vaandelopschriften worden per afzonderlijk Koninklijk Besluit vastgelegd. De getoonde moed wordt verder gesymboliseerd door de eikenkrans in de vaandeltop. Op de achterzijde van het vaandeldoek wordt de moed gesymboliseerd door het lint van de Militaire Willems-Orde waarmee een eikentak en lauwertak die het Rijkswapen omgeven, zijn samengebonden. Indien een eenheid de Militaire Willems-Orde is verleend, wordt deze aan het vaandel gehecht.

1.2.3. Het sacrale element

Via de loop der geschiedenis representeren de Nederlandse vaandels vandaag de dag de gehele eenheid in heden, verleden en in de toekomst. Dit inclusief daaraan verbonden waarden als korpsgeest, loyaliteit, moed, volharding, trouw en verbondenheid met de Vorstin. Het vaandel wordt niet meer op het slagveld ontplooid om de troepen op linie te houden of te bezielen in de strijd. Buiten het slagveld heeft het vaandel die bezielende functie nog steeds. Dat valt te zien wanneer Nederlandse militairen die bij een vaandelvoerende eenheid dienen, na het beëindigen van hun opleiding, de eed of gelofte op het vaandel afleggen. De nieuw aangetreden militairen worden hiermee symbolisch in de eenheid opgenomen en treden in de voetsporen van hun voorgangers. Indirect worden zij op die manier ook aangespoord om het net zo goed te doen als hun voorgangers. De nog niet beantwoorde vraag is waarom er zoveel eer bewezen wordt aan vaandels. Zaken als ‘korpsgeest’, ‘moed en volharding’, ‘trouw’, ‘loyaliteit’ of ‘onderlinge verbondenheid’ zijn voor de betreffende regimentsleden zeer wezenlijk. Maar we kunnen met de beste wil van de wereld niet veronderstellen dat zelfs niet geüniformeerden worden geacht een eerbewijs te brengen aan deze weinig tastbare, soms bijna metafysische begrippen. Zijn het dan de vorstelijke verwijzingen in het vaandel die tot eerbied nopen? Ook dat kan bij nadere beschouwing niet alleen het sacrale element vormen. De vorstelijke verwijzingen zijn immers vooral aan de persoon van de vorst gericht. De Koningin zou in dat geval zichzelf, haar moeder, oma of voorvaderen groeten bij het passeren van een ontplooid vaandel. Een andere gangbare opvatting is dat het vaandel gegroet wordt vanwege de grondwet. Dit is een ver doorgevoerde redenering van de leer van de Vorst als instituut. Ook dit is weinig steekhoudend. Weliswaar legt de Koning in ons land bij inhuldiging de eed af op de grondwet, maar in geen enkel Nederlands Staatsceremonieel fungeert de grondwet als regalia, waaraan een afzonderlijk eerbewijs wordt gebracht. Het zelfde geldt de Statenleeuw. Wat overblijft is de eenheid zelf. Vaandels symboliseren in de eerste plaats de eenheid; in heden, verleden en toekomst. De Koning kan bij Koninklijk Besluit een eenheid een vaandel toekennen indien zij zich hebben onderscheiden. Het is de hoogste vorm van erkenning voor een eenheid vanuit de Nederlandse Constitutionele Monarchie. Dit wordt nog eens onderstreept door de vaandelopschriften en de eventueel toegekende Militaire Willems-Orde. Hiervoor zijn offers gebracht; letterlijk bloed, zweet en tranen. Juist dit element, alle gebrachte offers van de eenheid, vormen het sacrale element dat om eerbied vraagt. We eerbiedigen niet in de eerste plaats een stoffelijke blijk van erkenning, maar vooral de daden en vooral de daarmee gepaard gaande offers waarvoor de erkenning is verleend. Wie dit weet, verstaat ook de roerende symboliek van het korte verstilde ogenblik waarop de Koningin een vaandelgroet brengt. Het neigen van het eenheidsvaandel (een eerbewijs dat slechts is voorbehouden aan gekroonde hoofden, familieleden in de lijn van troonopvolging en Staatshoofden), is een eregroet en aanhankelijkheidsbetuiging van de eenheid aan de Koningin. In het daaropvolgende neigen van de Koningin vallen drie elementen samen; Zij beantwoord deze eregroet, Zij bevestigt de aanhankelijkheidbetuiging en Zij betuigt Haar respect voor alle gebrachte offers. Ons Staatshoofd staat letterlijk een moment stil bij alle heldhaftige verrichtingen en gebrachte offers. Wie dit begrijpt volgt automatisch het voorbeeld van de Koningin; Zij passeert nooit een ontplooid vaandel zonder het te groeten.

1.3 Begrippen.

In deze publicatie worden de volgende begrippen gehanteerd.

Nederlands Instituut voor Militaire Historie Het Ministerie van Defensie kent een gespecialiseerd kennis- en onderzoekscentrum op het gebied van de Nederlandse militaire geschiedenis. Dit Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), waarin de historische diensten van de Koninklijke Marine, de Koninklijke Landmacht, de Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marechaussee per 5 september 2005 zijn opgegaan, is gevestigd in Den Haag.

Bereden wapens Wapens of onderdelen daarvan die vóór 1940 hun hoofdtaak voornamelijk te paard hebben uitgevoerd. Tot de bereden wapens behoren de regimenten van het Wapen der Cavalerie, het Korps Rijdende Artillerie, het Korps Veldartillerie en het krijgsmachtdeel Koninklijke Marechaussee.

Commissie Dapperheidsonderscheidingen Een door de Minister van Defensie ingestelde commissie die hem adviseert in alle aangelegenheden die verband hebben met dapperheidsonderscheidingen waaronder mede begrepen de vaandel- en standaardopschriften (Bijlage F).

Commissie Standaardisatie Vaandels en Standaarden Een onder verantwoordelijkheid van de Traditiecommissie Krijgsmacht optredende commissie die adviseert in alle aangelegenheden betreffende vaandels, standaarden en toebehoren (Bijlage F)

Defensiemusea

  1. Koninklijk Militair historisch Museum te Delft;
  2. Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum Bronbeek te Arnhem;
  3. Marinemuseum te Den Helder;
  4. Mariniersmuseum der Koninklijke Marine te Rotterdam;
  5. Militaire Luchtvaartmuseum te Soesterberg;
  6. Marechaussee Museum te Buren.

Dienst, of dienstvak Een hoofdgroep van algemene (logistieke) dienst, dan wel een als zodanig aangewezen, c.q. benoemde, eenheid.

Eenheid Een militair verband dat qua (tactische, of administratieve) organisatie een min of meer afgerond geheel vormt.

Historische verzameling Een museale collectie historische voorwerpen die betrekking heeft op de tradities en geschiedenis van een wapen, dienst, dienstvak, regiment, korps, school, eenheid of kazerne, veelal in eigendom dan wel in beheer bij een rechtspersoon (stichting, e.d.) en voor de betrokken eenheid bedoeld als ’petite histoire’. Onder historische verzamelingen worden mede verstaan traditiekamers en overeenkomstige, aan de krijgsmacht gelieerde verzamelingen die al dan niet het woord ‘museum’ in hun naam voeren, niet zijnde één der defensiemusea.

Koning De conform de grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden regerende vorst of vorstin, dan wel de bij bijzonder besluit aangewezen regent of regentes.

Krijgsmachtdeel Een der delen binnen de krijgsmacht, te weten Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht en Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marechaussee.

Militair cultureel erfgoed Het roerend cultureel erfgoed van de Nederlandse krijgsmacht, behorend tot de categorieën A, B of C - conform de selectiecriteria van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, uit de beleidsnota ‘Kiezen voor kwaliteit’, van 21-12-1990 (Tweede Kamer 1990-1991, 21973, nr. 1).

Minister De Minister van Defensie.

Nieuw vaandel of standaard Van een nieuw vaandel of standaard is sprake wanneer de Koning voor de eerste maal, bij Koninklijk Besluit, aan een eenheid van de krijgsmacht toestemming tot het voeren van dit symbool verleent.

Regiment of korps bij de Koninklijke Landmacht Een eenheid van de Koninklijke Landmacht 4, waarbij een hoofdofficier verantwoordelijk is voor de handhaving van tradities; deze verantwoordelijkheid kan gekoppeld zijn aan het bevel over die eenheid.

Dienst bij de Koninklijke MarineEen van de diensten bij de Koninklijke Marine, waarbij een hoofdofficier verantwoordelijk is voor de handhaving van de tradities; deze verantwoordelijkheid kan gekoppeld zijn aan het bevel over de dienst.

Staatssecretaris De Staatssecretaris van het Ministerie van Defensie.

Standaard Het bij de bereden wapens in gebruik zijnde equivalent van een vaandel.

Traditiecommissie Krijgsmacht Een door de Minister van Defensie ingestelde commissie die hem adviseert in alle aangelegenheden die verband hebben met militaire tradities bij de krijgsmacht (Bijlage F).

Traditiecommissie van een krijgsmachtdeel Een door een commandant van een krijgsmachtdeel ingestelde commissie, permanent of op ad hoc basis, die hem adviseert in alle aangelegenheden die verband hebben met militaire tradities bij het desbetreffende krijgsmachtdeel.

Vaandel Het bij de krijgsmacht in gebruik zijnde veldteken conform de desbetreffende beschrijving in deze publicatie.

Vernieuwd(e) vaandel of standaard Hiervan is sprake wanneer een vaandel of standaard vanwege bijvoorbeeld slijtage, zonder fundamentele wijzigingen in het originele ontwerp, wordt vervangen. Hier ligt geen Koninklijk Besluit aan ten grondslag.

Wapen Dit begrip heeft in deze publicatie twee betekenissen. Welke wordt bedoeld, blijkt uit de tekst.

  1. Bij de Koninklijke Landmacht één der hoofdgroepen: artillerie, cavalerie, genie, infanterie en verbindingsdienst of het krijgsmachtdeel Koninklijke Marechaussee toen het nog een onderdeel vormde van de landmacht.
  2. Een heraldisch familieteken of traditioneel onderscheidingsteken van een (adellijk) geslacht, gewest, gemeente, overheid, e.d.

Foto: C. van Bruggen, Koninklijk Wapen- en Legermuseum, Delft Vaandels en standaarden zijn sinds 1820 het symbool geweest van de band met het Koninklijk Huis. Uitreiking van vaandels en standaarden door H.M. Koningin Wilhelmina in bijzijn van H.M de Koningin-Regentes Emma op het Malieveld te ’s Gravenhage op 21 september 1893. Er werden toen 10 vaandels en 3 standaarden uitgereikt. Hierbij zei de Vorstin tot elke regimentscommandant: “Kolonel, ik stel het op hoge prijs, het nieuwe vaandel (standaard) persoonlijk aan U te mogen uitreiken, en uit daarbij mijn beste wensen voor het Regiment”

Studietekening van J. Hoyinck van Papendrecht

Foto: J.A. Buijse

Vaandel en standaardgroep van de Koninklijke Landmacht

Foto: Marinebedrijf Den Helder, maker onbekend

Vaandelgroep van de Koninklijke Marine

Foto: Philip Kuypers

Vaandelwacht van de Koninklijke Luchtmacht

Foto: Opleidingscentrum KMar, maker onbekend

Standaardwacht van de Koninklijke Marechaussee


Voetnoten:

1. KB van 7-8-1896, nr. 41; KB van 22-8-1925, nr. 27; KB van 14-2-1950, nr. 37; KB van 12-8-1969, Stcrt. 172 en KB van 19-12-1980, Stb. 1980/787. Zie Bijlage E.

2. Bijvoorbeeld het afwijkende ontwerp van het vaandels van de Koninklijke Militaire Academie, Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine en van het Korps Mariniers, als ook de opmaak van de Militaire Willemsorde aan het vaandel van het Regiment Infanterie Van Heutsz.

3. Buiten beschouwing worden hier gelaten de vaandels van de voormalige regimenten Zwitsers in Nederlandse dienst.

4. Het Korps Mariniers, onderdeel van de Koninklijke Marine, vormt een hoofdgroep van een grotere orde.  

Hoofdstuk 2

2. Beschrijving van vaandels, standaarden en toebehoren
2.1 Definitie

De Grote Nederlandse Larousse encyclopedie (1979) biedt de volgende omschrijving: “Vaandels zijn van oorsprong de veldtekens van regimenten en andere onderdelen van de krijgsmacht, bestaande uit een vierkante vlag van zijde, geborduurd met de naam van het [regiment of] korps, emblemen, de jaartallen en aanduidingen van belangrijke krijgsverrichtingen waaraan het [regiment of] korps heeft deelgenomen. Vaandels zijn het symbool van trouw aan het staatshoofd en van de eenheid en eer van het [regiment of] korps. De vaandels van bereden eenheden worden standaards genoemd.”

2.2 Beschrijving algemeen

Het vaandel respectievelijk de standaard bij de Nederlandse krijgsmacht bestaat uit een doek, een stok met vaandeltop en een koord met vaandelkwasten. Het doek is van oranjekleurige zijde, dubbelzijdig gevoerd en doorlopend omzoomd met een franje van gouddraad. Het doek heeft aan de linkerzijde een broek van oranje zijde (bijlage A) waar doorheen de stok wordt geschoven. Het doek is vierkant; langs de vier zijden van het doek is een ononderbroken 1 oranjetak geborduurd, zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde. Een vaandel heeft de afmetingen van 87 bij 87 centimeter, behalve bij gemechaniseerde eenheden van de Koninklijke Landmacht waar het vaandel 60 bij 60 centimeter meet. De afmetingen van een standaard zijn 50 bij 50 centimeter. Op de voorzijde in het midden van het doek, respectievelijk op de vaandeltop, wordt de gekroonde eerste initiaal gevoerd van de naam van de Koning die het vaandel heeft verleend. De naamletter is in goud geborduurd. Hierboven is de koninklijke kroon geborduurd, uitgevoerd in de vorm en kleuren zoals deze indertijd zijn vastgesteld door Koning Willem I 2 . Onder de naamletter is in goud geborduurd de naam van de eenheid zoals deze in het laatst daarop betrekking hebbende Koninklijk Besluit is genoemd.

Bij vernieuwing van het doek blijft de bestaande naamletter gehandhaafd. Wel worden dan de eventueel tussentijds toegekende opschriften op het nieuwe doek aangebracht (zie onder 4.1). Indien de eenheid die het vaandel of de standaard voert een nieuwe naam krijgt, is er in feite sprake van een nieuwe eenheid die als het ware de traditionele verworvenheden overneemt van de voorgaande eenheid, waaronder het recht tot het voeren van een eigen vaandel of standaard, waarop de nieuwe naam wordt vermeld. In dit geval wordt aan deze eenheid een nieuw vaandel of een nieuwe standaard verleend. Hierop wordt de naamletter aangebracht van de Koning die het desbetreffende Koninklijk Besluit heeft getekend (zie ook 6.4.1). In geval de eenheid die een vaandel of standaard voert gerechtigd is daarop opschriften te voeren, worden deze in één of meer kwadranten om de naamletter heen vermeld, met in goud geborduurde letters en cijfers (zie 4.4). Op de achterzijde van het doek is het Koninklijk Nederlands wapen geborduurd, in de voorgeschreven vorm en kleuren, echter zonder de daarbij behorende mantel. Dit wapen is omgeven door twee takken die met een lint zijn samengebonden. De linkertak verbeeldt een eikentak en de rechtertak een lauwertak. Het lint is uitgevoerd in de kleuren van het lint behorende bij de Militaire Willems-Orde.

2.3 Het vaandeldoek bij de Koninklijke Landmacht en bij de Koninklijke Luchtmacht

Het vaandeldoek bij de Koninklijke Landmacht (met uitzondering van de vaandels van garderegimenten, van de Koninklijke Militaire Academie en van de Koninklijke Militaire School) en bij de Koninklijke Luchtmacht is conform de beschrijving in punt 2.2.

2.4 Het vaandeldoek van de garderegimenten bij de Koninklijke Landmacht

Het vaandeldoek van een garderegiment is, in afwijking op de omschrijving onder 2.2, omgeven met een rand van goudgalon, 10 millimeter breed, omzoomd met een franje van gouddraad die om de 25 millimeter is onderbroken door een gouden torsade 3. Vormt het garderegiment een gemechaniseerde eenheid, dan heeft het doek de afmetingen van 60 bij 60 centimeter.

2.5 Het vaandeldoek bij de Koninklijke Marine

Het vaandeldoek in gebruik bij de Koninklijke Marine is, met uitzondering van het vaandel van het Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine, overeenkomstig de omschrijving van het vaandeldoek zoals beschreven onder 2.2, met dien verstande dat tussen de naam van de eenheid en de naamletter ook het jaartal van oprichting van die eenheid is vermeld. De oranjetak op de achterzijde van het doek van het Korps Mariniers wijkt hier in zoverre van af, dat deze op elk der vier hoeken onderbroken is door een in nassaublauw geborduurd, onklaar anker, met aan weerszijden een korte eikentak.

2.6 Overige, afwijkende vaandels

Bij de vaandeldoeken van een aantal opleidingsinstituten bestaan afwijkingen in kleur, dan wel in de borduursels (zie bijlage D). Het betreft vaandels die zijn geschonken aan instituten en welke later bij Koninklijk Besluit zijn erkend, te weten: de respectieve vaandels van de Koninklijke Militaire Academie, van het Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine en van de Koninklijke Militaire School.

2.7 Het standaarddoek bij de bereden wapens

Het doek van de standaard is overeenkomstig de desbetreffende beschrijving in 2.2.

2.8 De stok (stang) en de vaandeltop

De stok –bij de Koninklijke Marine stang genoemd– is een matzwart gelakte, houten stok, die van boven naar beneden door de broek van het doek wordt geschoven. Boven aan de stok is met een schroef- en busverbinding bij alle vaandels en standaarden een vaandeltop aangebracht. Deze bestaat uit een doosvormig voetstuk, waarop een liggende leeuw. Onder het voetstuk is het dunne gedeelte van de stok voorzien van een cirkelvormige eikenkrans die van het voetstuk is gescheiden door een ring. Vaandeltop, krans en ring zijn uitgevoerd in verguld messing. In de eikenkrans is in het verlengde van de stok een dunne zwartgelakte metalen buis aangebracht. Om deze buis heen wordt het koord met de vaandelkwasten bevestigd (zie 2.9) en, indien van toepassing, eveneens de aan de eenheid verleende dapperheidsonderscheiding en eventuele cravates. Het voetstuk heeft een lengte van 17 centimeter, een breedte van 7 centimeter en een hoogte van 7 centimeter. Op elk der korte zijden van het voetstuk staat in hoogreliëf de gekroonde initiaal van de Koning die het vaandel of de standaard heeft verleend of zal verlenen. Op beide lange zijden staan de woorden ‘KONING EN VADERLAND’ of (al naar gelang de omstandigheden) ‘KONINGIN EN VADERLAND’. Deze tekst is omsloten door een slang die zich zelf in de staart bijt. Tekst en slang zijn eveneens in hoogreliëf aangebracht. De leeuw draagt in zijn rechterklauw een opgeheven zwaard. Zijn linkerklauw rust op een bundel van zeven pijlen. De stok wordt zodanig door de broek van het vaandel of de standaard geschoven dat wanneer men de voorzijde van het doek ziet, de leeuw met de kop naar links gewend de toeschouwer aankijkt (zie bijlage A). De lengte van de stok –gemeten vanaf de onderzijde van de krans tot aan de onderzijde van de stok– bedraagt bij een groot vaandel 2,50 meter, bij het vaandel van gemechaniseerde eenheden 2,20 meter en bij standaarden 2,00 meter. De buitendiameter van de stok respectievelijk van de verbindingsbus bedraagt 3,2 cm.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)
Vaandeltop behorende bij vaandels en standaarden uitgereikt door of namens Koning Willem I, Koning Willem II, Koning Willem III of Koningin WilhelminaVaandeltop behorende bij vaandels en standaarden uitgereikt door of namens Koninging JulianaVaandeltop behorende bij vaandels en standaarden uitgereikt door of namens Koningin Beatrix
2.9 Het koord met vaandelkwasten

Het goudkleurige koord is voorzien van een schuifpassant van gouddraad en heeft aan beide uiteinden een vaandelkwast, van gouddraad gevlochten en met losse bouillons 4. In afwijking hierop is het koord van het Garderegiment Fuseliers ‘Prinses Irene’ in de kleuren overeenkomstig het invasiekoord: oranje en nassau-blauw. Eveneens afwijkend is het koord aan het vaandel van het Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine, dit heeft een kort goudkleurig deel en een lang donkerrood deel, terwijl beide vaandelkwasten donkerrood zijn. Het koord is vanuit twee zijden horizontaal door de schuifpassant gestoken. Het koord wordt binnen de eikenkrans om de buis geknoopt, zodanig dat de vaandelkwasten ongelijk hangen.

2.10 Standmodellen van vaandels en standaarden

Om de uitvoering van vaandels en standaarden te standaardiseren zijn, onder auspiciën van de Traditiecommissie Krijgsmacht, standmodellen met aanvullende beschrijvingen ontworpen. Na goedkeuring van de vervaardigde modellen worden deze in beheer gegeven bij het Koninklijk Militair historisch Museum, of zijn rechtsopvolger. Bij aanmaak van nieuwe doeken, respectievelijk vaandeltoppen worden deze standmodellen gevolgd. Voor de vaandeldoeken als genoemd onder 2.5 en 2.6. alsmede de afwijkende koorden met vaandelkwasten als genoemd in punt 2.9 geldt dat, wanneer bij vernieuwing hiervan (nog) geen standmodel voorhanden is, het bestaande doek respectievelijk koord in dat geval als standmodel dient.

2.11 De bandelier

De bandelier behoort niet tot het vaandel of de standaard, noch tot het toebehoren, maar maakt deel uit van de toegevoegde uitrusting. De van rijkswege verstrekte bandelier is van zwart tuigleder, 8 centimeter breed, met doorgaans een geelmetalen 5 gesp en riemuiteinde die bij het dragen op de rug vallen. In afwijking hierop zijn de bandelieren van de Koninklijke Marine, de Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marechaussee naar Brits model en opmaak. De omschrijving van de bandelieren bij de Koninklijke Marine is vastgelegd in het ‘Voorschrift betreffende de uniformen voor de militairen der zeemacht 1998’ (VVKM 21). Bij de Koninklijke Landmacht worden door enkele vaandel- of standaardvoerende regimenten of korpsen ook afwijkende bandelieren gevoerd, in het algemeen naar Brits model. Zo voert het Garderegiment Grenadiers en Jagers een oranje bandelier. Bij vervanging van bandelieren die afwijken van het van rijkswege voorgeschreven model zal de bestaande bandelier als model dienen, tenzij anders wordt besloten. (zie bijlage D) Aan de voorzijde is de onderkant van de bandelier voorzien van een lederen koker (schoen), waarin tijdens het voeren van ontplooid vaandel of ontplooide standaard de onderzijde van de stok wordt geplaatst. Afbeeldingen van de diverse vaandels zijn terug te vinden in bijlage D. Op deze pagina zijn enige detailfoto’s geplaatst.

De vaandeltop
Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Wapen-en Legermuseum, DelftFoto: C. Van Bruggen, Koninklijk Wapen-en Legermuseum, DelftFoto: C. Van Bruggen, Koninklijk Wapen-en Legermuseum, Delft
Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Wapen-en Legermuseum, DelftFoto: C. Van Bruggen, Koninklijk Wapen-en Legermuseum, Delft

De Koninklijke kroon zoals die is vastgesteld door Koning Willem I bij Kabinetsorder nummer 77 van 26 juni 1816


Voetnoeten:1. Met uitzondering van het vaandel van het Korps Mariniers (zie 2.5.a.).

2. Kabinetsorder van 24-6-1816, nr. 77.

3. Twee spiraalvormig om elkaar heen gedraaide draden.

4. Spiraalvormig opgerolde gouddraden.

5. Bij de regimenten van de cavalerie en het Korps Nationale Reserve zijn de gesp en het riemuiteinde in witmetalen uitvoering.  

Hoofdstuk 3

3. Het verlenen van vaandels en standaarden
3.1 Algemeen

Nieuwe vaandels en standaarden worden uitsluitend verleend door de Koning, op voordracht van de minister. Nieuwe vaandels of standaarden voeren de naamletter van de Koning die het voeren van dit symbool verleent. Een vaandel of standaard kan worden verleend aan een reeds bestaande eenheid, dan wel aan een nieuw opgerichte eenheid 1 die de tradities zal voortzetten van een eerder opgeheven, vaandel- of standaardvoerende eenheid.

3.2 Door de Koning verleende vaandels en standaarden

Bij de Koninklijke Landmacht heeft de Koning een vaandel verleend aan de volgende eenheden 2:

  • het Garderegiment Grenadiers en Jagers;
  • het Garderegiment Fuseliers ‘Prinses Irene’;
  • het Regiment Van Heutsz;
  • het Regiment Stoottroepen Prins Bernhard;
  • het Regiment Infanterie Johan Willem Friso;
  • het Regiment Infanterie Oranje Gelderland;
  • het Regiment Limburgse Jagers;
  • het Korps Commandotroepen;
  • het Regiment Genietroepen;
  • het Regiment Verbindingstroepen;
  • het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen;
  • het Korps Nationale Reserve;
  • het Regiment Geneeskundige Troepen;
  • het Regiment Technische Troepen;
  • Het Korps Luchtdoelartillerie.

Bij de Koninklijke Marine is een vaandel verleend aan de volgende onderdelen:

  • het Korps Mariniers;
  • de Onderzeedienst;
  • de Marine Luchtvaartdienst;
  • de Mijnendienst;
  • het Eskader.

Aan de Koninklijke Luchtmacht is als krijgsmachtdeel een vaandel verleend. Onderdelen van dit krijgsmachtdeel voeren geen vaandel.

Aan elk der volgende eenheden van de Koninklijke Landmacht is een standaard verleend:

  • het Regiment Huzaren Prins van Oranje;
  • het Regiment Huzaren Van Boreel;
  • Korps veldartillerie;
  • Korps rijdende artillerie
  • het Regiment Huzaren Van Sytzama.

Aan het Wapen der Koninklijke Marechaussee is een standaard verleend. Nadat dit wapen het vierde krijgsmachtdeel is geworden, heeft dit deze standaard overgenomen 2. Onderdelen van dit krijgsmachtdeel voeren geen standaard.

3.3 Niet door de Koning verleende vaandels.

In het verleden hebben ook anderen dan de Koning op vaandels gelijkende doeken aangeboden aan eenheden of instellingen van de krijgsmacht. In enkele gevallen zijn deze naderhand als vaandel erkend, hetgeen in een Koninklijk Besluit is bekrachtigd. Dit betreft onder meer het vaandel van de Koninklijke Militaire Academie (bij KB van 21-10-1903, nr. 55), het vaandel van het Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine 4 (bij KB van 8-9-1904, nr. 63) en het vaandel van de Koninklijke Militaire School (bij KB van 18-3-1972, nr. 122.).

3.4 Voordracht voor het verlenen van een vaandel of standaard

Een commandant die meent dat zijn eenheid in aanmerking komt voor het verlenen van een vaandel of standaard, dient daartoe een rekest in bij de Koning, via de hiërarchieke weg. De commandant van het betreffende krijgsmachtdeel stelt over het verzoek een advies aan de Commandant der Strijdkrachten op, na zijn traditiecommissie te hebben geraadpleegd. De CDS raadpleegt het NIMH en stelt een advies op aan de minister. Bij een positief advies wordt tevens een ontwerpvoordracht Koninklijk Besluit gevoegd, opgemaakt bij de DJZ. De minister legt de voordracht ter advisering voor aan de Traditiecommissie Krijgsmacht. Na ontvangst van het advies van de Traditiecommissie Krijgsmacht neemt de minister over de voordracht een besluit en geleidt het rekest door, waarbij hij zijn overwegingen voegt. Als hij positief beslist over de aanvraag, bied hij bij het rekest ook de ontwerpvoordracht Koninklijk Besluit aan.

3.5 Bepalingen bij de Koninklijke Landmacht

Om voor een vaandel in aanmerking te komen moet een eenheid bij de Koninklijke Landmacht een regiment of korps zijn en daarbij niet behoren tot het Wapen der Cavalerie of het Wapen der Artillerie. Om voor een standaard in aanmerking te komen moet bij de Koninklijke Landmacht de eenheid een regiment zijn en behoren tot het Wapen der Cavalerie.

3.6 Vaandels en standaarden van samengevoegde eenheden

Bij de samenvoeging tot een nieuwe eenheid onder een nieuwe naam van een aantal eenheden, waarvan ten minste één eenheid vaandel- of standaardvoerend is, zal aan deze eenheid een nieuw vaandel of nieuwe standaard worden verleend.

3.7 Vaandels en standaarden van heropgerichte eenheden

Indien een vaandel- of standaardvoerende eenheid, na te zijn opgeheven, wordt heropgericht, zal in het desbetreffende Koninklijke Besluit worden vastgesteld welke tradities van de eertijds opgeheven eenheid zullen worden voortgezet. Hieronder voor zover toepasselijk het recht tot het voeren van het eertijds verleende vaandel of de eertijds verleende standaard. In geval aan de eenheid het recht wordt verleend haar vaandel of standaard weer te voeren, zal de betrokken commandant van het operationeel commando de directeur van het museum, waar het vaandel of de standaard in beheer is gegeven 5, verzoeken dit aan hem over te dragen. Want alhoewel de heroprichting geschiedt bij Koninklijk Besluit, is hier geen sprake van het ontwerpen van een nieuw vaandel of nieuwe standaard.

Foto: Ton Kastermans Fotografie, Hilversum

Het buiten dienst gestelde vaandel van het voormalige Regiment aan- en Afvoertroepen met de daaraan gehechte cravate met het opschrift Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen wordt op 7 april 2001 door de regimentscommandant, luitenant-kolonel D.K. Brouwer, ingenomen en op dieptrommen gelegd. Het nieuwe vaandel, dat daarna door H.M. de Koningin zal worden uitgereikt, bevindt zich nog in de hoes.


Voetnoten:

1. Hieronder wordt ook verstaan een bestaande eenheid die een nieuwe of andere naam krijgt.

2. In dit overzicht zijn niet opgenomen de inmiddels uit dienst gestelde vaandels van niet meer bestaande regimenten

3. Op de standaard staat vermeld ‘WAPEN DER KONINKLIJKE MARECHAUSSEE’. Er is geen KB met de naam ‘Koninklijke Marechaussee’ die de aanmaak van een nieuwe standaard initieert.

4. In tegenstelling tot het vaandel van de Koninklijke Militaire Academie is het vaandel op het Koninklijk Instituut voor de Marine uitgereikt aan het Korps Adelborsten en niet aan het Instituut, ook al staat de naam daarvan op het vaandel.

5. Na de opheffing van een eenheid wordt het uit dienst gestelde vaandel of de uit dienst gestelde standaard en toebehoren in beheer overgedragen aan het desbetreffende defensiemuseum (zie punt 8.4).  

Hoofdstuk 4

4. Opschriften op vaandels en standaarden
4.1 Algemeen

De Koning verleent, op voordracht van de minister, bij Koninklijk Besluit, het recht tot het voeren van vaandel- en standaardopschriften. Vaandel- en standaardopschriften verwijzen naar belangrijke krijgsverrichtingen waarbij een eenheid, die een vaandel of standaard voert, daadwerkelijk betrokken is geweest en zich op zodanige wijze heeft onderscheiden, dat een en ander voldoet aan de navolgende criteria. Het verlenen van zulk een opschrift geeft erkenning aan de prestatie van het betrokken krijgsmachtsdeel of de desbetreffende eenheid en wordt daarbij tevens anderen ten voorbeeld gesteld. Het opschrift wordt niet terstond na te zijn verleend op een bestaand doek aangebracht, maar pas bij de vernieuwing van het vaandel- of standaarddoek. Tot die tijd wordt aan het vaandel of de standaard een cravate bevestigd, waarop het opschrift is geborduurd (6.4.3).

4.2 Criteria voor het verlenen van opschriften op vaandels en standaarden

Om voor toekenning van een opschrift op het vaandel of de standaard in aanmerking te komen geldt dat de eenheid tijdens de krijgsverrichting met ere heeft gestreden en zich buitengewoon heeft onderscheiden, waarbij het optreden zal worden vergeleken met dat van neveneenheden die bij dezelfde krijgsverrichting hebben opgetreden. Hierbij wordt een aantal zaken in samenhang in beschouwing genomen, zoals:

  1. grootte van de bij de gevechten betrokken eenheid of eenheden, in relatie tot de vaandel- of standaardvoerende eenheid;
  2. de feiten en omstandigheden waaronder de strijd werd gevoerd, zoals de duur en het verloop ervan;
  3. de gevechtsresultaten;
  4. aard en omvang der verliezen;
  5. de moed en het beleid getoond door de bij de actie betrokken militairen, welke blijkt uit de verleende dapperheidonderscheidingen.

Bovenstaande criteria gelden tot het einde van de Koude Oorlog (november 1989). Voor de periode daarna gelden de door de Traditiecommissie Krijgsmacht opgestelde nieuwe criteria op grond waarvan een voordracht voor een opschrift wordt getoetst, zo als in het volgende punt vermeld.

Een eenheid die tijdens het deelnemen aan een krijgsverrichting nog geen vaandel of standaard voerde, maar zulks nadien wel heeft ontvangen, kan vervolgens alsnog voor een vaandel- of standaardopschrift worden voorgedragen.

4.2.1 Het voorstel voor krijgsverichtingen na november 1989

1. Indien een aanvraag voor een opschrift op een vaandel of standaard wordt ingediend en aan de Traditiecommissie Krijgsmacht ter beoordeling wordt voorgelegd, zal zij bij haar beoordeling het volgende betrekken:

  1. de context van het optreden,
  2. de toetsingsnormen voor een toekenning.

2. Voor de context van het optreden geldt:

  1. uit welke eenheden was de eenheid samengesteld en wat was de grootte ervan.
  2. wat was de wijze van optreden (tijdens een formeel verklaarde oorlog, optreden op grond van een mandaat van de Verenigde Naties, optreden in bondgenootschappelijk verband, optreden in nationaal verband),
  3. wat was de opdracht en is deze uitgevoerd?
  4. aan welke gevaren werd de eenheid blootgesteld,
  5. wat waren de feiten en omstandigheden waaronder de strijd werd gevoerd (deze moeten aantoonbaar of minstens aannemelijk zijn),
  6. wat waren de aard en omvang van eigen en vijandelijke verliezen.

3. Als toetsingsnormen gelden:

  1. voldoet het gewapende treffen aan de definitie van gevecht of gewapende strijd (zie bijlage),
  2. het zich boven andere Nederlandse eenheden hebben onderscheiden,
  3. werd voldaan aan de eisen van moedig, beleidvol en dapper optreden van de eenheid (kan blijken uit verleende dapperheidonderscheidingen),
  4. is de actie waarvoor een opschrift wordt verzocht, toe te rekenen aan een (deel van de) eenheid of aan het samenstel.
  5. werden de Conventies van Geneve en het Humanitair Oorlogsrecht nageleefd.
4.3 Bepalingen omtrent krijgsverrichtingen

Bij de Koninklijke Marine komen in aanmerking krijgsverrichtingen sinds de oprichtingsdatum van de betrokken eenheid. Bij de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Marechaussee komen hiervoor uitsluitend in aanmerking krijgsverrichtingen die na 1813 hebben plaats gevonden. Bij de Koninklijke Luchtmacht komen in aanmerkingen krijgsverrichtingen sinds de oprichtingsdatum van dit krijgsmachtdeel. Zo mogelijk wordt op het vaandel of de standaard de geografische plaats, streek, baai of zee vermeld waar de krijgsverrichting zich in hoofdzaak heeft afgespeeld. Wanneer de krijgsverrichting zich heeft gekenmerkt door het verspreid optreden van kleinere onderdelen van de betrokken eenheid, of wanneer de strijd zich over meerdere locaties heeft verplaatst, kunnen termen als ‘krijgsverrichtingen’, ’slag’ of ‘veldtocht’ worden gebruikt. Bij het opschrift wordt ook vermeld het jaartal waarin de krijgsverrichting plaatsvond. Dit geldt niet voor het vaandel van het Korps Mariniers, waar bij de wapenfeiten geen jaartallen worden vermeld.

4.4 Voordrachten voor vaandel- of standaardopschriften

Voordrachten voor opschriften op vaandels en standaarden kunnen op diverse wijzen worden geïnitieerd. Enerzijds kan de commandant van het krijgsmachtdeel van het desbetreffende krijgsmachtdeel een eenheid voordragen, anderzijds kan een commandant van een eenheid om een opschrift verzoeken. Ook kan de voordracht worden gedaan vanuit de samenleving. De voordracht wordt aan de minister aangeboden, in principe door tussenkomst van de desbetreffende commandant van het krijgsmachtdeel 1 die de voordracht vergezeld doet gaan van zijn advies. Voordat de commandant van het krijgsmachtdeel zijn advies aan de minister uitbrengt, zal hij de validiteit van de aangevoerde feiten en omstandigheden door zijn traditiecommissie doen toetsen aan genoemde criteria. De betrokken traditiecommissie zal hierbij NIMH betrekken. De minister zal zich na ontvangst van de voordracht en het advies van de betrokken commandant van het krijgsmachtdeel over deze zaak tevens doen adviseren door de Traditiecommissie Krijgsmacht, en vervolgens door de Commissie Dapperheidsonderscheidingen. De Traditiecommissie Krijgsmacht stelt als eerste haar advies op en legt dit via haar voorzitter voor aan de Commissie Dapperheidsonderscheidingen die dit in haar beschouwingen betrekt. Vervolgens adviseert de Commissie Dapperheidsonderscheidingen de minister. Mocht het advies van deze commissie afwijken van dat van de Traditiecommissie Krijgsmacht, dan wordt de minister over beide standpunten in kennis gesteld. Bij een unaniem positief advies stelt de Commissie Dapperheidsonderscheidingen ook een ontwerpvoordracht Koninklijk Besluit op. Op basis van de uitgebrachte adviezen –ook wanneer deze niet met elkaar zouden sporen– neemt de minister een besluit. Bij een positief besluit biedt hij de desbetreffende voordracht aan de Koning aan, tezamen met de ontwerpvoordracht Koninklijk Besluit, opgesteld door de Commissie Dapperheidsonderscheidingen.

4.4.1 Het tijdstip van indienen van een voordracht

Het tijdstip waarop een voordracht wordt ingediend is niet gebonden aan enige termijn in relatie tot de periode van de krijgsverrichting. Ook geruime tijd na de krijgsverrichting kunnen (nieuw aan het licht gekomen) feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding vormen.

4.4.2 Procedure van de indiening en behandeling voor krijgsverichtingen na november 1989

1. Een aanvraag voor een vaandel- of standaardopschrift wordt, voorzien van een motivering, ingediend door of via de commandant van de vaandel- of standaardvoerende eenheid en wordt via de hiërarchieke weg, voorzien van advies/adviezen, uiteindelijk door de C-ZSK respectievelijk de C-LAS, C-LSK of C-KMAR aangeboden aan de Traditiecommissie Krijgsmacht, ongeacht de op het voorstel aangebrachte adviezen.

2. Na verifiëring door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie brengt de Traditiecommissie Krijgsmacht advies uit aan de Minister.

3. Na een positief besluit zal door de DJZ in overleg met de Traditiecommissie Krijgsmacht een concept Koninklijk Besluit worden opgesteld, opdat dit door de minister kan worden voorgelegd aan Hare Majesteit de Koningin.

4. De uitreiking van een cravate met het opschrift, te hechten aan vaandel of standaard, zal tijdens een militaire ceremonie conform de daartoe geldende voorschriften plaatsvinden door de Koningin of door een door Haar aan te wijzen vertegenwoordiger. Daarna wordt het vaandel of de standaard in bijzijn van de Koningin of een door Haar aan te wijzen vertegenwoordiger met ceremonieel in een vaandelparade aan het regiment of korps getoond. Indien het vaandel- of standaarddoek wegens slijtage moet worden vervangen, wordt het opschrift op het nieuwe doek aangebracht. De verwisseling van het vaandeldoek geschiedt zonder ceremonieel.

Indien de TCK van oordeel is dat het opschrift toegerekend moet worden aan delen van meerdere vaandel- of standaard voerende eenheden, dan kan worden geadviseerd alle betrokken eenheden een opschrift toe te kennen. Indien een veteraan of groep van veteranen een verzoek indient om een opschrift te verkrijgen, dient de aanvraag ook te beginnen bij de commandant van de eenheid.

4.5 Uitvoering

De uitvoering van het opschrift op het doek van het vaandel of de standaard gebeurt volgens de standmodellen en de aanvullende beschrijvingen bij deze modellen. De opschriften worden cirkelvormig aangebracht rondom de naamletter, in de kwartieren van het vaandel- of standaarddoek (zie bijlage A). Het eerste opschrift komt in het eerste kwartier, het tweede in het tweede, enz. Het vijfde komt horizontaal links van de naamletter, het zesde rechts ervan. Bij meerdere opschriften wordt een ontwerp gemaakt in deze geest, waarbij de volgorde van de krijgsverrichtingen in de tijd leidraad is. Als voorbeeld: bij acht opschriften worden de eerste twee hiervan in het eerste kwartier geplaatst, het tweede paar in het tweede kwartier, het vijfde opschrift in het derde kwartier, het zesde in het vierde kwartier, het zevende links van de naamletter, het achtste rechts daarvan.

4.6 Opschriften van samengevoegde eenheden

Bij het samenvoegen tot een nieuwe eenheid van eenheden waarvan er één of meer vaandel- of standaardvoerend zijn, dient in het desbetreffende Koninklijke Besluit te worden opgenomen welke van de vaandel- of standaardopschriften die de voormalige eenheden voerden, door de nieuwe eenheid mogen worden gevoerd.


Voetnoten:

1. De minister zal voordrachten die hem rechtstreeks bereiken, naar de betrokken commandant van het krijgsmachtdeel doen sturen voor advies.

Hoofdstuk 5

5. Onderscheidingen aan vaandels en standaarden
5.1 Algemeen

Heden ten dage wordt aan een eenheid als Nederlandse dapperheidsonderscheiding uitsluitend de Militaire Willems-Orde verleend. Dit gebeurt alsdan bij Koninklijk Besluit. In het verleden zijn aan eenheden ook wel andere onderscheidingen uitgereikt, sommige daarvan zijn toentertijd zelfs met instemming van de Koning aan vaandel of standaard bevestigd 1. Dit wordt niet als een precedent aangemerkt. Eenheden aan wie in het verleden een andere onderscheiding is verleend dan de Militaire Willems-Orde, mogen die niet aan het vaandel of de standaard voeren, tenzij dit bij Koninklijk Besluit is goedgekeurd of deze onderscheiding door of namens de Koning daaraan is bevestigd.

5.2 Voordracht voor het verlenen van een onderscheiding

De voordracht om een eenheid de Militaire Willems-Orde te verlenen volgt de voor deze onderscheiding geldende procedures. Het Kapittel van de Militaire Willems-Orde verschaft, desgevraagd, daarover de benodigde informatie.

5.2.1 Toetsing van de voordracht

Het Kapittel van de Militaire Willems-Orde toetst op grond van de aangevoerde feiten en omstandigheden uit de voordracht, aan de hand van vastgestelde criteria, of een eenheid in aanmerking komt voor de toekenning van de Militaire Willems-Orde.

5.3 Bevestiging van de onderscheiding aan het vaandel of de standaard

De onderscheiding wordt aan het bijbehorende lint, ter lengte van 30 centimeter, bevestigd aan de stok of stang ter hoogte van de lauwerkrans. In afwijking hierop is de Militaire Willems-Orde aan het vaandel van het Regiment Van Heutsz bevestigd in een rozet met afhangende linten. Dit is conform het gebruik bij het voormalig Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, waarvan dit regiment de tradities voortzet. En alhoewel meerdere eenheden van het voormalig Koninklijk Nederlands-Indisch Leger indertijd onderscheiden zijn met de Militaire Willems-Orde en de Atjehmedaille, wordt van elk van deze onderscheidingen slechts één exemplaar gevoerd.

5.4 Herinneringsonderscheidingen

Aan eenheden verleende herinneringsonderscheidingen worden nimmer aan vaandels of standaarden bevestigd. Hetzelfde geldt voor de (als wimpel uitgevoerde) aandenkens zoals die wel door buitenlandse staatshoofden aan eenheden zijn verleend.

Foto: Mariniersmuseum der Koninklijke Marine, Rotterdam nr. 2602-31

Vice-admiraal C.E.L. Helfrig hechtte op 10 december 1946 het onderscheidingsteken van de militaire Willems-Orde der vierde klasse aan het vaandel van het Korps Mariniers.

Foto: NFP Photography

Op 31 augustus 1982 hechtte Koningin Beatrix het verzetsherdenkingskruis, op voordracht van het voormalig verzet aan het vaandel van het Regiment Stoottroepen

Foto: Fotostudio Richard, Scheveningen

Vaandelgroep van alle met de militaire Willems-Orde gedecoreerde vaandels. Opname ter gelegenheid van het 185 jarig bestaan van deze orde op 2 mei 2000. Van links naar rechts de vaandels van het Korps Mariniers, het Regiment van Heutsz, de Koninklijke Luchtmacht, het Garderegiment Fuseliers “Prinses Irene”, 82 (US) Airborne Division, de Mijnendienst en de Marine Luchtvaartdienst.

Foto: Mediacentrum/Mediadesk Koninklijke Landmacht, Den Haag

Foto: Mediacentrum/Mediadesk Koninklijke Landmacht, Den Haag

De Militaire Willems-Orde op het vaandel van de Koninklijke Luchtmacht en op het vaandel van het Regiment van Heutsz, de laatste conform de opmaak in het voormalig Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Op het vaandel van het Regiment van Heutsz ook de Atjehmedaille.

Foto: C. van Bruggen, Koninklijk Leger- en Wapenmuseum, Delft

Koordjes voor het vastzetten van onderscheidingen bij harde wind  of bij bereden defilé.


Voetnoot:

1. Dit zijn:

  • Het Regiment Grenadiers en Jagers: het Metalen Kruis bij KB van 10-7-1849.
  • Het 7de Regiment Infanterie (nadien Regiment Chassé): de Citadelmedaille bij KB van 13-6-1857.
  • Het 3de Bataljon Infanterie KNIL en het 9de Bataljon Infanterie KNIL: de Atjehmedaille bij KB van 24-3-1877. Zo voert het Regiment Van Heutsz -dat de tradities van het KNIL voortzet- aan haar vaandel, naast de Militaire Willemsorde, de Atjehmedaille.
  • Het 8ste Regiment Infanterie (nadien Regiment Infanterie Oranje-Gelderland): het Zilveren Kruis bij KB van 7-8-1896.
  • Het Regiment Stoottroepen Prins Bernhard: het Verzetsherdenkingskruis bij KB van 23-8-1982.  

Hoofdstuk 6

6. Cravates
6.1 Algemeen

De cravate vormt geen wezenlijk deel van het vaandel of de standaard. Zij is doorgaans een hulpmiddel om een wijziging van of aanvulling op de tekst op het vaandel- of standaarddoek aan te geven die pas bij vernieuwing van dat doek zal worden aangebracht. Cravates zijn in principe dus tijdelijk van aard, met uitzondering van de cravates als beschreven in punt 6.4.4.

6.2 Beschrijving

De cravate – met uitzondering van de rouwcravate – is vervaardigd van dubbelzijdige, ongevoerde zijde, van overeenkomstige stof en kleur als het doek van het vaandel of de standaard. Zij vormt op het oog een strik. Deze wordt gevormd door een korte en een lange strook, zoals hierna beschreven. De lange strook is lang 150 centimeter bij een groot vaandel, 100 centimeter bij een klein vaandel en 85 centimeter bij een standaard. De breedte ervan bedraagt bij vaandels 14 centimeter en bij een standaard 10 centimeter. De lengte van de lange strook verhoudt zich tot de lengte van de korte strook als 7: 6. De lange strook is aan beide uiteinden voorzien van een rand met franje, overeenkomstig die van het vaandel- of standaarddoek waaraan de desbetreffende cravate wordt verbonden (zie hoofdstuk 2). Op de plaats van de vouw is de strook in plooien bijeengenomen, zodat de breedte zich hier tot 5 cm versmalt. Op deze plaats is overdwars een passant van dezelfde stof en kleur als de strook vastgenaaid, van 5 cm breed. Hier doorheen is de korte strook geschoven, in het midden tot 5 cm breedte geplooid, de uiteinden tot 15 cm uiteen, zodat het idee van een strik ontstaat. Aan de passant is een band bevestigd waarmee de cravate aan de stok kan worden verbonden. Op de lange strook is aan beide uiteinden, telkens aan één kant van het doek, langs de rand U-vormig een oranjetak geborduurd, tot 25 centimeter vanaf het eind. Deze oranjetak is een verkleinde weergave van de oranjetak op het vaandel- of standaarddoek. De ruimte binnen de oranjetak is bestemd voor tekst, afhankelijk van het doel van de cravate.

6.3 Bevestiging van de cravate

De cravate wordt vastgeknoopt met de daarvoor bestemde band aan de stok, ter hoogte van de bovenzijde van het vaandel of standaard. Hierbij is de cravate aan de voorzijde van het vaandel of de standaard zichtbaar, met het langste gedeelte vooraan: dit hangt daarbij niet lager dan de onderzijde van het vaandel of de standaard. De cravate moet zodanig aan de stok zijn bevestigd dat de op de lange strook aangebrachte oranjetak en de eventueel aangebrachte tekst op beide strookuiteinden zichtbaar zijn.

6.4 Soorten cravates
6.4.1 Cravates bij naamsverandering

Indien een vaandel- of standaardvoerende eenheid van naam verandert, behoudt zij het recht op het voeren van een vaandel of een standaard. Alsdan wordt een nieuw vaandel ontworpen. Tot de uitreiking daarvan mag het oude vaandel of de oude standaard worden gevoerd, zij het dat hieraan een cravate met de nieuwe naam van de eenheid moet zijn bevestigd. Op de lange strook van deze cravate is op het langste gedeelte, in de U-vormige ruimte binnen de oranjetak, met gouddraad de nieuwe naam van de eenheid geborduurd, de beginletter het dichtst bij het uiteinde. Op het korte einde is op overeenkomstige wijze –in cijfers– de datum vermeld waarop de naamsverandering heeft plaatsgevonden, het eerste cijfer het dichtst bij het uiteinde.

6.4.2 Cravates na samenvoeging van eenheden

Aan een eenheid die is ontstaan door samenvoeging van eenheden, waarvan er één of meer een vaandel of standaard voerde, zal bij Koninklijk Besluit ook een vaandel of standaard verleend worden. In afwachting van de uitreiking van haar eigen vaandel of standaard kan de nieuwe eenheid het vaandel, respectievelijk de standaard van de oudste van die voormalige eenheden blijven voeren, samen met een cravate met de benaming van de nieuwe eenheid. De uitvoering daarvan is overeenkomstig het gestelde in het voorgaande punt.

6.4.3 Cravates voor vaandel- en standaardopschriften

Indien aan een eenheid een opschrift voor een krijgsverrichting is verleend zal, totdat bij vernieuwing van het vaandel- of standaarddoek hierop het opschrift wordt aangebracht, een cravate aan het vaandel of de standaard worden bevestigd, met op het langste, afhangende deel van de lange strook het desbetreffende opschrift. Op de korte zijde wordt dan de naam van de eenheid aangebracht. De uitvoering is verder analoog aan het gestelde onder 6.4.1. Indien aan de stok van een vaandel of standaard reeds een cravate is (dan wel meerdere cravates zijn) verbonden, wordt de nieuwe cravate naast de andere cravate(s) bevestigd. Wanneer een cravate door bijvoorbeeld slijtage aan vernieuwing toe is, doch het vaandel respectievelijk de standaard nog niet, wordt een nieuwe cravate vervaardigd, waarop alle verleende opschriften bij elkaar worden vermeld. Deze cravate vervangt alsdan alle andere cravates met vaandel- of standaardopschriften. Het desbetreffende ontwerp is analoog aan het gestelde in de vorige alinea.

6.4.4 Cravates voor namen van opgeheven eenheden, waarvan de traditie wordt bewaard door een bestaande eenheid

De commandant van een krijgsmachtdeel kan bepalen dat een bestaande eenheid de tradities van een opgeheven eenheid zal bewaren. Hiertoe initieert hij een voordracht Koninklijk Besluit en biedt deze aan de Koning aan, door tussenkomst van de minister. In het geval dat de traditiebewarende eenheid een vaandel of standaard voert, krijgt zij aan haar vaandel- of standaard een cravate toegevoegd met de naam van de bedoelde opgeheven eenheid, mits die opgeheven eenheid op haar vaandel of standaard één of meer opschriften voerde. Op het korte einde van de cravate wordt alsdan de naam van de opgeheven eenheid vermeld en op de lange zijde het (de) aan die eenheid verleende vaandel- of standaardopschrift(en) 1.

6.4.5 De rouwcravate

De rouwcravate is afwijkend van het model en de kleur als beschreven in 6.2. De rouwcravate wordt samengesteld uit twee delen: een rozet en een in het midden dubbelgevouwen lange strook. Strook en rozet hebben dezelfde kleur, te weten zwart, wit of paars: dit wordt per gebeurtenis op aanwijzing van de Koning vastgesteld 2. De strook is ongeborduurd. Beide uiteinden van de strook hebben een V-vormige uitsparing die is afgezoomd. De strook kan drie lengtes hebben, te weten 174, 120 en 100 centimeter. De langste van deze drie is bestemd voor bevestiging aan een groot formaat vaandel, de strook van 120 centimeter voor bevestiging aan het vaandel van een gemechaniseerd garderegiment en de korte strook voor bevestiging aan een standaard. De korte strook is 10 centimeter breed, de andere stroken zijn 14 centimeter breed. De rozet, met in het midden een knoop van dezelfde kleur, heeft een doorsnede van 18 centimeter. Aan de achterzijde van de rozet zijn twee linten aangebracht. De dubbelgevouwen strook is op de vouw vast gestikt, hier zijn knoopsgaten gemaakt waar doorheen de linten worden gehaald om de rozet aan de strook en vervolgens aan de lauwerkrans van de stok vast te binden. De rouwcravate wordt uitsluitend bevestigd aan de vaandels en standaarden conform de aanwijzingen van de mandataris van het Contingencyplan (CP) 100, die in deze overleg pleegt met de Chef van het Militaire Huis van de Koning.

Foto: Mediacentrum/Mediadesk Koninklijke Landmacht, Den HaagCravate naar aanleiding van het samengaan van het Regiment Aan- en Afvoertroepen en het Regiment Intendancetroepen in een nieuw Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen
Foto: P. Wiezoreck, Directie VoorlichtingHet aanhechten van cravate met de nieuwe naam Regiment Stoottroepen Prins Bernhard aan het vaandel van het Regiment Stoottroepen door Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden op 28 juni 2002.
Foto: W.L. PlinkDe rouwcravate voor een standaard in zwarte uitvoering

Voetnoten:

1. Is bedoelde traditiebewarende eenheid zelf niet vaandel- of standaardvoerend, dan verkrijgt zij, wanneer zij de tradities zou voortzetten van een vaandel- of standaardvoerende eenheid, daarbij niet het recht tot het voeren van het vaandel of de standaard van de voormalige eenheid.

2. Dit geldt ook voor de keuze welke vaandels en standaarden zullen zijn ingedeeld bij de plechtigheid.  

Hoofdstuk 7

7. Ceremoniële aangelegenheden
7.1 Algemeen

Dit hoofdstuk gaat in op ceremoniële aangelegenheden en protocol aangaande vaandels en standaarden, voor zover deze niet al in de Defensiepublicatie Ceremonieel en Protocol DP 20-10 zijn vastgelegd. Ook bevat het bepalingen wat te doen met buiten gebruik gestelde vaandels, standaarden en cravates.

7.2 Uitreiking van een nieuw vaandel of een nieuwe standaard

De Koning reikt het door hem verleende nieuwe vaandel of de nieuwe standaard uit, of laat namens hem uitreiken door:

  1. een ander lid van het Koninklijk Huis;
  2. de minister;
  3. de staatssecretaris;
  4. de bevelhebber van het desbetreffende krijgsmachtdeel.

De uitreiking gebeurt op een passend geacht moment. Het vastleggen van de datum van uitreiking geschiedt in overleg tussen de Chef van het Militaire Huis en de functionaris van de staf van de desbetreffende bevelhebber die belast is met het protocol.

7.3 Uitreiking van een opnieuw in dienst genomen vaandel of standaard

Indien een vaandel- of standaardvoerende eenheid, na te zijn opgeheven, wordt heropgericht en daarbij het recht verkrijgt dit vaandel of deze standaard weer te mogen voeren, zal de betrokken commandant van het krijgsmachtdeel de directeur van het desbetreffende museum verzoeken het vaandel of de standaard aan hem te doen toekomen. De uitreiking gebeurt overeenkomstig het voorgaande punt. Wanneer de directeur van het betrokken museum meent dat de conditie van de materialen van het doek een verder gebruik niet toelaat, zal hij de commandant van het krijgsmachtdeel hiervan in kennis stellen.

7.4 Uitreiking van de onderscheiding

De Koning reikt de Militaire Willems-Orde aan de eenheid uit. De uitreiking gebeurt op een passend moment. Indien de dapperheidsonderscheiding niet door de Koning zelf wordt uitgereikt, zal dit namens Hem gebeuren.

7.5 Cravates met de nieuwe naam van een eenheid

Indien een vaandel- of standaardvoerende eenheid bij Koninklijk Besluit een nieuwe naam krijgt, voert zij tot aan de uitreiking van het nieuwe vaandel of de nieuwe standaard aan het oude vaandel of de oude standaard een cravate (zie 6.4.1). De ceremonie van het aanhechten van de cravate is een aangelegenheid binnen de betrokken eenheid, één en ander in overleg met de functionaris van de staf van de commandant van het krijgsmachtdeel die belast is met het protocol. Deze laatste bepaalt welke militaire autoriteiten zullen worden betrokken in de te volgen ceremonie.

7.6 Cravates met verleende vaandelopschriften

Indien aan een vaandel- of standaardvoerende eenheid een vaandel- of standaardopschrift is verleend (zie onder 6.4.3), is het voorgaande punt van overeenkomstige toepassing. Echter, indien het doek van het vaandel of van de standaard op de nominatie staat om te worden vernieuwd, zal geen cravate meer worden aangemaakt wegens het verlenen van een vaandel- of standaardopschrift. In dat geval wordt gehandeld conform het gestelde in het volgende punt.

7.7 Opschriften met gelijktijdige doekvernieuwing

Indien aan een eenheid een vaandel- of standaardopschrift wordt verleend, en het vaandel- of de standaarddoek inmiddels aan vernieuwing toe is, wordt een nieuw vaandel- of standaarddoek vervaardigd, waarop dan ook het desbetreffende opschrift wordt geborduurd. De omwisseling van het oude en vernieuwde doek geschiedt zonder enig ceremonieel. Naar behoefte kan, na het omwisselen, een ceremonie worden uitgevoerd conform het gestelde in de defensiepublicatie Ceremonieel en Protocol met betrekking tot het aanhechten van een cravate. Met dien verstande dat, in plaats hiervan, de vaandel-, respectievelijk de standaardwacht met het nieuwe doek voorlangs de opgestelde eenheid en aanwezige autoriteiten zal marcheren. De commandant van het krijgsmachtdeel bepaalt welke militaire autoriteiten worden betrokken in de ceremonie.

Foto: Centrum voor audiovisuele Dienstverlening Koninklijke Marine, Amsterdam

Het ceremonieel op de derde dinsdag in september “Prinsjesdag”

Foto: H. Keeris, Directie voorlichting

Overdracht van het commando over de Koninklijke Luchtmacht

Foto: Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen

De bevelhebber der Landstrijdkrachten overhandigt op 20 oktober 2000 het vaandel van het Regiment Aan- en Afvoertroepen met de cravate waarop de naam van het nieuw opgerichte Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen aan de regimentscommandant.

Foto: W. den Dunnen, Rijswijk

Bereden standaardwacht van het Regiment Huzaren Prins Alexander ingedeeld bij het Cavalerie Ere-Escorte

Foto: C. van Bruggen, Koninklijk Leger- en Wapenmuseum, Delft  

Uitreiking van de standaard aan de Koninklijke Marechaussee op Paleis ’t Loo te Apeldoorn op 29 oktober 1931. Dit schilderij van J. Hoyinck van Papendrecht is een van de weinige afbeeldingen waarop H.K.H. Prinses Juliana te paard is afgebeeld.

Foto: Centrum voor audiovisuele Dienstverlening Koninklijke Marine, Amsterdam

Voordat H.M. Koningin Beatrix op 26 april 2002 het vaandel uitreikt aan het Eskader ontvangt zij conform het ceremonieel dit vaandel uit handen van een verdienstelijk onderofficier, de adjudant onderofficier P.T. Willeboordse.

Foto: Privébezit W.L. Plink, maker onbekend

Tijdelijk reserve tweede luitenant W.L. Plink legt de eed af op de standaard van het Regiment Huzaren van Boreel en houdt daarbij conform het ceremonieel bij de Koninklijke Landmacht met de linkerhand de stok vast.

Foto: Privébezit J.A. Buijse, maker onbekend

Tweede luitenant der mariniers J.A. Buijse legt de eed af op het vaandel van het Korps Mariniers en houdt daarbij conform het ceremonieel bij dat korps met de linkerhand het vaandel in de vluchthoek vast.


Voetnoot:

1. Voor het uitvoeren van de desbetreffende exercitie wordt verwezen naar de defensiepublicatie Exercitie voor de krijgsmacht DP 20-20.

Hoofdstuk 8

8. Aanmaak, vervanging, vernieuwing, bewaring en beheer
8.1 Aanmaak van vaandels, standaarden, toebehoren en cravates

De commandanten van de krijgsmachtdelen zijn, elk voor hun krijgsmachtdeel, verantwoordelijk voor de aanmaak van vaandels, standaarden, toebehoren en cravates. De uitvoering ligt bij het KPU Bedrijf van DMO.

  1. De vaandels, standaarden, toebehoren en cravates worden uitsluitend conform de respectieve standmodellen en bijbehorende beschrijvingen vervaardigd. De standmodellen en de desbetreffende beschrijvingen worden –voor alle krijgsmachtdelen– beheerd door het Koninklijk Militair Historisch Museum, of zijn rechtsopvolger.
  2. De complete beschrijvingen van alle standmodellen dienen in kopie ook aanwezig te zijn bij het KPU Bedrijf.
  3. De ontwerpen van aan te maken vaandels, standaarden, toebehoren en van cravates worden, evenals het ontwerp voor een bandelier, voorafgaand getoetst door de Traditiecommissie Krijgsmacht.
  4. Nieuw aangemaakte vaandels of standaarden, toebehoren, cravates en bandelieren worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Traditiecommissie Krijgsmacht. Deze laat zo nodig wijzigingen aanbrengen, bij voorkeur voordat één en ander zal worden uitgereikt. Na goedkeuring wordt het vaandel, de standaard of het toebehoren, alsook de cravate, door de zorg van de betrokken bevelhebber bewaard tot aan de dag van uitreiking. De bandelier wordt na goedkeuring direct doorgeleid naar de betrokken commandant.
8.2 Beheer van in gebruik zijnde vaandels, standaarden, toebehoren en cravates

In bijlage B is een instructie over het bewaren en het onderhoud van in gebruik zijnde vaandels, standaarden, toebehoren en cravates opgenomen.

8.3 Vervanging en vernieuwing van vaandels, standaarden, toebehoren en cravates

Over de vervanging of vernieuwing van een (onderdeel of het toebehoren van een) vaandel of standaard, of van een cravate, beslist de desbetreffende commandant van het krijgsmachtdeel. De commandant van het krijgsmachtdeel wint hieromtrent zo nodig het advies in van de desbetreffende restaurator van één der defensiemusea. De Traditiecommissie Krijgsmacht wordt over de voorgenomen vervanging of vernieuwing geïnformeerd. De aanmaak van een vaandel of standaard vergt ongeveer een jaar. Indien alleen het doek aan vernieuwing toe is, blijven de stok (stang) en overige toebehoren ongewijzigd in gebruik.

  1. Als een commandant van een vaandel- of standaardvoerende eenheid van mening is dat het vaandel of de standaard van zijn eenheid, of enig toebehoren dan wel een cravate aan slijtage onderhevig is, informeert hij hierover zijn commandant van het krijgsmachtdeel.
  2. Ook de Traditiecommissie Krijgsmacht kan, bij het uitvoeren van een advies- en assistentiebezoek aan een historische verzameling (zie bijlage F) concluderen dat het vaandel of de standaard van de desbetreffende eenheid aan vernieuwing toe is. De commissie adviseert hierover de desbetreffende commandant van het krijgsmachtdeel.
  3. Het gestelde in beide voorgaande leden geldt overeenkomstig voor de aan het vaandel of de standaard bevestigde onderscheiding(en), toebehoren en cravates.
8.4 Beheer van uit dienst gestelde vaandels, standaarden en toebehoren

Wanneer een vaandel of standaard -al dan niet met toebehoren- uit dienst wordt gesteld, blijft dit (blijven deze) rijkseigendom en worden, als militair cultureel erfgoed van nationaal belang, in beheer overgedragen aan het desbetreffende defensiemuseum.

8.4.1 Versleten vaandels en standaarden

De vervanging van een vernieuwd vaandel of vernieuwde standaard gebeurt zonder enige ceremonie. Zo spoedig mogelijk na de vervanging van een vaandel of standaard door een vernieuwd exemplaar draagt de commandant van de betrokken eenheid het oude vaandel of de oude standaard in beheer over aan het desbetreffende defensiemuseum 1.

8.4.2 Bij opheffing van een eenheid

Indien een vaandel- of standaardvoerende eenheid wordt opgeheven, gebeurt de inname van haar vaandel of standaard, in naam van de Koning, in het algemeen door de desbetreffende bevelhebber of een door deze aangewezen autoriteit. Zo spoedig mogelijk na de inname zal het vaandel of de standaard door de zorg van de Chef Kabinet van de bevelhebber in beheer worden overgedragen aan het desbetreffende defensiemuseum.

8.4.3 Inname van een vaandel of standaard na tijdelijk gebruik

Een eenheid die uit meerdere eenheden is samengevoegd en gerechtigd is tot het voeren van een vaandel, kan tot de uitreiking van haar nieuwe vaandel of standaard het vaandel, respectievelijk de standaard (dan wel één der vaandels of standaarden 2) van een voormalige eenheid voeren (6.4.2.). Zo spoedig mogelijk na het uitreiken van het nieuwe vaandel of de standaard zal door de zorg van de commandant van de betrokken eenheid het tot dan toe in gebruik zijnde vaandel of de standaard van die voormalige eenheid in beheer worden overgedragen aan het desbetreffende defensiemuseum.

8.4.4 Hergebruik van uit dienst gestelde vaandels of standaarden

Eenmaal uit dienst gestelde vaandels en standaarden kunnen, mits in goede staat, weer in gebruik worden genomen door een heropgerichte eenheid. Het gestelde onder 3.7 is van toepassing.

8.5 Uit dienst gestelde cravates

Zodra een cravate uit dienst wordt gesteld, is het gestelde onder 8.4 van overeenkomstige toepassing.

8.6 Uit dienst gestelde bandelieren

Zodra een van rijkswege verstrekte of betaalde bandelier uit dienst wordt gesteld, is het gestelde onder 8.4 van overeenkomstige toepassing.

8.7 Bruikleen van uit dienst gestelde vaandels, standaarden en cravates

Het bestuur van een historische verzameling kan een verzoek richten aan de directeur van het desbetreffende defensiemuseum om een uit dienst gesteld vaandel of een uit dienst gestelde standaard van een aan de historische verzameling gerelateerde eenheid (langdurig) voor expositie in bruikleen te verkrijgen. Het verzoek tot museaal bruikleen zal worden ingewilligd indien:

  1. de conditie van het doek expositie gedurende de verlangde periode mogelijk maakt;
  2. de omgevingscondities ter plaatse in de expositieruimte een museaal verantwoord beheer waarborgen.

De zijde waaruit het doek is gemaakt is een zeer kwetsbaar materiaal. Bij de gewenste omgevingscondities valt te denken aan een liggende opstelling in een gesloten vitrine, waarin een zo stabiel mogelijk klimaat 3 is gerealiseerd. De hoeveelheid licht (aantal luxuren per jaar) moet kunnen worden beperkt, ultraviolette straling moet worden buitengesloten. De desbetreffende bruikleenovereenkomst vermeldt nadere aanwijzingen voor het museaal gebruik en beheer.

8.8 In het verleden uit dienst gestelde symbolen die elders worden bewaard

Vaandels en standaarden die ooit door de Koning zijn geschonken aan een stichting of museum, blijven eigendom van en onder beheer van deze respectieve rechtspersonen. Vaandels, standaarden, toebehoren en cravates die in het verleden, al dan niet met toestemming van de desbetreffende bevelhebber, ter expositie in bewaring zijn gegeven aan historische verzamelingen, zijn rijkseigendom en behoren tot het militair cultureel erfgoed van Defensie. Voor het museaal beheer van deze voorwerpen is de directeur van het desbetreffende defensiemuseum verantwoordelijk. De betrokken directeur neemt deze voorwerpen op in zijn collectieregistratie en beoordeelt of de omstandigheden bij de historische verzameling overeenkomen met de vereisten als genoemd in 8.7. In het bevestigende geval zal de directeur met het bestuur van de historische verzameling ter zake een bruikleenovereenkomst aangaan. Indien de omstandigheden niet overeenkomen zal de directeur in overleg met het bestuur het mogelijke doen om de juiste voorwaarden alsnog te scheppen.

Foto: Atelier Stadelmaier

De vervaardiging van vaandels bij het Atelier Stadelmaier

Foto: C. van Bruggen, Koninklijk Wapen- en Legermuseum, Delft

In het Koninklijke Nederlands Leger- en Wapenmuseum worden de vaandels en standaarden die niet zijn geëxposeerd of in bruikleen zijn bij derden, als militaire cultureel erfgoed, bewaard onder optimale omstandigheden

Foto: W.L. Plink

Vaandel van de Koninklijke Militaire Academie Bandoeng 1941, in beheer op de Koninklijke Militaire Academie te Breda.

Foto: C. van Bruggen, Koninklijk Wapen- en Legermuseum, Delft

Detail van een versleten vaandel uit 1893, voorbeeld van schade als gevolg van gebruik


Voetnoten:

1. Het Museum der Koninklijke Marechaussee te Buren is geen defensiemuseum, maar gelijk te stellen met een historische verzameling. Wanneer de standaard van de Koninklijke Marechaussee wordt vernieuwd dient het buiten dienst gestelde doek in beheer gegeven te worden bij het Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum. Voor een eventuele museaal bruikleen aan een historische verzameling, zie de punten 8.7 en 8.8.

2. Is er sprake van meerdere vaandels of standaarden dan worden de overige exemplaren na opheffing van de eenheden overgedragen aan het desbetreffende defensiemuseum.

3. Temperatuur tussen 16° en 23°C, relatieve vochtigheid tussen 47% en 57%, met zo min mogelijk dagelijkse schommelingen.

Bijlage A Terminologie

A.1 Algemeen

Legenda: 1: Eerste kwartier 2: Tweede kwartier 3: Derde kwartier 4: Vierde kwartier 5: Broeking

Legenda: 5: Broeking 6: Bovenhals 7: Vluchttop 8: Broekzijde 9: Vlucht 10: Midden 11: Broekhoek 12: Vluchthoek

A.2 Voorzijde

A.3 Achterzijde

A.4. Opmaak vaandelopschriften bij de Koninklijke Marine en de Koninklijke Luchtmacht

Bijlage B Instructie voor het beheer van in gebruik zijnde vaandels, standaarden en cravates

B.1 Algemeen

De aanwijzingen in deze instructie voor vaandels gelden analoog voor een standaard en een cravate. Een kopie van deze instructie behoort aanwezig te zijn op de plaats waar het vaandel normaliter is opgeborgen, zoals de (vaandel)kast of vitrine, en ook in de transportkist.

B.2 Instructie

Een vaandel moet zodanig worden behandeld en bewaard, dat de kans op schade en verontreiniging minimaal is.

  1. Het vaandel wordt bij voorkeur liggend opgeborgen, in een kast, vitrine, of kist die is voorzien van openingen voor ventilatie. Deze kast, vitrine of kist mag niet tegen een buitenmuur, noch in de directe nabijheid van een kachel of verwarmingselement zijn geplaatst. Dit ter voorkoming van een schadelijk microklimaat.
  2. Wegens de gevoeligheid van het materiaal van het doek (zijde) voor licht, verdient het aanbeveling het vaandel in het donker te bewaren. Bij opslag in een vitrine mag geen direct zonlicht op het vaandel vallen, en evenmin ultraviolette straling via ramen of van lamplicht. Men kan dit voorkomen door gebruikmaking van een folie die ultraviolette straling weert.
  3. Het opslaan van het vaandeldoek afhangend aan de stok is niet toegestaan. Indien het vaandel in een vitrine niet liggend kan worden tentoongesteld, moet het verticaal worden opgehangen aan lusjes aan de bovenzijde van het doek. De lusjes, van gouddraad en niet groter dan de lengte van de franje, moeten aan de bovenzijde zijn aangebracht met een onderlinge afstand van 5 cm. Voorzover dat bij een reeds in gebruik zijnd vaandel nog niet is gebeurd, kan hiervoor contact worden opgenomen met de desbetreffende directie materieel c.q het Landelijk Bevoorradingsbedrijf van de Koninklijke Landmacht (KPU-bedrijf).
  4. Het transport van vaandel en toebehoren vindt uitsluitend plaats in de daarvoor bestemde transportkist 1. Het vaandeldoek is hierbij opgerold en mag niet worden gevouwen of geplooid.
  5. Het eigenmachtig repareren of reinigen van het vaandel is niet toegestaan. De commandant onder wiens beheer het vaandel is beschadigd of verontreinigd, neemt hierover contact op met de Traditiecommissie Krijgsmacht, Utrechtseweg 225, 1213 TR Hilversum. De commissie zal het vaandel en toebehoren op korte termijn (doen) inspecteren en de desbetreffende autoriteit of instantie over de te nemen maatregelen adviseren.
  6. Wanneer de top op de stok (stang) stoffig is mag deze met een zachte doek of met een kwast met zachte haren worden schoongemaakt. Indien verdergaande reiniging noodzakelijk is, wordt gehandeld als bedoeld in het voorgaande lid. Het verguldsel 2 mag onder geen beding met poetsmiddelen of schoonmaakmiddelen worden behandeld.
  7. Indien een vaandel vochtig is geworden moet het, ter vermijding van schimmelvorming, eerst goed drogen voordat het wordt opgeslagen. Hierbij dient als volgt te worden gehandeld.
- Haal het natte vaandel van de stok, omdat anders zuren uit het hout vlekken kunnen veroorzaken.
-Het drogen kan het best gebeuren boven op ongekleurd vochtabsorberend materiaal (papier of handdoeken). Dit materiaal wordt plat neergelegd op een horizontale plaat van kunststof, voorzien van luchtgaatjes, zodat de lucht er doorheen kan circuleren. Bij gebruik van handdoeken moeten die zo groot zijn dat er geen aansluitnaden onder het vaandel liggen, omdat deze tijdens het droogproces zogenoemde ‘moeten’ veroorzaken in de vaandelstof.
-Leg het vaandel, op de ondergrond als hierboven is aangegeven, in een droge, matig warme (16-18 °C), ruimte en laat het langzaam drogen. Onderneem geen pogingen het droogproces te versnellen (middels verwarming, straalkachels, föhn en dergelijke); de traagheid van het droogproces is met name in het laatste stadium heel belangrijk omdat anders ‘bloedende’ kleuren en vuil die door de capillaire werking naar de randen van natte plekken worden gestuwd, kringen zullen vormen die zich daar fixeren; deze zijn naderhand niet meer te verwijderen.
-Vaandels mogen nooit hangend drogen, omdat het vocht omlaag zakt en het materiaal onder aan het doek hierdoor extra zwaar gaat wegen. Dit kan leiden tot draadbreuk.
B.3 Controle door de vaandeldrager/ standaarddrager

De vaandeldrager respectievelijk de standaarddrager heeft de zorg voor het vaandel/ de standaard zolang hij/ zij deze functie bekleedt. Tijdig voor gebruik en in het bijzonder na gebruik controleert hij nauwkeurig de staat van het doek met alle toebehoren. Onderstaande aandachtspunten zijn daartoe hulpmiddel.

  1. Het doek - Controle op slijtage, beschadiging, reinheid - Controle op stiksels - Controle op vocht
  2. De cravate - Controle op slijtage, beschadiging, reinheid - Controle op stiksels - Controle op de vorm van de strik - Controle op aanwezigheid der bevestigingskoorden - Controle op vocht
  3. Het vaandelkoord met kwasten - Controle op slijtage, beschadiging, reinheid - Controle op stiksels - Controle op vocht
  4. De vaandeltop - Controle op slijtage, beschadiging, reinheid van alle onderdelen - Controle op bevestiging van onderdelen
  5. De stok (stang) - Controle op slijtage, beschadiging, reinheid, met name van de schroefdraad - Controle op vocht
  6. De bandelier - Controle op slijtage, beschadiging, reinheid van alle onderdelen - Controle op stiksels - Controle op de bevestiging van de schoen - Controle op vocht of uitdroging
  7. De opberghoes - Controle op slijtage, beschadiging, reinheid
  8. De transportkist - Controle op slijtage, beschadiging, reinheid - Controle op hang- en sluitwerk - Controle op aanwezigheid van deze instructie  

Foto: W.L. Plink

Een voorbeeld van een in eigen beheer gemaakte vaandelvitrine bij de Mijnendienst.

Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Nederlands Wapen- en Legermuseum, Delft

Lusjes voor een stok

Foto: W.L. Plink

Het busje wordt geplaatst tussen vaandeltop en de stok.

Foto: W.L. Plink

Foto: W.L. Plink

Een voorbeeld van het ophangen van een vaandel in een vitrine. Het afgebeelde busje en de steunen in de kast voor de vaandeltop zijn in eigen beheer door de eenheid vervaardigd.


Voetnoten:

1. Zolang als nog niet is vastgesteld hoe een transportkist is samengesteld en aan welke eisen deze moet voldoen kan voor het  vervoer ook gebruik worden gemaakt van de transporthoes dan wel een bij de eenheid in gebruik zijnde kist.

2. Dan wel de vervangende kunststoflaag  

Bijlage C. Standmodellen

C.1 Algemeen

Deze bijlage bevat een opsomming van de standmodellen zoals deze in beheer zijn gegeven bij het Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum te Delft, dan wel als zodanig worden aangemerkt. Vernieuwing van vaandels, standaarden, toebehoren en cravates gebeurt in principe volgens deze standmodellen, met uitzondering van het vaandel van de Koninklijke Militaire Academie, het vaandel met koord en vaandelkwasten van het Koninklijk Instituut voor de Marine, de vaandelkwasten met koord en schuifpassanten voor het vaandel van het Garderegiment Fuseliers ‘Prinses Irene’ en het vaandel van de Koninklijke Militaire School. Van deze uitvoeringen bestaat slechts dat ene respectieve model, zodat bij vernieuwing het oude doek en toebehoren als standmodel dient (punt 2.10). Met de huidige fotografische technieken en ter besparing van kosten worden de geborduurde delen van goedgekeurde vaandels gefotografeerd en als (foto)standmodel in het Legermuseum bewaard.

C.2 Register van standmodellen
  1. Het doek van de standaard van het Regiment Huzaren van Boreel, in 2002 verstrekt aan dat regiment, wordt aangemerkt als standmodel van een doek voor standaarden.
  2. Het doek van het vaandel van het Korps Luchtdoelartillerie, in 2002 verleend aan dat korps, wordt aangemerkt als standmodel van een doek voor vaandels in de afmetingen van 60 bij 60 cm.
  3. Het doek van het vaandel van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen, in 2001 verleend aan dat regiment, wordt aangemerkt als standmodel van een doek voor vaandels van 87 bij 87 cm.
  4. Het doek van het vaandel van het Eskader der Koninklijke Marine, in 2002 verleend aan dat eskader, wordt met betrekking tot de opmaak van de vaandelopschriften aangemerkt als standmodel van een doek voor vaandels van de Koninklijke Marine en de Koninklijke Luchtmacht.
  5. De vaandeltop met de daarop gekroonde W, verstrekt in 2002 aan het Regiment Huzaren van Boreel, wordt aangemerkt als standmodel.
  6. De vaandeltop met daarop de gekroonde J, verstrekt in 2001 aan het Regiment Huzaren Prins Alexander, wordt aangemerkt als standmodel.
  7. De vaandeltop met daarop de gekroonde B, verstrekt in 2002 aan Korps Luchtdoelartillerie, wordt aangemerkt als standmodel.
  8. Het vaandeldoek van de Koninklijke Militaire Academie, uitgereikt in 1903 en opgelegd in het Legermuseum, wordt aangemerkt als standmodel van het vaandel voor de Academie.
  9. Het vaandeldoek van het Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine, uitgereikt in 1904 en in bewaring op dat instituut, wordt aangemerkt als standmodel voor het vaandel van dat korps.
  10. Het wapen van de stad Weert geborduurd op het 1e vaandel van de Koninklijke Militaire School dat in 1972 is verleend, wordt aangemerkt als standmodel in combinatie met het vaandeldoek als genoemd onder punt 3 hiervoor.
  11. Het koord met kwasten en schuifpassant dat in 2002 is verstrekt, is standmodel en is opgelegd in het Legermuseum.
  12. De koorden met kwasten van het vaandel van het Korps Adelborsten aan het huidige vaandel (2002) worden aangemerkt als standmodel.
  13. De koorden met kwasten van het vaandel van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene aan het huidige vaandel (2002) worden aangemerkt als standmodel.
  14. De cravate verleend in 2002 aan het Regiment Stoottroepen Prins Bernhard, wordt vooralsnog aangemerkt als standmodel.
  15. De stok behorende bij de standaard van het Regiment Huzaren van Boreel in 2002, lengte 2 meter, wordt aangemerkt als standmodel.
  16. De stok behorende bij het vaandel van het Korps Luchtdoelartillerie, lengte 2,25 meter, wordt aangemerkt als standmodel
  17. De stok behorende bij het vaandel van het eskader van de Koninklijke Marine, lengte 2,50 meter, wordt aangemerkt als standmodel.
  18. De zwartlederen bandelier met koperkleurig beslag die in 2002 is verstrekt, is standmodel en is opgelegd in het Legermuseum.
  19. De standmodellen voor vaandels van de garderegimenten worden nader vastgesteld.
  20. De rouwcravates, in 2002 opgelegd op het Depot Ceremoniële Tenuën worden aangemerkt als de respectieve standmodellen.

Voorts behoren tot de standmodellen die zijn opgelegd in het Legermuseum:

  1. De werktekeningen schaal 1:1.
  2. De borduurmodellen (acht stuks) die in 2002 zijn verstrekt.
  3. De foto’s schaal 1:1 van vaandels en standaarden zijn gemaakt door zorg van het Legermuseum.
  4. Het protocol dat namens de Traditiecommissie Krijgsmacht door de Commissie Standaardisatie Vaandels en Standaarden is vastgesteld, in samenwerking met het Atelier Stadelmaier te Nijmegen.
  5. De stalen van garens en goudkleurige draden.
  6. Franje met bouillons en torsades.
  7. Lint voor de zoomafzetting van de vaandeldoeken van de garderegimenten.
C.3. Enige afbeeldingen van de standmodelfoto’s

Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Nederlands Wapen- en Legermuseum, Delft

Het rijkswapen op de achterzijde van een vaandel

Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Nederlands Wapen- en Legermuseum, Delft

Details van de oranjetak en een vaandelopschrift

Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Nederlands Wapen- en Legermuseum, Delft

De gekroonde beginletter op een vaandel

Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Nederlands Wapen- en Legermuseum, Delft

Voorste, afhangende strook van een cravate

Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Nederlands Wapen- en Legermuseum, Delft

Achterste, afhangende strook van een cravate

C.4. Standmodellen borduurtechnieken
Foto: W.L. PlinkFoto: W.L. Plink
Foto: W.L. PlinkFoto: W.L. Plink
Foto: W.L. PlinkFoto: W.L. Plink
Foto: W.L. PlinkFoto: W.L. Plink

Bijlage D. Afbeeldingen van vaandels, standaarden en toebehoren

D.1 Algemeen

In deze bijlage zijn tweezijdig afbeeldingen opgenomen van vaandels en standaarden. Voorts van de bandelieren in gebruik bij diverse eenheden. De volgorde in deze bijlage is vastgesteld aan de hand van de data van de eerste uitreiking van vaandels of standaarden aan de vermelde eenheden, respectievelijk hun voorgangers. Zie ook bijlage G.

JaarRegiment of korps
1820Regiment Infanterie Johan Willem Friso, eerste vaandel uitgereikt aan 12e Afdeling Infanterie
1820Regiment Huzaren Prins van Oranje, eerste standaard uitgereikt aan Afdeling Kurassiers Nr. 2
1820Regiment Limburgse Jagers, eerste vaandel uitgereikt aan 2e Afdeling Infanterie
1820Regiment Huzaren Van Boreel, eerste standaard uitgereikt aan Regiment Hussaren Nr. 6
1820Regiment Huzaren Prins Alexander, eerste standaard uitgereikt aan Regiment Ligte dragonders Nr. 5
1820Regiment Huzaren Van Sytzama, eerste standaard uitgereikt aan Afdeling Kurassiers Nr. 3
1824Regiment Van Heutsz, eerste vaandel uitgereikt aan 18e Afdeling Infanterie
1829Garderegiment Grenadiers en Jagers, eerste vaandel uitgereikt aan Afdeling Grenadiers
1903Koninklijke Militaire Academie
1904Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine
1927Regiment Genietroepen
1929Korps Mariniers
1931Koninklijke Marechaussee, eerste standaard uitgereikt aan Wapen der Koninklijke Marechaussee
1941Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, eerste vaandel uitgereikt aan de Koninklijke Nederlandse Brigade ‘Prinses Irene’
1949Regiment Stoottroepen Prins Bernhard, eerste vaandel uitgereikt aan Regiment Stoottroepen
1955Korps Commandotroepen
1964Onderzeedienst
1964Marine Luchtvaartdienst
1965Koninklijke Luchtmacht
1972Koninklijke Militaire School
1974Regiment Verbindingstroepen
1975Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen, eerste vaandel uitgereikt aan Regiment Aan- en Afvoertroepen
1979Regiment Geneeskundige Troepen
1982Mijnendienst
1984Korps Nationale Reserve
1994Regiment Technische Troepen
2002Eskader van de Koninklijke Marine
2002Korps Veldartillerie
2002Korps Rijdende Artillerie
2002Korps Luchtdoelartillerie

Vanwege het grote aantal foto’s op deze pagina, waardoor deze erg traag zou worden, zijn alle foto’s opgenomen als miniatuur. Een klik op een foto laat een grotere versie zien. Met de toets Backspace komt U daarna weer terug op deze pagina. Alle foto’s zijn gemaakt door het Mediacentrum van de Landmachtstaf.

D.2 Regiment Infanterie Johan Willem Friso

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.3 Regiment Huzaren Prins van Oranje

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.4 Regiment Limburgse Jagers

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.5 Regiment Huzaren Van Boreel

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.6 Regiment Huzaren Prins Alexander

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.7 Regiment Huzaren Van Sytzama

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.8 Regiment Van Heutsz

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.9 Garderegiment Grenadiers en Jagers

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.10 Koninklijke Militaire Academie

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.11 Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine

VoorzijdeAchterzijdeBandelier
De achterzijde van het vaandel is identiek aan de voorzijde 

D.12 Regiment Genietroepen

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.13 Korps Mariniers

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.14 Koninklijke Marechaussee

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.15 Garderegiment Fuseliers Prinses Irene

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.16 Regiment Stoottroepen Prins Bernhard

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.17 Korps Commandotroepen

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.18 Onderzeedienst

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.19 Marine Luchtvaartdienst

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.20 Koninklijke Luchtmacht

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.21 Koninklijke Militaire School

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.22 Regiment Verbindingstroepen

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.23 Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.24 Regiment Geneeskundige Troepen

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.25 Mijnendienst

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.26 Korps Nationale Reserve

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.27 Regiment Technische Troepen

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.28 Eskader van de Koninklijke Marine

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.29 Korps Veldartillerie

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.30 Korps Rijdende Artillerie

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

D.31 Korps Luchtdoelartillerie

VoorzijdeAchterzijdeBandelier

Bijlage E Kopieën vigerende Koninklijke besluiten

Koninklijk Besluit van 7 augustus 1896 nr. 41 betreffende de opschriften op vaandels en standaarden

7 augustus 1896. no. 41.

In naam van Hare Majesteit WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz, enz, enz.

Wij EMMA, Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk,

Overwegende dat het nuttig moet worden geacht bij het Leger de herinnering levendig te houden aan de roemvolle wijze, waarop de voorgangers van eenige thans bestaande korpsen van het Leger zich, sedert het jaar 1813, in den krijg van hun opgelegde plichten hebben gekweten en boven anderen hebben onderscheiden;

Op de voordracht van den Minister van Oorlog van 4 augustus 1896, Kabinet La .Q34 ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Art. 1

De vaandels of standaards der korpsen, vermeld op de bij dit Besluit behoorende Tabel, worden voorzien van de mede in die tabel vermelde opschriften.

Art. 2

De bedoelde opschriften worden aangebracht met vergulde letters in een of meer hoeken van het vaandel of den standaard, aan die zijde van het doek, waarop de naam van het regiment vermeld staat.

De Minister van Oorlog is belast met de uitvoering van dit Besluit, waarvan afschrift zal worden aan de Algemeene Rekenkamer.

Soestdijk, den 7den augustus 1896

EMMA

De Minister van Oorlog, Schneider


Behoort bij het Koninklijk Besluit Van 7 augustus 1896, no . 41.

KorpsenOpschriften
Regiment Grenadiers en JagersTiendaagse Veldtocht 1831
1ste Regiment InfanterieTiendaagse Veldtocht 1831 Citadel van Antwerpen 1832
2de Regiment InfanterieQuatre-Bras en Waterloo 1815
3de Regiment InfanterieWaterloo 1815 Tiendaagse Veldtocht 1831
5de Regiment InfanterieQuatre-Bras en Waterloo 1815 Citadel van Antwerpen 1832
6de Regiment InfanterieQuatre-Bras en Waterloo 1815 Tiendaagse Veldtocht 1831 Citadel van Antwerpen 1832
7de Regiment InfanterieQuatre-Bras en Waterloo 1815 Citadel van Antwerpen 1832
8ste Regiment InfanterieCitadel van Antwerpen 1832
1ste Regiment HuzarenTiendaagse Veldtocht 1831
3de Regiment HuzarenQuatre-Bras en Waterloo 1815 Tiendaagse Veldtocht 1831

Mij bekend: De Minister van Oorlog Scheider  


Koninklijk Besluit van 22 augustus 1925, nr. 27: Omschrijving van het model van vaandels en standaarden

Gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 14 februari 1950 nr. 37 Gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 12 augustus 1969 nr. 76 Gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 19 december 1980 staatsblad 1980/787

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses Van Oranje Nassau, enz, enz, enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Oorlog van 17 augustus 1925, IIde Afd., nr. 10;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Te bepalen:

De omschrijving van het model van vaandels en standaarden wordt vastgesteld als hierna is vermeld.

Het vaandel bestaat uit:

a. Een doek van oranje zijde, lang en breed 87 cm, omzoomd met gouden franje. Langs de vier zijden van het doek is geborduurd een doorlopende oranjetak. Van een vaandel, gevoerd door gemechaniseerde eenheden van de Koninklijke landmacht, bedragen echter de lengte en de breedte 60 cm. De vaandeldoeken van de regimenten Grenadiers en Jagers omgeven met een rand van goudgalon, breed 11 mm, de omzooming met gouden franje aangevuld met gouden torsaden op onderlingen afstand van 2.5 mm. Voorts op de voorzijde in goud geborduurd de gekroonde naamletter van de Vorstin, die het vaandel of de standaard heeft verleend dan wel erkend; de kroon in de kleuren volgens het Koninklijk Wapen, onder deze naamletter de benaming van het korps. In een of meer hoeken met in goud geborduurde letters de vermelding van veldtochten en wapenfeiten, welke het vaandel van het korps mag voeren. Op de achterzijde van het doek in kleuren geborduurd het Koninklijke Wapen, doch zonder de daarbij behoorenden mantel, omgeven door twee met een lint samengebonden takken, ter linkerzijde van het wapen een eikentak, ter rechterzijde een lauwertak.

b. Een zwarte stok, waarvan het gedeelte boven het doek uitkomende, voorzien is van een eikenkrans, waarop een langwerpig voetstuk met een rustende leeuw, houdende een opgeheven zwaard. Aan den stok zijn bevestigd twee van gouddraad gevlochten vaandelkwasten met losse bouillons aan een, eveneens van gouddraad gevlochten, koord met horizontale schuifpassant. Voorts worden aan de stok bevestigd de eeretekenen, welke aan het korps zijn toegekend. De lengte van den stok bedraagt tot aan het voetstuk, waar de leeuw oprust, 2,50 m. De stoklengte van de vaandels van de gemechaniseerde eenheden der Koninklijke landmacht bedraagt echter 2.20 m. Op de beide korte zijden van het voetstuk de gekroonde naamletter van de Vorstin, die het vaandel of de standaard heeft verleend dan wel erkend, op de beide lange zijden de woorden “Koningin en Vaderland”, omgeven door een slang. Leeuw, voetstuk en krans zijn van verguld koper.

De standaard is overeenkomstig het vaandel, doch kleiner van afmeting. Het doek is lang en breed 50 cm, de lengte van den stok bedraagt 2 m.

De naamletter op de bestaande vaandels en standaarden en op het voetstuk op de stok wordt slechts veranderd indien er sprake is van de wijziging in de benaming van een korps waaraan reeds een vaandel of standaard werd verleend. Onze Minister van Oorlog is belast met de uitvoering van dit Besluit, Het Loo, 22 augustus 1925

(w.g) WILHELMINA

De Minister van Oorlog Lambooy  

Bijlage F. De commissies

Met betrekking tot vaandels en standaarden zijn op het niveau van de Centrale Organisatie de volgende commissies ingesteld.

F.1. De Traditiecommissie Krijgsmacht
Taken en bevoegdheden

De Traditiecommissie Krijgsmacht ontleent haar taken en bevoegdheden aan de ministeriële beschikking ‘Instelling Traditiecommissie Krijgsmacht 2000’, nr. C 95/287/2000001916, van 23-8-2000. Met betrekking tot de in gebruik zijnde of in gebruik te nemen vaandels en standaarden heeft de commissie de volgende taken en bevoegdheden.

  1. De commissie adviseert de minister –gevraagd en ongevraagd– in aangelegenheden over vaandels en standaarden.
  2. De commissie houdt toezicht op de juiste vervaardiging van –nieuwe én vernieuwde– vaandels en standaarden en toebehoren, evenals van de daaraan te bevestigen cravates. Zij ziet toe op het desbetreffende ontwerp en de uitvoering ervan opdat beide gebeuren volgens standmodel en de bewoording uit het daarop betrekking hebbende Koninklijk Besluit Het ontwerp en de respectieve beschrijving dienen tijdig aan de commissie te zijn voorgelegd (zie ook 8.1.c.).
  3. De commissie controleert bij vaandel- of standaardvoerende eenheden het vaandel of de standaard op aanwezigheid, compleetheid en algehele conditie. De controle gebeurt in de regel in combinatie met een advies- en assistentiebezoek van de commissie aan een, aan de desbetreffende eenheid gerelateerde, historische verzameling. De commissie brengt van haar bevindingen verslag uit aan de betrokken bevelhebber. Indien van toepassing adviseert zij deze over noodzakelijk geachte vervanging van het doek of enig toebehoren.
  4. Wanneer de commissie zaken onder haar aandacht gebracht krijgt die een inbreuk inhouden op het ceremonieel met betrekking tot vaandels en standaarden, of op de aanwijzingen uit deze publicatie, informeert zij hieromtrent de desbetreffende bevelhebber.
Overig

Ingevolge de Ministeriële beschikking nr. DO 031/200 001006, van 22-3-2000, maakt de voorzitter van de Traditiecommissie Krijgsmacht deel uit van de Commissie Dapperheidsonderscheidingen. In deze commissie adviseert hij als zodanig met name in aangelegenheden over opschriften op vaandels en standaarden.

F.2. De Commissie Dapperheidsonderscheidingen
Taken en bevoegdheden

De Commissie Dapperheidsonderscheidingen ontleent haar taken en bevoegdheden aan de ministeriële beschikking ‘Instellingsbeschikking Commissie Dapperheidsonderscheidingen’, van 16-6-1999, nr. DO 031-99001954.

Met betrekking tot vaandels en standaarden adviseert deze commissie in nauw overleg met de Traditiecommissie Krijgsmacht de minister inzake verzoeken of voorstellen voor het toekennen van vaandel- en standaardopschriften.

F.3. De Commissie Standaardisatie Vaandels en Standaarden
Taken en bevoegdheden

Ten ondersteuning van de Traditiecommissie Krijgsmacht inzake adviezen en werkzaamheden met betrekking tot vaandels, standaarden en toebehoren voert de Commissie Standaardisatie Vaandels en Standaarden haar taken uit onder verantwoordelijkheid van de Traditiecommissie Krijgsmacht.

De commissie is belast met de volgende taken:

  1. Het adviseren van de Traditiecommissie Krijgsmacht inzake vaandels, standaarden en toebehoren.
  2. Het adviseren van traditiecommissies, alsmede regiments- en korpscommandanten inzake vaandels, standaarden en toebehoren.
  3. Het vaststellen van stand- en overeenkomstige modellen van vaandels, standaarden en toebehoren.
  4. Het ontwerpen van nieuwe vaandel- en standaarddoeken conform de hiervoor genoemde modellen.
  5. Het begeleiden van de aanmaak van vaandels, standaarden en toebehoren.
  6. Het keuren van nieuw aangemaakte vaandels, standaarden en toebehoren of delen daarvan.
  7. Het adviseren inzake vernieuwing van vaandels, standaarden en toebehoren of delen daarvan, dan wel het adviseren ten aanzien van uit te voeren herstellingen.
  8. Het adviseren inzake de museale behandeling van vaandels, standaarden en toebehoren die niet meer in gebruik zijn en die conform het gestelde in de defensiepublicatie DP 20-30 in beheer worden of zijn gesteld van het betreffende krijgsmachtdeelmuseum.
  9. Het adviseren inzake de voorschriften waarin het onderwerp vaandels en standaarden is opgenomen. In het bijzonder betreft dit de defensiepublicaties DP 20-10, DP 20-20 en DP 20-30.
  10. Het adviseren inzake ceremonieel, protocol, exercitie en andere aangelegenheden waarbij vaandels en standaarden worden ingezet.
  11. Het rapporteren van aangelegenheden, de voren genoemde taken betreffende, aan de voorzitter van de Traditiecommissie Krijgsmacht.

Voorstellen inzake de aanmaak, vervanging, reparaties geschieden door tussenkomst van de Traditiecommissie Krijgsmacht aan de bevelhebber van het betreffende krijgsmachtdeel, die, na zijn goedkeuring, daarvoor budgetten ter beschikking stelt en de opdrachten tot aanmaak en vernieuwing verstrekt aan het Landelijk Bevoorradingsbedrijf, KPU-bedrijf.

De commissie bestaat uit:

  1. Een voorzitter te benoemd door de voorzitter van de Traditiecommissie Krijgsmacht
  2. Een vertegenwoordiger van de Traditiecommissie Koninklijke Landmacht
  3. Een vertegenwoordiger van de Traditiecommissie Koninklijke Marechaussee
  4. Een vertegenwoordiger van de Traditiecommissie Koninklijke Luchtmacht
  5. Een vertegenwoordiger van het Instituut Maritieme Historie
  6. Een textieldeskundige/restaurator van een der krijgsmachtdeelmusea
  7. Een of meer materiedeskundigen aan te stellen door de voorzitter van de Commissie Standaardisatie Vaandels en Standaarden.

De voorzitter van de commissie draagt er zorg voor dat de namen van de leden van de commissie bekend zijn bij de secretaris van de Traditiecommissie Krijgsmacht.  

Bijlage G De geschiedenis van de vaandels en standaarden

In 1966 stelde H. Ringoir, kapitein der jagers, werkzaam bij de Sectie Krijgsgeschiedenis en Ceremonieel van het Hoofdkwartier van de Koninklijke Landmacht de publicatie “Gegevens over vaandels en standaarden” samen. De inhoud van deze bijlage sluit hierop aan.

Gebruikte afkortingen:

DvODepartement van Oorlog
EskEskader
GenGenealogische band met
GFPIGarde Fuseliers Prinses Irene
GRGGarderegiment Grenadiers
GRJGarderegiment Jagers
KCTKorps Commandotroepen
KIMKoninklijk Instituut voor de Marine
KLKoninklijke Landmacht
KluKoninklijke Luchtmacht
KNILKoninklijk Nederlands-Indisch Leger
KMKoninklijke Marine
KMAKoninklijke Militaire Academie
KMar Koninklijke Marechaussee
KMarnsKorps Mariniers
KMSKoninklijke Militaire School
KNatresKorps Nationale Reserve
KNBKoninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene
KluaKorps Luchtdoelartillerie
KMIKoninklijk Militair Invalidenhuis (nu KTOMM)
KRAKorps Rijdende Artillerie
KTOMMKoninklijk Tehuis voor Oud Militairen en Museum
KVAKorps Veldartillerie
MDMijnendienst
MLDMarine Luchtvaartdienst
OZDOnderzeedienst
RBTRegiment Bevoorradings- en Transporttroepen
RGKTRegiment Geneeskundige Troepen
RHBRegiment Huzaren van Boreel
RHPARegiment Huzaren Prins Alexander
RHPORegiment Huzaren Prins van Oranje
RHSRegiment Huzaren van Sytzama
RIRegiment Infanterie
RIChRegiment Infanterie Chassé
RIJWFRegiment Infanterie Johan Willem Friso
RIMvCRegiment Infanterie Menno van Coehoorn
RIOGRegiment Infanterie Oranje Gelderland
RLJRegiment Limburgse Jagers
RGTRegiment Genietroepen
RSTPBRegiment Stoottroepen Prins Bernhard
RvHRegiment van Heutsz
RVTRegiment Verbindingstroepen
Uitreiking van vaandels en standaarden aan de Nederlandse krijgsmacht

Datum

Uitgereikt aan

Uitgereikt door

 

Gen.

Nr.

1816-11-18

Regiment Zwitsers nr. 29

Luitenant-generaal  A.H.J. van der Plaat

‘s-Hertogenbosch

 

KL-001

1817-08-24

Regiment Zwitsers nr. 30

Luitenant-generaal G.A. bn. de Constant Villars

Luik

 

KL-002

1818-01-06

Regiment Zwitsers nr. 32

Luitenant-generaal A.H.J. van der Plaat

Antwerpen

 

KL-003

1818-09-06

Regiment Zwitsers nr. 31

Luitenant-generaal G.A. bn. de Constant Villars

Maastricht

 

KL-004

1820-09-23

12e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal R.D. bn. Tindal

Namen

RIJWF

KL-005

1820-09-28

9e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal jhr. A.D. Trip van Zoudtlandt

Den Haag

RIJWF

KL-006

1820-09-28

Afdeling Kurassiers nr. 2

Luitenant-generaal jhr. A.D. Trip van Zoudtlandt

Den Haag

RHPO

KL-007

1820-09-28

11e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal G.H. von Heldring

Luik

4 RI

KL-008

1820-09-29

3e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal R.D. bn. Tindal

Doornik

 

KL-009

1820-09-29

8e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal G.M. Cort Heyligers

Groningen

RIOG

KL-010

1820-10-01

2e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal D.H. bn. Chassé

Ravels

RLJ

KL-011

1820-10-01

15e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal D.H. bn. Chassé

Ravels

 

KL-012

1820-10-01

17e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal J.V. bn. de Constant Rebecque

Gent

RLJ

KL-013

1820-10-01

Afdeling Kurassiers nr. 9

Luitenant-generaal jhr. A.D. Trip van Zoudtlandt

Haarlem

RHPO

KL-014

1820-10-01

Regiment Hussaren nr. 8

Luitenant-generaal J.V. bn. de Constant Rebecque

Gent

RHB

KL-015

1820-10-02

7e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal G.M. Cort Heyligers

Leeuwarden

RICh

KL-016

1820-10-02

10e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal jhr. A.D. Trip van Zoudtlandt

Amsterdam

RICh

KL-017

1820-10-03

1e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal G.H. von Heldring

Brussel

RIJWF

KL-018

1820-10-03

Regiment Hussaren nr. 6

Luitenant-generaal G.H. von Heldring

Brussel

RHB

KL-019

1820-10-03

6e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal J.V. bn. de Constant Rebecque

Brugge

RLJ

KL-020

1820-10-03

Regiment Lansiers nr. 10

Luitenant-generaal D.H. bn. Chassé

Mechelen

RHB

KL-021

1820-10-04

4e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal R.D. bn. Tindal

Doornik

4RI

KL-022

1820-10-05

5e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal jhr. A.D. Trip van Zoudtlandt

Utrecht

RIOG

KL-023

1820-10-05

Regiment Ligte Dragonders nr. 5

Luitenant-generaal R.D. bn. Tindal

Doornik

RHPA

KL-024

1820-10-05

16e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal J.V. bn. de Constant Rebecque

Ieperen

 

KL-025

1820-10-07

Afdeling Kurassiers nr. 1

Luitenant-generaal G.M. Cort Heyligers

Arnhem

RHS

KL-026

1820-10-07

Afdeling Kurassiers nr. 3

Luitenant-generaal jhr. A.D. Trip van Zoudtlandt

Zutphen

RHS

KL-027

1820-10-08

14e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal G.H. von Heldring

Maastricht

4 RI

KL-028

1820-10-08

Regiment Ligte Dragonders nr. 4

Luitenant-generaal G.H. von Heldring

Maastricht

 

KL-029

1820-10-09

13e afdeling Infanterie

Luitenant-generaal G.M. Cort Heyligers

Nijmegen

RIMvC

KL-030

1829-09-21

Afdeling Grenadiers

Z.K.H. Prins Frederik der Nederlanden

Brussel

GRG

KL-031

1829-11-18

18e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal J.J. van Geen

Namen

4 RI

KL-032

1840-02-19

10e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal Z.D.H. Karel Bernhard, Hertog van Saksen-Weimar

Utrecht

RICh

KL-033

1854-06-07

Regiment Jagers te Paard

Generaal-majoor Jhr. C.W.J. Storm de Grave

Leeuwarden

 

KL-034

1893-09-21

Regiment Grenadiers en Jagers

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

GRG

KL-035

1893-09-21

1e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RIJWF

KL-036

1893-09-21

2e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RLJ

KL-037

1893-09-21

3e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RIMvC

KL-038

1893-09-21

4e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

4RI

KL-039

1893-09-21

5e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RIOG

KL-040

1893-09-21

6e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RLJ

KL-041

1893-09-21

7e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RICh

KL-042

1893-09-21

8e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RIOG

KL-043

1893-09-21

1e Regiment Huzaren

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RHB

KL-044

1893-09-31

2e Regiment Huzaren

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RHPO

KL-045

1893-09-21

3e Regiment Huzaren

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RHPO

KL-046

1903-10-07

Koninklijke Militaire Academie

E.HA. Guljé, Burgemeester van Breda Bij Koninklijk Besluit erkend

Breda

KMA

KL-047

1904-09-12

9e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Millingen

RIJWF

KL-048

1904-09-12

10e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Millingen

RICh

KL-049

1905-09-04

11e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Millingen

RLJ

KL-050

1905-09-04

4e Regiment Huzaren

H.M. Koningin Wilhelmina

Millingen

RHB

KL-051

1909-09-25

1e Regiment Huzaren

H.M. Koningin Wilhelmina

Millingen

RHS

KL-052

1913-11-17

Regiment Grenadiers

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

GRG

KL-053

1913-11-17

Regiment Jagers

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

GRJ

KL-054

1913-11-17

12e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RIJWF

KL-055

1913-11-17

13e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RLJ

KL-056

1913-11-17

14e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RIMvC

KL-057

1913-11-17

15e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

4 RI

KL-058

1913-11-17

16e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RIOG

KL-059

1913-11-17

17e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RLJ

KL-060

1913-11-17

18e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RICh

KL-061

1913-11-17

19e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RIOG

KL-062

1913-11-17

20e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RIJWF

KL-063

1913-11-17

21e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RICh

KL-064

1913-11-17

22e Regiment Infanterie

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

RLJ

KL-065

1919-09-23

Hoofdcursus Kampen

Geschenk gemeente Kampen Bij Koninklijk Besluit erkend

Kampen

 

KL-066

1922-07-11

Troepenmacht in Suriname

Bij Koninklijk Besluit erkend

   

KL-067

1927-04-30

Regiment Genietroepen

Luitenant-generaal T.F.J. Muller Massis

Utrecht

RGT

KL-068

1928-01-28

Regiment Wielrijders

Luitenant-generaal T.F.J. Muller Massis

Den Bosch

 

KL-069

1930-09-22

School Reserve-Officieren der Infanterie

Geschenk gemeente Kampen Bij Koninklijk Besluit erkend

Kampen

 

KL-071

1939-05-25

1e Regiment Huzaren-Motorrijder

Luitenant-generaal J.J.G. bn van Voorst tot Voorst

Apeldoorn

RHPA

KL-072

1941-08-27

KNB "Prinses Irene"

H.M. Koningin Wilhelmina

Wolverhampton

GRFPI

KL-073

1948-05-20

1e Regiment Pionniers

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Utrecht

RGT

KL-074

1949-04-29

Regiment Stoottroepen

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Den Bosch

RSTPB

KL-075

1950-01-21

Landmacht Nederlandse Antillen

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Curaçao, Fort Suffisant

 

KL-076

1951-10-08

Regiment Limburgse Jagers

H.M. Koningin Juliana

Amersfoort

RLJ

KL-077

1951-10-08

Regiment Infanterie Johan Willem Friso

H.M. Koningin Juliana

Amersfoort

RIJWF

KL-078

1951-10-08

Regiment Infanterie Oranje Gelderland

H.M. Koningin Juliana

Amersfoort

RIOG

KL-079

1953-03-13

Regiment Zware Infanterie Chassé

H.M. Koningin Juliana

Grave

RICh

KL-080

1954-09-10

Regiment Huzaren van Sytzama       

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Amersfoort

RHS

KL-081

1954-02-24

Regiment van Heutsz

H.M. Koningin Juliana

Den Haag

RvH

KL-082

1955-07-12

Garderegiment Jagers

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Vught

GRJ

KL-083

1955-12-22

Korps Commandotroepen[1]

H.M. Koningin Juliana

Roosendaal

KCT

KL-084

1958-03-03

Troepenmacht in Suriname

H.K.H. Prinses Beatrix der Nederlanden

Paramaribo

 

KL-085

1960-07-26

Garderegiment Grenadiers

H.M. Koningin Juliana

Vught

GRG

KL-086

1961-12-13

Regiment Huzaren van Boreel

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Amersfoort

RHB

KL-087

1965-07-06

Garderegiment Fuseliers "Prinses Irene"

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Schalkhaar

GRFPI

KL-088

1967-03-21

Regiment Stoottroepen

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Ermelo

RSTPB

KL-089

1972-12-05

Regiment Huzaren Prins Alexander

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Amersfoort

RHPA

KL-090

1973-09-05

Koninklijke Militaire School

Bij Koninklijk Besluit erkend

Weert

KMS

KL-091

1973-05-15

Regiment Genietroepen

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Wezep

RGT

KL-092

1974-05-01

Regiment Verbindingstroepen

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Ede

  RVT

KL-093

1975-11-18

Regiment Aan- en Afvoertroepen

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Nunspeet

RBT

KL-094

1979-04-10

Regiment Geneeskundige troepen

H.M. Koningin Juliana

Hilversum

RGKT

KL-095

1980-04-02

Regiment Huzaren Prins van Oranje

H.M. Koningin Juliana

‘t Harde

RHPO

KL-096

1984-10-14

Regiment Intendancetroepen

H.M. Koningin Beatrix

Bussum

RBTT

KL-097

1984-11-03

Korps Nationale Reserve

H.M. Koningin Beatrix

Amersfoort

Knatres

KL-098

1994-09-17

Regiment Technische Troepen

H.M. Koningin Beatrix

Utrecht

RTT

KL-099

1995-04-11

Garderegiment Grenadiers en Jagers

H.M. Koningin Beatrix

Schaarsbergen

GRG

KL-100

2001-03-07

Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen

H.M. Koningin Beatrix

Bussum

RBTT

KL-101

2002-09-24

Korps Veldartillerie

H.M. Koningin Beatrix

‘t Harde

KVA

KL-102

2002-09-24

Korps Rijdende Artillerie

H.M. Koningin Beatrix

‘t Harde

KRA

KL-103

2002-09-24

Korps Luchtdoelartillerie

H.M. Koningin Beatrix

‘t Harde

Klua

KL-104

1965-05-19

Koninklijke Luchtmacht

H.M. Koningin Juliana

Soesterberg

Klu

KLu-001

1904-09-14

Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine[2]

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Helder

 

KM-001

1929-09-16

Korps Mariniers

H.M. Koningin Wilhelmina

Den Haag

 

KM-002

1964-07-14

Onderzeedienst

H.M. Koningin Juliana

Den Helder

OZD

KM-003

1964-07-17

Marine Luchtvaartdienst

Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

Valkenburg (ZH)

MLD

KM-004

1982-05-14

Mijnendienst

H.M. Koningin Beatrix

Den Helder

MD

KM-005

2002-04-26

Eskader

H.M. Koningin Beatrix

Den Helder

Esk

KM-006

1931-10-29

Korps Koninklijke Marechaussee

H.M. Koningin Wilhelmina

‘t Loo

Kmar

KMar001

1824-01-14

18e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal H.M. bn. de Kock

Batavia [3]

RvH

KNIL-001

1824-01-14

Regiment Oost-Indische Huzaren

Luitenant-generaal H.M. bn. de Kock

Batavia

RvH

KNIL-002

1824-02-?

19e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal J.J. van Geen

Semarang

RvH

KNIL-003

1824-?-?

20e Afdeling Infanterie

Luitenant-generaal J.J. van Geen

Soerabaja [4]

RvH

KNIL-004

1827-?-?

Schutterij van Semarang

Gouverneur van Oost-Java

Semarang

RvH

KNIL-005

1829-10-08

Schutterij van Amboina

Mr. P. Merkus, Gouverneur van Ambon

Ambon

RvH

KNIL-006

1830-?-?

Barisan van Soemenap

Z.H.D. Notokoesome Panembahan Sumenep

Soemenap [5]

RvH

KNIL-007

1833-08-24

2e Bataljon Koloniale Infanterie

Generaal-majoor H.J.J.L. Ridder de Stuers

Salatiga

RvH

KNIL-008

1833-08-24

3e Bataljon Koloniale Infanterie

Generaal-majoor H.J.J.L. Ridder de Stuers

Salatiga

RvH

KNIL-009

1833-08-24

4e Bataljon Koloniale Infanterie

Generaal-majoor H.J.J.L. Ridder de Stuers

Salatiga

RvH

KNIL-010

1833-08-24

5e Bataljon Koloniale Infanterie

Generaal-majoor H.J.J.L. Ridder de Stuers

Salatiga

RvH

KNIL-011

1833-08-24

6e Bataljon Koloniale Infanterie

Generaal-majoor H.J.J.L. Ridder de Stuers

Salatiga

RvH

KNIL-012

1833-08-24

7e Bataljon Koloniale Infanterie

Generaal-majoor H.J.J.L. Ridder de Stuers

Salatiga

RvH

KNIL-013

1833-08-24

8e Bataljon Koloniale Infanterie

Generaal-majoor H.J.J.L. Ridder de Stuers

Salatiga

RvH

KNIL-014

1837-09-?

1e Bataljon Koloniale Infanterie

Generaal-majoor F.D. Cochius

Bon Djol [6]

RvH

KNIL-015

1838-08-24

Legioen van Mangkoe Negoro

Kolonel L. Le Bron de Vexela

Soerakarta [7]

RvH

KNIL-016

1839-07-05

9e Bataljon Infanterie

Kolonel L. Le Bron de Vexela

Salatiga

RvH

KNIL-017

1839-?-?

Barisan van Bangkalan

Sultan van Bangkalan

Bangkalan

RvH

KNIL-018

1839-08-24

Schutterij van Batavia

Gouverneur van Batavia

Batavia

RvH

KNIL-019

1841-05-02

10e Bataljon Infanterie

Kolonel A.V. Michels

Fort van de Capellen

RvH

KNIL-020

1841-07-?

11e Bataljon Infanterie

Troepencommandant van Residentie Ayer Bangis

Loender

RvH

KNIL-021

1841-11-13

12e Bataljon Infanterie

Luitenant-generaal F.D. Cochius

Batavia

RvH

KNIL-022

1846-04-06

13e Bataljon Infanterie

Luitenant-generaal F.D. Cochius

Batavia

RvH

KNIL-023

1846-04-16

14e Bataljon Infanterie

Luitenant-kolonel G. Bakker

Soerabaja

RvH

KNIL-024

1859-08-17

1e Bataljon Infanterie

Kolonel J.C. Boelhouwer

Soerakarta

RvH

KNIL-025

1860-02-16

17e Bataljon Infanterie

Generaal-majoor A. Meis

Padang

RvH

KNIL-026

1860-02-19

6e Bataljon Infanterie

Bataljonscommandant

Soerabaja

RvH

KNIL-027

1864-09-04

Schutterij van Semarang

Gouverneur van Midden-Java

Semarang

RvH

KNIL-028

1869-02-19

Schutterij van Soerabaja

Gouverneur van Oost-Java

Soerabaja

RvH

KNIL-029

1873-02-19

Legioen van Pakoe Alam

Bevelhebber 2e Militaire afdeling

Djokjakarta [8]

RvH

KNIL-030

1874-?-?

Barisan van Bangkalan

Panemban Tjokro Adiningrat

Bangkalan

RvH

KNIL-031

1875-?-?

Barisan van Soemenap

Z.D.H. Notokoesome Panembahan Soemenap

Soemenap

RvH

KNIL-032

1876-09-25

18e Bataljon Infanterie

Luitenant-kolonel J.V. Kriesfeld

Buitenzorg

RvH

KNIL-033

1891-08-31

Barisan van Bangkalan

Onbekend

Bangkalan

RvH

KNIL-034

1891-08-31

Barisan van Pamekasan

Onbekend

Pamekasan

RvH

KNIL-035

1891-08-31

Barisan van Soemenap

Onbekend

Soemenap

 

KNIL-036

1901-11-15

20e Bataljon Infanterie

Luitenant-generaal H.C.P. de Bruyn

Batavia

RvH

KNIL-037

1901-11-20

19e Bataljon Infanterie

Luitenant-generaal H.C.P. de Bruyn

Malang

RvH

KNIL-038

1913-?-?

21e Bataljon Infanterie

Luitenant-generaal G.C.E. van Daalen

Fort Willem I

RvH

KNIL-039

1930-04-02

Korps Marechaussee Atjeh [9] en Onderhorigheden

Luitenant-generaal H.A. Kramer

Kota Radja

RvH

KNIL-040

1931-04-16

Koloniale Reserve

Steinweg, Burgemeester van Nijmegen Bij Koninklijk  Besluit erkend

Nijmegen

RvH

KNIL-041

1935-12-16

6e Bataljon Infanterie

Luitenant-kolonel G.A. Steinmetz

?

RvH

KNIL-042

1938-?-?

Legioen Mankoe Negoro

Onbekend

?

RvH

KNIL-043

1941-04-30

Stadswacht van Batavia

Mevrouw C. Tjarda van Starkenborch Stachouwer-Marburg

Batavia

RvH

KNIL-044

1941-11-24

Koninklijke Militaire Academie te Bandoeng

Beets, Burgermeester van Bandoeng

Bandoeng [10]

KMA

KNIL-045

1942-08-27

Wapen der Militaire Luchtvaart

H.M. Koningin Wilhelmina

Pittsfield, Mass., USA

Klu

KNIL-046

1915-08-03

Landstormkorps Limburgse Jagers

Bij Koninklijk Besluit erkend

 

Knatres

LSK-001

1916-05-23

Landstormkorps Rotterdam

Bij Koninklijk Besluit erkend

 

Knatres

LSK-002

1916-07-13

Landstormkorps Zuid-Holland West

Bij Koninklijk Besluit erkend

 

Knatres

LSK-003

1916-11-07

Landstormkorps Stelling van Amsterdam

Bij Koninklijk Besluit erkend

 

Knatres

LSK-004

1917-07-23

Landstormkorps Nieuwe Hollandsche Waterlinie

Bij Koninklijk Besluit erkend

 

Knatres

LSK-005

1932-06-11

Landstormkorps Friesch Verband

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-006

1932-06-11

Landstormkorps Groningsch Verband

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-007

1932-06-11

Landstormkorps Drentsch Verband

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-008

1932-06-11

Landstormkorps Twentsch Verband

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-009

1932-06-11

Landstormkorps de IJssel en Vollenhove

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-010

1932-06-11

Landstormkorps Veluwsch Verband

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-011

1932-06-11

Landstormkorps Veluwezoom

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-012

1932-06-11

Landstormkorps de Meijerij

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-013

1932-06-11

Landstormkorps Westbrabantsch Verband

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-014

1932-06-11

Landstormkorps Zeeuwsch Verband

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-015

1932-06-11

Landstormkorps Verband Monden der Maas

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-016

1932-06-11

Landstormkorps  Verband Dordrecht

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-017

1932-06-11

Landstormkorps Kennemerland

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-018

1932-06-11

Landstormkorps Verband Alkmaar

Z.E. mr.dr. L.N. Deckers, minister van Defensie

Ede

Knatres

LSK-019

Aan de regimenten en korpsen verleende onderscheidingen en opschriften

K.B.

Onderdeel

Onderscheiding

 

Opschrift

 gen

1849-07-10

Regiment Grenadiers en Jagers

Metalen Kruis

   

GRG

1849-12-11

7e Bataljon Infanterie KNIL

Militaire Willems-Orde

   

RvH

1857-07-13

7e Regiment Infanterie

Citadelmedaille

   

RICh

1877-03-24

3e Bataljon Infanterie KNIL

Militaire Willems-Orde, Atjehmedaille

   

RvH

1877-03-24

9e Bataljon Infanterie KNIL

Atjehmedaille

   

RvH

1896-08-07

1e Regiment Huzaren

   

Tiendaagse Veldtocht 1831

RHB

1896-08-07

2e Regiment Huzaren

   

Tiendaagse Veldtocht 1831

RHPO

1896-08-07

3e Regiment Huzaren

   

Quatre-Bras en Waterloo 1815, Tiendaagse Veldtocht 1831

RHPA

1896-08-07

1e Regiment Infanterie

   

Tiendaagse Veldtocht 1831

RIJWF

1896-08-07

2e Regiment Infanterie

   

Quatre-Bras en Waterloo 1815

RLJ

1896-08-07

3e Regiment Infanterie

   

Waterloo 1815; Tiendaagse Veldtocht 1831

RIMvC

1896-08-07

5e Regiment Infanterie

   

Quatre-Bras en Waterloo 1815; Citadel van Antwerpen 1832

RIOG

1896-08-07

6e Regiment Infanterie

   

Quatre-Bras en Waterloo 1815, Tiendaagse Veldtocht 1831,  Citadel van Antwerpen 1832

RLJ

1896-08-07

7e Regiment Infanterie

   

Quatre-Bras en Waterloo 1815, Citadel van Antwerpen 1832

RICh

1896-08-07

8e Regiment Infanterie

Zilveren Kruis

 

Citadel van Antwerpen 1832

RIOG

1896-08-07

Regiment Grenadiers en Jagers

   

Tiendaagse Veldtocht 1831, Citadel van Antwerpen 1832

GRG

1896-08-07

1e Regiment Vestingartillerie

  Opschriften op ereblijk

Citadel van Antwerpen 1832

KVA

1896-08-07

2e Regiment Vestingartillerie

 

Opschriften op ereblijk

Citadel van Antwerpen 1832

KVA

1896-08-07

3e Regiment Vestingartillerie

 

Opschriften op ereblijk

Citadel van Antwerpen 1832

KVA

1896-08-07

Korps Rijdende Artillerie

 

Opschriften op ereblijk

Noord-Brabant 1794, St. Maarten 1799, Bergen 1799, Egmond aan Zee 1799, Friedland 1807, Stralsund 1809, Ciudad Real 1809, Talavera de la Reyna 1809, Almonacid 1809, Ocana 1809, Quatre-Bras 1815, Waterloo 1815, Hasselt 1831, Kermpt 1831,  Leuven 1831

KRA

1909-?-?

1e Regiment Huzaren

   

Waterloo 1815 

RHS

1913-11-13

Regiment Jagers

   

Tiendaagse Veldtocht 1831

GRJ

1913-11-13

11e Regiment Infanterie

   

Quatre-Bras en Waterloo 1815

GRJ

1913-11-13

12e Regiment Infanterie

   

Citadel van Antwerpen 1832

RIJWF

1913-11-13

13e Regiment Infanterie

   

Waterloo 1815

RLJ

1913-11-13

14e Regiment Infanterie

   

Tiendaagse Veldtocht 1831

RIMvC

1913-11-13

16e Regiment Infanterie

   

Citadel van Antwerpen 1832

RIOG

1913-11-13

17e Regiment Infanterie

   

Tiendaagse Veldtocht 1831, Citadel van Antwerpen 1832

RLJ

1913-11-13

18e Regiment Infanterie

   

Quatre-Bras en Waterloo 1815

RICh

1913-11-13

21e Regiment Infanterie

   

Waterloo 1815

RICh

1919-04-17

4e Regiment Huzaren

   

Quatre-Bras en Waterloo 1815

RHB

1927-03-29

Regiment Genietroepen

   

Veldtocht van 1815, Krijgsverrichtingen in 1830 en 1831, Citadel van Antwerpen 1832

RGT

1929-04-24

Korps Mariniers

   

Spanje - Algiers - West-Indië - Seneffe - Kijkduin - Doggersbank - Atjeh - Bali - Chatham

Kmarns

1930-03-03

Korps Marechaussee van Atjeh en Onderhorigheden

Militaire Willems-Orde

   

RvH

1940-05-18

Wapen der Militaire Luchtvaart

Militaire Willems-Orde

   

Klu

1942-03-16

Wapen der Militaire Luchtvaart KNIL

Militaire Willems-Orde

   

Klu

1942-04-09

Marine Luchtvaartdienst

Militaire Willems-Orde

   

MLD

1942-12-04

Korps mariniers

   

Rotterdam - Java-zee - Oost-Java

Kmarns

1942-12-04

Korps mariniers

   

(gewijzigd bij besluit van 1968)

 

1945-07-13

Koninklijke Nederlandse Brigade "Prinses Irene"

Militaire Willems-Orde

 

St. Come 1944, Pont Audemer 1944, Beeringen 1944, Tilburg 1944, Hedel 1945

GRFPI

1946-12-04

Korps Mariniers

Militaire Willems-Orde

   

Kmarns

1947-07-20

Onderzeedienst

Militaire Willems-Orde

   

OZD

1949-07-13

Garderegiment Grenadiers

   

Ypenburg Ockenburg 1940

GRG

1949-07-13

Garderegiment Jagers

   

Ockenburg 1940

GRJ

1949-07-13

8e Regiment Infanterie

   

Grebbeberg 1940

RIOG

1951-09-04

1e Regiment Genietroepen

Rotterdam 1940

   

RGT

1953-10-19

Korps Commandotroepen

   

Arakan 1944, Arnhem 1944, Nijmegen 1944, Eindhoven 1944, Vlissingen 1944, Westkapelle 1944

KCT

1954-01-30

Garderegiment Fuseliers Prinses Irene

 

Voeren van het invasiekoord aan het vaandel

 

GFPI

1954-11-22

Regiment "Van Heutsz"

   

Krijgsverrichtingen Koninklijk Nederlands-Indisch Leger 1832-1950, Korea 1950-1954

RvH

1954-11-22

Regiment "Van Heutsz"

   

Wijziging bij Koninklijk Besluit van  3 juli 1989

 

1955-07-30

4 e Regiment Infanterie

   

Valkenburg 1940

4RI

1962-08-18

Marine Luchtvaartdienst

   

Nederlands-Indië 1941-1942, Indische Oceaan 1942-1945, Noordzee 1941-1942, Normandië 1944

MLD

1962-08-18

Onderzeedienst

   

Zuidchinese Zee 1941-1942, Middellandse Zee 1941-1944

OZD

1965-03-30

Koninklijke Luchtmacht

   

Nederland 1940, Nederlands-Indië/Malakka 1941-1942, Engeland/West Europa 1941-1945, Australië/Indische Archipel 1942-1945

Klu

1968-02-27

Korps Mariniers

   

Java en Madoera - Nieuw-Guinea

KMarns

1977-12-16

Garde Regiment Grenadiers

   

West-Java 1946-1949, Oost-Java 1947-1949

GRG

1977-12-16

Garde Regiment Jagers

   

West-Java 1946-1949, Oost-Java 1947-1949

GRJ

1977-12-16

Garderegiment Fuseliers Prinses Irene

   

West-Java 1946-1949, Oost-Java 1947-1949

GRFPI

1977-12-16

Regiment Stoottroepen

   

West- en Midden-Java 1946-1949, Midden Sumatra 1947-1949

RSPB

1977-12-16

Regiment Johan Willem Friso

   

Java en Sumatra 1946- 1949

RIJWF

1977-12-16

Regiment Limburgse Jagers

   

West en Midden Java 1946-1949, Noord Sumatra 1947-1949

RLJ

1977-12-16

Regiment Menno van Coehoorn

   

West-Java 1946-1949, Zuid-Sumatra 1948-1949

RIMvC

1977-12-16

Regiment Oranje Gelderland

   

Java 1946-1949

RIOG

1977-12-16

Regiment Chassé

   

Zuid-Sumatra 1947-1949

RICh

1977-12-16

4 e Regiment Infanterie

   

Java 1946-1949, Noord -Sumatra 1948-1949

4RI

1977-12-16

6 e Regiment Infanterie

   

West- en Midden-Java 1946-1949

RLJ

1977-12-16

8 e Regiment Infanterie

   

West-Java 1946-1949

RIOG

1977-12-16

Regiment Huzaren van Boreel

   

Java en Sumatra 1946- 1949

RHB

1977-12-16

Regiment Genietroepen

   

Java en Sumatra 1946- 1949

RGT

1977-12-16

Regiment Aan- en Afvoertroepen

   

Java en Sumatra 1946- 1949

RBT

1974-06-14

Regiment Verbindingstroepen

   

Rotterdam 1940

RVT

1980-02-22

Mijnendienst

   

Nederlandse Kust 1940, Britse Wateren 1940-1944, Indische Archipel 1941- 1942; 1945-1949, Nederlandse Kust 1944-1945

MD

1980-11-08

Korps Commandotroepen

   

Djokjakarta 1948, Midden Sumatra 1948-1949

KCT

1982-03-11

Regiment Infanterie Oranje-Gelderland

   

Nieuw-Guinea 1962

RIOG

1982-08-23

Regiment Stoottroepen

Verzetsherdenkingskruis

   

RSTPB

1998-02-27

Regiment Limburgse Jagers

   

Venlo 1940, Zutphen 1940

RLJ

1998-02-27

6de Regiment Infanterie

   

Roermond 1940

RLJ

2002-02-25

Eskader

   

Krijgsverrichtingen ’s Lands Vloot 1597-1795, Krijgsverrichtingen ’s Lands Vloot 1816-1870, Nederlands-Indië 1817-1927, Tweede  Wereldoorlog 1940-1945

Esk

2002-09-24

Korps Veldartillerie

   

Citadel van Antwerpen 1832, Mill 1940

KVA

2002-09-24

Korps Rijdende Artillerie

   

Quatre-Bras 1815, Waterloo 1815, Hasselt 1831, Kermpt 1831, Leuven 1831

KRA

2002-09-24

Korps Luchtdoelartillerie

   

Vesting Holland 1940

KLUa

De geschiedenis van de vaandels en standaarden bij de koninklijke landmacht [11]

Nr.

Jaar

Eenheid

Bijzonderheden

KL-001

1828

Regiment Zwitsers nr. 29

Na opheffing van het Regiment vaandel naar Zwitserland

KL-002

1828

Regiment Zwitsers nr. 30

Na opheffing van het Regiment vaandel naar Zwitserland

KL-003

1828

Regiment Zwitsers nr. 32

Na opheffing van het Regiment vaandel naar Zwitserland

KL-004

1828

Regiment Zwitsers nr. 31

Na opheffing van het Regiment vaandel naar Zwitserland

KL-005

1840

12e Afdeling Infanterie wordt 1e Afdeling Infanterie

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1840

1e Afdeling Infanterie

Nieuw doek met nieuwe naam ontvangen

 

1846

1e Afdeling Infanterie wordt 1e Regiment Infanterie

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1846

1e Regiment  Infanterie

Doek met nieuwe naam ontvangen

 

1894

 

Vaandel in collectie Rijksmuseum

KL-006

1841

9e Afdeling Infanterie, wordt 9e Regiment Infanterie

Afdeling verdoopt in regiment, geen nieuw doek

 

1843

9e Regiment Infanterie

Regiment verdeeld, vaandel naar DvO

 

1894

 

Vaandel in collectie Rijksmuseum

KL-007

1830

Afdeling Kurassiers Nr.2

Afdeling verdeeld over 9e  Afdeling (KL-014) en 3e Afdeling Kurassiers  (KL-027)

     

Standaard naar DvO

 

1854

 

Doek gewijzigd en standaard opnieuw uitgereikt Zie KL-034

KL-008

1830

11e Afdeling Infanterie

Afdeling gevoegd bij 14e Afdeling Infanterie. Vaandel naar DvO , niet bewaard

KL-009

1830

3e Afdeling Infanterie

Afdeling opgeheven. Vaandel naar DvO, niet bewaard

KL-010

1846

8e Afdeling Infanterie wordt 8e Regiment Infanterie

Doek naar DvO, Niet bewaard

 

1846

8e Regiment Infanterie

Doek met nieuwe naam ontvangen

 

1894

 

Vaandel in collectie Rijksmuseum

Kl-011

1846

2e Afdeling Infanterie wordt 2e Regiment Infanterie

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1846

2e Regiment Infanterie

Doek met nieuwe naam ontvangen

 

1894

 

Vaandel in collectie Rijksmuseum

KL-012

1830

15e Afdeling Infanterie

Afdeling opgeheven. Vaandel naar DvO, niet bewaard

KL-013

1840

17e Afdeling Infanterie wordt 6e Afdeling Infanterie

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1840

6e Afdeling Infanterie

Doek met nieuwe naam

 

1846

6e Afdeling Infanterie wordt 6e Regiment Infanterie

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1846

6e Regiment Infanterie

Doek met nieuwe naam

 

1894

 

Doek in collectie Rijksmuseum

KL-014

1846

Afdeling Kurassiers Nr. 9 wordt 2e Regiment Dragonders

Doek naar DvO, Niet bewaard

 

1846

2e Regiment Dragonders

Doek met nieuwe naam

 

1867

2e Regiment Dragonders wordt 2e Regiment Huzaren

Doek naar DvO, Niet bewaard

 

1867

2e Regiment Huzaren

Doek met nieuwe naam

 

1994

 

Standaard in collectie Rijksmuseum

KL-015

1830

Regiment Hussaren Nr. 8

Delen van het regiment gevoegd bij 6e Regiment Hussaren

 

1830

 

Standaard ingeleverd op DvO

 

1894

 

Standaard in collectie Rijksmuseum

KL-016

1846

7e Afdeling Infanterie wordt 7e Regiment Infanterie

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1846

7e Regiment Infanterie

Doek met nieuwe naam

 

1894

 

Stok in collectie Rijksmuseum, doek versleten en niet bewaard

KL-017

1832

10e Afdeling Infanterie

Bij de overgave van de Citadel van Antwerpen in Franse handen en geplaatst in Musée de l’Armée Parijs (zie ook KL-033)

KL-018

1830

1e Afdeling Infanterie

Afdeling gevoegd bij 12e Afdeling Infanterie , vaandel naar DvO, niet bewaard

KL-019

1846

Regiment Hussaren Nr. 6 wordt 2e regiment Lansiers

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1846

2e Regiment Lansiers

Doek met nieuwe naam

 

1849

 

Standaard naar DvO

 

1894

 

Standaard in collectie Rijksmuseum

KL-020

1830

6e Afdeling Infanterie

Afdeling gevoegd bij 17e Afdeling Infanterie. Vaandel naar DvO, niet bewaard

KL-021

1846

Regiment Lansiers Nr. 10 wordt  2e Regiment Lansiers

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1846

2e Regiment Lansiers

Doek met nieuwe naam

 

1855

2e Regiment Lansiers wordt 4e Regiment Dragonders

Doek naar DvO, in 1856 uitgegeven met nieuwe naam zie KL-034

 

1855

4e Regiment Dragonders

Doek met nieuwe naam

 

1867

4e regiment Dragonders wordt 4e Regiment Huzaren

Doek naar DvO, in 1894 in collectie Rijksmuseum

 

1867

4e Regiment Huzaren

Doek met nieuwe naam

 

1881

4e Regiment Huzaren wordt 1e Regiment Huzaren

Naam in doek gewijzigd

 

1894

 

Standaard in collectie Rijksmuseum

KL-022

1830

4e Afdeling Infanterie

Afdeling opgeheven. Vaandel naar DVO, niet bewaard

KL-023

1846

5e Afdeling Infanterie wordt 5e Regiment Infanterie

Doek geheel versleten, niet bewaard

 

1846

5e Regiment Infanterie

Doek met nieuwe naam

 

1894

 

Vaandel in collectie Rijksmuseum

KL-024

1846

Regiment Ligte Dragonders nr. 5 wordt 3e Regiment Dragonders

Doek naar DvO, nier bewaard

 

1846

3e Regiment Dragonders

Doek met nieuwe naam

 

1867

3e Regiment Dragonders wordt 3e Regiment Huzaren

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1867

3e Regiment Huzaren

Doek met nieuwe naam

 

1894

 

Standaard in Collectie Rijksmuseum

KL-025

1830

16e Afdeling Infanterie

Afdeling opgeheven. Vaandel naar DvO, niet bewaard

KL-026

1839

Afdeling Kurassiers Nr.1

Afdeling verdeeld over 3e en 9e Afdeling Kurassiers, standaard naar DvO

 

1894

 

Standaard in collectie Rijksmuseum

KL-027

1846

Afdeling Kurassiers Nr. 3 wordt 1e Regiment Dragonders

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1846

1e Regiment Dragonders

Doek met nieuwe naam

 

1867

1e Regiment Dragonders wordt 1e Regiment Huzaren

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1867

1e Regiment Huzaren

Doek met nieuwe naam

 

1881

 

Regiment opgeheven, standaard naar DvO

 

1894

 

Standaard in collectie Rijksmuseum

KL-028

1840

14e Afdeling Infanterie wordt 4e Afdeling Infanterie

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1840

4e Afdeling Infanterie

Doek met nieuwe naam

 

1846

4e Afdeling Infanterie wordt 4e Regiment Infanterie

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1846

4e Regiment Infanterie

Doek met nieuwe naam

 

1894

 

Stok in collectie Rijksmuseum, doek geheel versleten

KL-029

1843

Regiment Ligte Dragonders Nr.4

Regiment ontbonden, standaard naar DvO

 

1872

 

Met de collectie Roosdorp gekocht door de Vereniging “Het Metalen Kruis”

 

1873

 

Geschonken aan de Koninklijke Militaire Academie

 

1894

 

Op last van de Minister opgenomen in collectie Rijksmuseum

KL-030

1840

13e Afdeling Infanterie wordt 3e afdeling Infanterie

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1840

3e Afdeling Infanterie

Doek met nieuwe naam

 

1846

3e Afdeling Infanterie wordt 3e Regiment Infanterie

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1846

3e Regiment Infanterie

Doek met nieuwe naam

 

1894

 

Vaandel in collectie Rijksmuseum

KL-031

1846

Afdeling Grenadiers wordt Regiment Grenadiers en Jagers

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1846

Regiment Grenadiers en Jagers

Doek met nieuwe naam

 

1894

 

Vaandel in collectie Rijksmuseum

 

1913

 

Vaandel met Koninklijke toestemming geplaatst in Museum Grenadiers en Jagers

KL-032

1839

18e Afdeling Infanterie verdeeld over 4e en 6e Afdeling Infanterie

Vaandel naar DvO

 

1894

 

Vaandel in collectie Rijksmuseum

KL-033

1841

10e Afdeling Infanterie wordt 10e Regiment Infanterie

 
 

1843

Regiment verdeeld over andere regimenten

Vaandel naar DvO

 

1894

 

Vaandel in collectie Rijksmuseum

KL-034

1854

Regiment Jagers te Paard

Standaard met gewijzigd doek van Afdeling Kurassiers nr.2. (KL-007)

 

1855

Regiment Jagers te Paard wordt 5e Regiment Dragonders

Doek naar DvO, niet bewaard

 

1855

5e Regiment Dragonders

Doek met nieuwe naam,het doek was het gewijzigde doek van het 1e Regiment Lansiers (KL-021)

 

1867

 

Standaard naar DvO

 

1894

 

Standaard in collectie Rijksmuseum

KL-036

1913

Regiment Grenadiers en Jagers wordt Regiment Grenadiers

Vaandel met Koninklijke toestemming geplaatst in Museum Grenadiers en Jagers

Kl-036

1940

1e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1951

1e Regiment Infanterie wordt Regiment Infanterie Johan Willem Friso

Vaandel 1e Regiment infanterie in 1954 in collectie Legermuseum

KL-037

1940

2e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1951

2e Regiment Infanterie wordt Regiment Limburgse Jagers

Vaandel 2e Regiment infanterie in 1954 in collectie Legermuseum

KL-038

1940

3e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1950

3e Regiment Infanterie wordt Regiment Zware Mortieren Menno van Coehoorn

Vaandel 3e  Regiment infanterie wordt overgedragen aan RMvC met cravate met nieuwe naam

 

1953

Regiment Zware Mortieren Menno van Coehoorn wordt Regiment Infanterie Menno van Coehoorn

Cravate met nieuwe naam

 

1973

Regiment Infanterie Menno van Coehoorn

Nieuw vaandel ontvangen, deze is niet door de Koningin of een lid van het Koninklijk Huis uitgereikt. Op het vaandel staat als regimentsnaam “3e Regiment Infanterie” en de vaandeltop vertoont ten onrechte de gekroonde W.  Het nieuwe vaandel is wel in gebruik genomen. E.e.a. te beschouwen als doekvervanging. Oude vaandel in collectie Legermuseum

 

1994

Regiment opgeheven

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-039

1940

4e Regiment Infanterie

Vaandel op last van de regimentscommandant verbrand

KL-040

1940

5e Regiment Infanterie

Vaandel op last van de regimentscommandant verbrand

KL-041

1940

6e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1954

De traditie wordt voortgezet (bewaard) door het Regiment Limburgse Jagers

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-042

1940

7e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1953

7e Regiment Infanterie wordt Regiment Infanterie Chassé

Vaandel 7e Regiment Infanterie wordt overgedragen aan het gemeentebestuur van Amsterdam en geplaatst in het stadhuis.

KL-043

1940

8e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1951

8e Regiment Infanterie wordt Regiment Infanterie Oranje Gelderland

Het vaandel van het 8e Regiment Infanterie wordt overgedragen aan het Provinciaal Bestuur van Gelderland en geplaatst in het Provinciehuis

KL-044

1905

1e Regiment Huzaren wordt weer 4e Regiment Huzaren

Standaard 1e Regiment Huzaren naar DvO, en opnieuw uitgereikt met wijziging op het doek aan het 4e Regiment Huzaren.

 

1940

4e Regiment Huzaren

Standaard gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1947

4e Regiment Huzaren wordt Regiment Huzaren van Boreel

Standaard overgedragen aan het nieuwe regiment , de nieuwe naam op particulier initiatief op het doek aangebracht.

 

1961

Regiment Huzaren van Boreel

Nieuwe standaard terwijl alleen het doek vervangen had moeten worden. De gekroonde W daarbij ten onrechte gewijzigd in een gekroonde J. [12]

 

1961

 

Oude standaard in collectie Legermuseum

 

2002

 

Nieuwe standaard met gekroonde W zowel op de top als op het doek (herstel van de in 1961 gemaakte vergissing) Wordt beschouwd als doekvervanging.

 

2002

 

Oude standaard in collectie Legermuseum

KL-045

1940

2e Regiment Huzaren

Standaard gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1948

Regiment wordt niet heropgericht

Standaard in collectie Legermuseum

 

1977

2e Regiment Huzaren wordt heropgericht als Regiment Huzaren Prins van Oranje

De standaard wordt zonder cravate weer tijdelijk in gebruik genomen

 

1980

Regiment Huzaren Prins van Oranje

De standaard wordt weer in de collectie van het Legermuseum  opgenomen

KL-046

1940

3e Regiment Huzaren

Standaard gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1950

3e Regiment Huzaren wordt Regiment Huzaren Prins Alexander

Standaard weer in gebruik met cravate met nieuwe naam

 

1972

Regiment Huzaren Prins Alexander

Standaard in collectie Legermuseum

KL-047

1940

Koninklijke Militaire Academie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

     

Het vaandeldoek is twee keer vervangen, de tweede keer in de jaren vijftig. Een doek bevindt zich op de Academie en een doek in de collectie Legermuseum.

KL-048

1940

9e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1951

De traditie wordt voortgezet door het Regiment Infanterie Johan Willem Friso

Vaandel 9e Regiment Infanterie in collectie Legermuseum

KL-049

1940

10e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1951

De traditie wordt voortgezet door het Regiment Infanterie Chassé

Vaandel 10e Regiment Infanterie in collectie Legermuseum

KL-050

1940

11e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1951

De traditie wordt voortgezet door het Regiment Limburgse Jagers

Vaandel 11e Regiment Infanterie in collectie Legermuseum

KL-051

1905

4e Regiment Huzaren

Zie KL-044 (geschiedenis van het doek dat in 1893 was uitgereikt)

KL-052

1940

1e Regiment Huzaren

Standaard gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1954

1e Regiment Huzaren wordt  Regiment Huzaren van Sytzama

Standaard 1e Regiment Huzaren in collectie Legermuseum

 

2002

 

Standaarddoek moet worden vervangen

KL-053

1940

Regiment Grenadiers

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1960

 

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-054

1940

Regiment Jagers

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1955

 

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-055

1940

12e Regiment Infanterie

Vaandel op last regimentscommandant verbrand

KL-056

1940

13e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende oorlog veilig gesteld

 

1947

De traditie wordt voorgezet door het Regiment Limburgse Jagers

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-057

1940

14e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende oorlog veilig gesteld

 

1947

De traditie wordt voorgezet door het Regiment Zware Mortieren Menno van Coehoorn

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-058

1940

15e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1947

15e Regiment Infanterie wordt 4e Regiment Infanterie

Naam op doek gewijzigd in 4e Regiment Infanterie

 

1954

4e Regiment Infanterie wordt niet voortgezet

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-059

1940

16e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1947

16e Regiment Infanterie wordt 5e Regiment Infanterie

Naam op doek gewijzigd in 5e Regiment Infanterie

 

1954

5e Regiment Infanterie wordt niet voortgezet

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-060

1940

17e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende oorlog veilig gesteld

 

1947

De traditie wordt voortgezet door het Regiment Limburgse jagers

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-061

1940

18e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1947

De traditie wordt voortgezet door het Regiment Infanterie Chassé

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-062

1940

19e Regiment Infanterie

Vaandel op last van de regimentscommandant verbrand

KL-063

1940

20e Regiment Infanterie

Vaandel op last van de regimentscommandant verbrand

KL-064

1940

21e Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1947

De traditie wordt voortgezet door het Regiment Infanterie Chassé

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-065

1940

22e  Regiment Infanterie

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

   

De traditie wordt voortgezet door het Regiment Infanterie Chassé

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-066

1928

Hoofdcursus

Vaandel in collectie Legermuseum 

KL-067

1958

Troepenmacht in Suriname

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-068

1940

Regiment Genietroepen

Vaandel op last van de regimentscommandant verbrand, klein restant in Geniemuseum

KL-069

1940

Regiment Wielrijders

Standaard gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1948

 

Standaard in collectie Legermuseum

KL-070

1940

School Reserveofficieren Infanterie

Stok verbrand, doek gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1947

 

Vaandel weer in gebruik genomen

 

1973

 

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-071

1940

1e Regiment Huzaren Motorrijder

Standaard op last van de regimentscommandant verbrand, een stukje franje van de kwasten in het Museum Nederlandse Cavalerie

KL-072

1948

Koninklijke Nederlandse Brigade wordt Garderegiment “Prinses Irene”

Vaandel wordt overgedragen met cravate met nieuwe naam met daartussen de toevoeging Fuseliers wat bij een schrijven van H.M. de Koningin in 1952 wordt bekrachtigd (Geen Koninklijk Besluit)

 

1965

Garderegiment Fuseliers “Prinses Irene”

Vaandel in collectie Legermuseum, waar een doekvervanging had moeten plaatsvinden heeft een officiële uitreiking van een nieuw vaandel plaatsgevonden (KL-087)

KL-073

1973

1e Regiment Pioniers

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-074

ca 1980

Regiment Stoottroepen

Doek vernieuwd, oude doek in collectie Legermuseum

 

2002

Regiment Stoottroepen “Prins Bernhard”

Cravate met nieuwe naam aan het vaandel gehecht

KL-075

Ca 1955

Landmacht Nederlandse Antillen

Bij opheffing Landmacht Nederlandse Antillen vaandel ingeleverd bij de gouverneur der Nederlandse Antillen

 

1982

 

Vaandel in collectie Nederlandse Antillen

KL-076

2002

Regiment Limburgse Jagers

Geen mutaties

KL-077

1995

Regiment Infanterie Johan Willem Friso

Vaandel in collectie Legermuseum

 

1999

 

Vaandel weer officieel uitgereikt

KL-078

1995

Regiment Infanterie Oranje Gelderland

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-079

19..

Regiment Zware Infanterie Chassé

Bij een doekvervanging wordt het woord Zware weggelaten

 

1995

Regiment Infanterie Chassé

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-080

2002

Regiment Huzaren van Sytzama

Geen mutaties

KL-081

1989

Regiment van Heutsz

Doek vervangen met wijziging in tekst opschrift (1816 gewijzigd in 1832)

Oude doek in collectie Legermuseum

KL-082

1995

Garderegiment Jagers opgenomen in Garderegiment Grenadiers en Jagers

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-083

2002

Korps Commandotroepen

Geen mutaties

KL-084

1976

Troepenmacht in Suriname

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-085

1995

Garderegiment Grenadiers opgenomen in Garderegiment Grenadiers en Jagers

Vaandel in collectie Legermuseum

KL-086

2002

Regiment Huzaren van Boreel

Standaard omgewisseld (zie KL-044), oude standaard in collectie Legermuseum

KL-087

1974

Garderegiment Fuseliers “Prinses Irene”

Doek ernstig beschadigd en opgenomen in collectie  Legermuseum

 

1975

 

Nieuw doek ontvangen, 

 

2002

 

Vaandeldoek moet worden vervangen

KL-088

19..

Regiment Stoottroepen

Doek vervangen, oud doek in collectie Legermuseum

KL-089

2001

Regiment Huzaren Prins Alexander

Top en doek vervangen, oude top en doek in collectie Legermuseum

KL-090

Ca 1990

Koninklijke Militaire School

Doek vervangen, oude doek in collectie Legermuseum

KL-091

2002

Regiment Genietroepen

Geen mutaties, vaandeldoek moet worden vervangen

KL-092

2002

Regiment Verbindingstroepen

Geen mutaties

KL-093

2000

Regiment Aan- en Afvoertroepen wordt opgenomen in het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen

Vaandel ingenomen en na aanhechting van de cravate met de naam van het nieuwe regiment weer in gebruik genomen.

 

2001

 

Vaandel met cravate in collectie Legermuseum

KL-094

2002

Regiment Geneeskundige Troepen

Geen mutaties, vaandeldoek moet worden vervangen

KL-095

2002

Regiment Huzaren Prins van Oranje

Geen mutaties

KL-096

2000

Regiment Intendancetroepen opgenomen in het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen

Vaandel ingenomen en in collectie Legermuseum

KL-097

2002

Korps Nationale Reserve

Geen mutaties

KL-098

2002

Regiment Technische Troepen

Geen mutaties

KL-099

2002

Garderegiment Grenadiers en Jagers

Geen mutaties

Kl-100

2002

Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen

Geen mutaties

KL-101

2002

Korps Veldartillerie

Geen Mutaties

KL-102

2002

Korps Rijdende artillerie

Geen mutaties

KL-103

2002

Korps Luchtdoelartillerie

Geen Mutaties

De geschiedenis van de vaandels bij de Koninklijke marine

KM-001

1940

Korps Adelborsten

In 1940 overgebracht naar Groot-Brittannië en later naar de Antillen

 

1946

 

Weer in gebruik in Nederland

     

Het doek is vanaf 1904 meerder malen vervangen, data zijn niet meer te achterhalen.

1960 een doek in de Senaatskamer.

1989 een doek uit particulier bezit in collectie Marinemuseum

KM-002

1940

Korps Mariniers

Vaandel gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1952

 

Doek vervangen, oude doek in collectie Mariniersmuseum

 

1968

 

Doek vervangen, oude doek in collectie Mariniersmuseum

 

1988

 

Doek vervangen, oude doek in collectie Mariniersmuseum

KM-003

Ca 1980

Onderzeedienst

Doek vervangen, in particulier bezit geraakt en in 1984 opgenomen in collectie Marinemuseum

 

1997

 

Doek vervangen, oude doek in collectie marinemuseum

KM-004

Ca 1989

Marine Luchtvaartdienst

Doek vervangen, oude doek in collectie marinemuseum

KM-005

2002

Mijnendienst

Geen mutaties

KM-006

2002

Eskader

Geen mutaties

De geschiedenis van de standaard van de Koninklijke marechaussee

Kmar-001

1940

Wapen der Koninklijke Marechaussee

Standaard gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1974

 

Standaard compleet vervangen. Oude standaard in collectie Museum Koninklijke Marechaussee

De geschiedenis van het vaandel van de Koninklijke luchtmacht

Klu-001

19..

 

Doek vervangen, doek in collectie Militaire Luchtvaart Museum

De geschiedenis van de vaandels van de landstormkorpsen

LSK-001

T/m 019

1940

 

Collectie Legermuseum

De geschiedenis van de vaandels en standaard bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger

KNIL-001

1830

18e Afdeling Infanterie  wordt 1e Bataljon Infanterie

 
 

1833

 

Vaandel opgehangen in Paleis Weltevreden, niet bewaard [13]

KNIL-002

1852

Regiment Oost-Indische Cavalerie

Doek vervangen, oude doek niet bewaard

 

1906

 

Doek vervangen, oude doek niet bewaard

 

1925

 

Doek vervangen, oude doek niet bewaard

 

1941

 

Doek vervangen, oude doek niet bewaard

 

1942

 

Standaard gedurende de bezetting veilig gesteld

 

1945

 

Standaard tot 1950 geen traditionele functie meer

 

1950

 

Standaard overgedragen aan K.M.I. Bronbeek

KNIL-003

1830

19e Afdeling Koloniale Infanterie wordt 2e Bataljon Infanterie

 
 

1833

 

Vaandel opgehangen in Paleis Weltevreden, niet bewaard

KNIL-004

1830

20e Afdeling Koloniale Infanterie wordt 3e Bataljon Infanterie

 
 

1833

 

Vaandel opgehangen in Paleis Weltevreden, niet bewaard

KNIL-005

…..

Schutterij van Semarang

Het vaandel was vóór 1898 overgebracht naar het KMI Bronbeek

KNIL-006

……

Schutterij van Amboina

Geschiedenis onbekend

KNIL-007

1875

Barisan van Soemenap

Vaandel vervangen, oude vaandel naar KMI Bronbeek

KNIL-008

1839

2e Bataljon Koloniale Infanterie wordt 2e Bataljon Infanterie

Doek ingeleverd op Artilleriemagazijn, in 1890 overgedragen aan KMI Bronbeek

 

1839

2e Bataljon Infanterie

Nieuw doek met nieuwe naam

 

1856

2e Bataljon Infanterie wordt 8e Bataljon Infanterie

Naam gewijzigd op het doek

 

1903

8e Bataljon Infanterie

Doek vervangen, restant van oude doek naar KMI Bronbeek

 

1930

 

Doek opnieuw vervangen, oude doek niet bewaard

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-009

1839

3e Bataljon Koloniale Infanterie wordt 3e Bataljon Infanterie

Doek ingeleverd op Artilleriemagazijn, in 1890 overgedragen aan KMI Bronbeek

 

1839

3e Bataljon Infanterie

Nieuw doek met nieuwe naam

 

1856

3e Bataljon Infanterie wordt 13e Bataljon Infanterie

Naam gewijzigd op het doek

 

1891

 

Doek vervangen, restant van oude doek naar KMI Bronbeek

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-010

1839

4e Bataljon Koloniale Infanterie wordt 4e Bataljon Infanterie

Doek ingeleverd op Artilleriemagazijn, in 1890 overgedragen aan KMI Bronbeek, niet bewaard

 

1839

4e Bataljon Infanterie

Nieuw doek met nieuwe naam

 

1856

4e Bataljon Infanterie wordt 2e bataljon Infanterie

Naam gewijzigd op het doek

 

1906

2e Bataljon Infanterie

Doek vervangen, restant van oude doek naar KMI Bronbeek

 

1930

 

Doopnieuw vervangen, oude doek niet bewaard

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-011

1839

5e Bataljon Koloniale Infanterie wordt 4e Bataljon Infanterie

Doek ingeleverd op Artilleriemagazijn, in 1890 overgedragen aan KMI Bronbeek, niet bewaard

 

1839

5e Bataljon Infanterie

Nieuw doek met nieuwe naam

 

1906

 

Doek vervangen, restant van oude doek naar KMI Bronbeek, mogelijk is er sprake van nog een vervanging, op Bronbeek twee vaandels van het 5e Bataljon Infanterie

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-12

1839

6e Bataljon Koloniale Infanterie wordt 6e Bataljon Infanterie

Doek ingeleverd op Artilleriemagazijn, in 1890 overgedragen aan KMI Bronbeek

 

1839

6e Bataljon Infanterie

Nieuw doek met nieuwe naam

 

1856

6e Bataljon Infanterie wordt 15e Bataljon Infanterie

Naam op doek gewijzigd.

N.B. het 6e Bataljon Infanterie wordt heropgericht in 1935 zie KNIL-42), echter zie ook de voetnoot bij KNIL-27

 

1941

15e Bataljon Infanterie

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-13

1839

7e Bataljon Koloniale Infanterie wordt 7e Bataljon Infanterie

Doek ingeleverd op Artilleriemagazijn, in 1890 overgedragen aan KMI Bronbeek

 

1839

7e Bataljon Infanterie

Nieuw doek met nieuwe naam

 

1903

 

Doek vervangen, rest van het oude doek naar KMI Bronbeek

 

1930

 

Doek vervangen

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-14

1839

8e  Bataljon Koloniale Infanterie wordt 8e Bataljon Infanterie

Doek ingeleverd op Artilleriemagazijn, in 1890 overgedragen aan KMI Bronbeek

 

1839

8e Bataljon Infanterie

Nieuw doek met nieuwe naam

 

1856

8e Bataljon Infanterie wordt 3e Bataljon Infanterie

Nieuw doek met nieuwe naam

 

1893

3e Bataljon Infanterie

Doek vervangen rest van het oude doek naar KMI Bronbeek

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-15

1839

1e Bataljon Koloniale Infanterie wordt 1e Bataljon Infanterie

Doek ingeleverd op Artilleriemagazijn, in 1890 overgedragen aan KMI Bronbeek

 

1856

1e Bataljon Infanterie wordt 10e Bataljon Infanterie

Opschrift op doek gewijzigd

 

1906

10e Bataljon Infanterie

Doek vervangen, rest van het oude  doek naar KMI Bronbeek

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-16

 

Legioen van Mangkoe Negoro

Geschiedenis van het vaandel niet bekend

KNIL-17

1865

9e Bataljon Infanterie wordt 4e Bataljon Infanterie

Opschrift op doek gewijzigd

 

1893

4e Bataljon Infanterie

Doek vervangen, rest van het oude doek naar KMI Bronbeek

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-18

 

Barisan van Bankalan

Geschiedenis van het vaandel niet bekend

KNIL-19

 

Schutterij van Batavia

Doek vernieuwd, jaar onbekend, oude doek naar KMI Bronbeek

KNIL-20

1856

10e Bataljon Infanterie wordt 16e Bataljon Infanterie

Opschrift op vaandel gewijzigd

 

1906

16e Bataljon Infanterie

Doek vervangen, rest van het oude doek naar KMI Bronbeek

 

1933

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-21

1906

11e Bataljon Infanterie

Doek vervangen, rest van het oude doek naar KMI Bronbeek

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO (niet geheel zeker). Er is één vaandel niet ingeleverd hetzij dit vaandel dan wel het vaandel onder KNIL-23. Wat met het niet ingeleverde vaandel is gebeurd is niet bekend.

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger (derhalve ook niet geheel zeker)

KNIL-22

1856

12e Bataljon Infanterie wordt 9e Bataljon Infanterie

Opschrift op doek gewijzigd

 

1906

9e Bataljon Infanterie

Doek vervangen, rest van het oude doek naar KMI Bronbeek

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-23

1856

13e Bataljon Infanterie wordt 12e Bataljon Infanterie

Opschrift op doek gewijzigd

 

1899

12e Bataljon Infanterie

Doek vervangen, rest van het oude doek naar KMI Bronbeek

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO (niet geheel zeker). Er is één vaandel niet ingeleverd hetzij dit vaandel dan wel het vaandel onder KNIL-21. Wat met het niet ingeleverde vaandel is gebeurd is niet bekend.

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger (derhalve ook niet geheel zeker)

KNIL-24

1899

14e Bataljon Infanterie

Doek vervangen, rest van het oude doek naar KMI Bronbeek

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-25

1893

1e Bataljon Infanterie

Doek vervangen, rest van het oude doek naar KMI Bronbeek

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-26

1906

17e Bataljon Infanterie

Doek vervangen, rest van het oude doek naar KMI Bronbeek

 

19

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-27

1906

6e Bataljon Infanterie

Doek vervangen, rest van het oude doek naar KMI Bronbeek [14]

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-28

 

Schutterij van Semarang

Het vaandel is vóór 1898 overgedragen aan KMI Bronbeek

KNIL-29

 

Schutterij van Soerabaja

Geschiedenis niet bekend

KNIL-30

1892

Legioen van Pakoe Alam

Overgedragen aan KMI Bronbeek

KNIL-31

1891

Barisan van Bankalan

Nieuw vaandel. Oude vaandel overgedragen aan KMI Bronbeek

KNIL-32

1891

Barisan van Soemenap

Nieuw vaandel. Oude vaandel overgedragen aan KMI Bronbeek

KNIL-33

1925

18e Bataljon Infanterie

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-34

1891

Barisan van Bankalan

Nieuw vaandel. Oude vaandel overgedragen aan KMI Bronbeek,wat er is gebeurd met het vaandel onder KNIL-31, en waarom derhalve een nieuw vaandel is uitgereikt, is niet bekend

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-35

1891

Barisan van Pamekasan

Vervangen door nieuw vaandel, oude vaandel naar KMI Bronbeek

 

1941

 

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-36

1942

Barisan van Soemenap

Gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1950

 

Opgenomen in collectie  KMI Bronbeek

KNIL-37

1933

20e Bataljon Infanterie

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-39

1941

21e Bataljon Infanterie

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-40

1942

Korps Marechaussee Athjeh en Onderhorigheden

Gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1946

 

Vaandel gecompleteerd en onder goede gesteld van de legercommandant KNIL

 

1950

 

Opgenomen in collectie Legermuseum en later overgedragen aan KTOM Bronbeek

KNIL-41

1950

Koloniale Reserve

Opgenomen in collectie Bronbeek

KNIL-42

1941

6e Bataljon Infanterie

Vaandel ingeleverd op DvO

 

1942

 

Vaandel oorlogsbuit Japanse Leger

KNIL-43

 

Legioen Mankoe Negoro

Geschiedenis onbekend

KNIL-44

1942

Stadswacht van Batavia

Geschiedenis onbekend

KNIL-45

1942

Koninklijke Militaire Academie Bandoeng

Gedurende de oorlog veilig gesteld

 

1947

 

Teruggevonden en bewaard in het Legermuseum

 

1978

 

Overgedragen aan de KMA te Breda

KNIL-46

1950

Wapen der Militaire Luchtvaart

Opgenomen in collectie Legermuseum en later overgedragen aan Militaire Luchtvaart Museum

De geschiedenis van de vaandels bij het Koninklijk Nederlandsch–Indisch Leger is met name ten aanzien van de hulpkorpsen niet geheel duidelijk. Door dat de archieven grotendeels verloren zijn geraakt is e.e.a. niet meer na te gaan.

Met betrekking tot het feit dat een groot deel van de vaandels in 1942 in Japanse handen zijn geraakt, is na onderzoek door kolonel der cavalerie b.d.  C.A. Heshusius het volgende gebleken:

De vaandels waren in opdracht van het hoofdkwartier ingeleverd en opgeslagen te Bandoeng.  Vlak voor de capitulatie zijn deze, door zorg van majoor A. Doup op een afgelegen plaats ten zuiden van Bandoeng begraven. Majoor Doup is na de capitulatie onder grote druk (dreigementen van represailles voor zijn familie en hoge militairen) gezet om de plaats aan het Japanse leger bekend te stellen. Vervolgens zijn deze opgegraven en later op transport gesteld naar Japan. Het betreffende onbekende schip is naar alle waarschijnlijkheid in een van de zeeslagen tegen de Amerikaanse vloot met deze oorlogstrofeeën  ondergegaan.

Foto: Mediacentrum van de Landmachtstaf.

Op 24 september 2002 ontvangen het Korps Veldartillerie en het Korps Rijdende Artillerie een standaard en het Korps Luchtdoelartillerie een vaandel uit handen van Koningin Beatrix.


Voetnoten:

[1]           Op 6 december 1942 werd door Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden te Gourrok (GB) aan Nr. 2 Dutch Troop Nr. 10 Commando een fanion uitgereikt. OP dit fanion zijn in rode letters na 1945 krijgsverrichtingen vermeld die later zijn overgenomen als vaandelopschriften.

[2]           Oorspronkelijk als korpsvlag uitgereikt op 24 april 1830 door ZKH Prins Willem Frederik Karel van Oranje Nassau

[3]           Jakarta (Java)

[4]           Surabaya (Java)

[5]           Sumenap (Madura)

[6]           Bonjol (Sumatra)

[7]           Surakarta (Java)

[8]           Yogyakarta (Java)

[9]           Aceh (Sumatra)

[10]         Bandung (Java)

[11]         Waar in dit overzicht is vermeld “in collectie..naam museum”,  wordt niet verder een eventuele locatie vermeld aan wie het betrokken vaandel, standaard of doek in bruikleen is gegeven. Zo zijn er derhalve ook geen vermeldingen welke vaandels en standaarden uit de collectie Rijksmuseum in bruikleen zijn bij het Legermuseum.

[12]         Het betreffende Koninklijke Besluit van 1947 was getekend door Koningin Wilhelmina.

[13]         Bij het KNIL bestond de gewoonte om uit de restanten van de oude doeken een rozet te maken die aan het vaandel werd gehecht om hiermee de herinnering aan het oude doek, dikwijls met kogelgaten, te bewaren. Niet bewaard betekent dus niet in alle gevallen letterlijk niet bewaard.

[14]         De gegevens m.b.t dit 6e Bataljon Infanterie (KNIL-27) , het 6e bataljon genoemd in KNIL-12 en het bataljon in KNIL-42 is verwarrend. Een voorzichtige voorlopige conclusie: Het blijkt dat tussen 1839 en 1935 nog een 6e Bataljon Infanterie is geweest.

Inhoudsopgave

Alles dichtklappenAlles openklappen
Naar boven