Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 11/0385/STB, 14 februari 2011, schorsing
Uitspraakdatum:14-02-2011

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 11/385/STB

betreft: [klager] datum: 14 februari 2011

De voorzitter van de beroepscommissie uit de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen verzoekschrift, ingediend door mr. J.A.W. Knoester, namens

[...], verder verzoeker te noemen, tot voor kort verblijvende in het forensisch psychiatrisch centrum (fpc) Oostvaarderskliniek te Almere.

Verzoeker vraagt om schorsing, met toepassing van artikel 69, vierde lid, in verbinding met artikel 64 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt), van de (verdere) tenuitvoerlegging van de beslissing van de Staatssecretaris van
Veiligheid en Justitie (Staatssecretaris), inhoudende plaatsing ter observatie van verzoeker in fpc Oldenkotte te Rekken.

De voorzitter heeft voorts kennisgenomen van het beroepschrift van 8 februari 2011 alsmede van de schriftelijke inlichtingen van de Staatssecretaris van 11 februari 2011.

1. De standpunten
Verzoeker heeft het verzoek als volgt toegelicht.
Ten onrechte wordt artikel 13 Bvt aan de beslissing ten grondslag gelegd. Uit de schriftelijke overdracht van fpc Oostvaarderskliniek van 4 februari 2011 volgt dat de plaatsing slechts tot doel heeft een time-out plaatsing van verzoeker te zijn totdat
de uitspraak van het gerechtshof Arnhem in verband met de verlenging van zijn tbs bekend is geworden. De gegeven motivering kan de beslissing niet dragen.
Ten onrechte is gesteld dat verzoeker geen zwaarwegende argumenten heeft aangevoerd voor de plaatsing. Hij heeft tijdens het horen aangegeven bezwaar te hebben.
Geen rekening is gehouden met de gebeurtenissen van afgelopen maand. Verzoeker zijn onlangs ingrijpende beperkingen opgelegd na verandering van het advies van de inrichting met betrekking tot de verlenging van zijn tbs in een nadelig advies. Die
beperkingen zijn opgelegd als preventieve maatregelen zonder dat daartoe aanleiding is geweest. Verzoeker veronderstelt dat ook de time-out plaatsing thans in dat kader plaatsvindt. Uit de beslissing blijkt niet dat enig handelen van verzoeker tot deze
plaatsing heeft genoopt. Bovendien zijn alle voornoemde maatregelen inmiddels opgeheven. Uit de schriftelijke overdracht blijkt dat het beleid rondom verzoeker is genormaliseerd. Hij kan zich vrij bewegen op de afdeling en contacten met zijn netwerk
onderhouden. De inrichting geeft in het schrijven aan dat verzoeker zich stuurbaar en goed aanspreekbaar opstelt en er geen aanleiding meer bestaat tot een meer beheersmatig beleid. Het is onbegrijpelijk dat toch tot een time-out plaatsing wordt
besloten.

Uit de inlichtingen van de Staatssecretaris komt het volgende naar voren.
Het beroep is niet ontvankelijk. De beslissing is op 2 februari 2011 uitgereikt aan verzoeker en het beroep is door de beroepscommissie op 10 februari 2011 ontvangen. Om die reden dient het schorsingsverzoek te worden afgewezen.
Bij brief van 24 januari 2011 heeft fpc Oostvaarderskliniek aangekondigd dat verzoeker in verband met een time-out opname zal worden aangeboden en verzocht om een plaatsingsbeslissing op deze opname te realiseren. Uit de brief blijkt dat er een
situatie
is ontstaan, waarin geen constructieve samenwerking in het kader van behandeling mogelijk is en iedere vorm van communicatie met de grootste voorzichtigheid moet worden ingezet. Dit trekt een grote wissel op het personeel. Verder verblijf in de
inrichting kan leiden tot onveilige en beschadigende situaties. De time-out maatregel tot aan de komende zittingdatum bij het gerechthof eind februari is gericht op het herstellen van de rust en vormt een noodzakelijke maatregel om de risico’s adequaat
en op een passende wijze te beperken. Fpc Oostvaarderskliniek heeft voorafgaand aan het verzoek de nodige maatregelen genomen om onveilige situaties te voorkomen en de orde en rust te herstellen. Op 14 januari 2011 is verzoeker gesepareerd. Op 18
januari 2011 is hij vanuit de separatieruimte in de prikkelarme kamer geplaatst. Op 20 januari 2011 is dit omgezet in afdelingsarrest en een kamerprogramma. Op 21 januari 2011 is het kamerprogramma opgeheven. Het afdelingsarrest blijft van kracht.
Gelet
op de recente wijzigingen die zijn opgetreden in het beeld van verzoeker, zie ook de brief van fpc Oostvaarderskliniek van 26 januari 2011 aan het gerechtshof en de recente incidenten, is in redelijkheid besloten om verzoeker op grond van artikel 13
Bvt
in Oldenkotte te plaatsen.

2. De beoordeling
Namens de Staatssecretaris is gesteld dat verzoeker niet-ontvankelijk zou zijn in het beroep en dat hieruit volgt dat hij ook in het schorsingsverzoek niet kan worden ontvangen.
De voorzitter stelt vast dat uit de stukken volgt dat de bestreden beslissing op 2 februari 2011 aan verzoeker is uitgereikt en dat het beroepschrift, op het secretariaat van de Raad per faxbericht is ontvangen op 8 februari 2011. De voorzitter kan
derhalve verzoeker in het schorsingsverzoek ontvangen.

De voorzitter stelt voorop dat in het kader van het verzoek om schorsing van een beslissing van het hoofd van de inrichting slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling en dat de zaak niet ten gronde kan worden onderzocht en beslist. Aan de
orde is daarom slechts de vraag of de beslissing tot overplaatsing zodanig onredelijk is dat er een spoedeisend belang is om thans over te gaan tot schorsing van die beslissing van de Staatssecretaris. Naar het voorlopig oordeel van de voorzitter is
daartoe nodig dat een inhoudelijke beslissing wordt genomen over de vraag of verzoeker, op grond van hetgeen door de Staatssecretaris is aangevoerd, tijdelijk ex artikel 13 Bvt kon worden geplaatst in een andere tbs-inrichting. De schorsingsprocedure
leent zich echter onvoldoende om inhoudelijk op deze vraag in te gaan. Derhalve zal de voorzitter niet tot schorsing overgaan en zal aan het secretariaat van de Raad verzocht worden om de zaak zo spoedig mogelijk op zitting van de beroepscommissie te
appointeren.
Het verzoek zal worden afgewezen.

3. De uitspraak
De voorzitter wijst het verzoek af.

Aldus gegeven door mr. C.A.M. Schaap-Meulemeester, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.S. van Gemert, secretaris, op 14 februari 2011

secretaris voorzitter

Naar boven