Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 15/2080/GA, 28 oktober 2015, beroep
Uitspraakdatum:28-10-2015

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 15/2080/GA

betreft: [klager] datum: 28 oktober 2015

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. N.F.M. van Osta, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 16 april 2015 van de beklagcommissie bij de locatie Scheveningen,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

De beroepscommissie heeft de directeur van voormelde locatie in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager alsmede zijn raadsvrouw om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft:
a. de onvrijwillige overplaatsing van klager vanuit het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg (JCvSZ) naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC);
b. het lange wachten voordat door het personeel werd gereageerd op klagers intercomoproep;
c. de bejegening door een personeelslid,

De beklagcommissie heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag als vermeld onder a en c en het beklag als vermeld onder b ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Namens klager is het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt in beroep als volgt toegelicht.
Ten aanzien van a: de plaatsing geschiedt op voorstel van de directeur. De directeur heeft meegewerkt aan een gedwongen overplaatsing van klager met onthouding van de minimale noodzakelijke voorzieningen waarbij aan klager geen mogelijkheden tot het
ondergaan van fysiotherapie zijn geboden en waarbij hij klager in een ongeschikte ruimte heeft laten verblijven. De rechten van klager op een menswaardig bestaan zijn op grove wijze geschonden.
Ten aanzien van b: klager heeft 40 minuten moeten wachten totdat op zijn intercomoproep werd gereageerd, terwijl een tijdsverloop van meer dan 25 minuten niet aanvaardbaar is (RSJ 4 april 2006, 06/0007/GA). Klager heeft concrete tijdstippen genoemd en
de directeur heeft niet aannemelijk gemaakt dat er wel binnen een redelijke termijn op de intercomoproep is gereageerd, bijvoorbeeld door het overleggen van een dagrapportage waaruit meer duidelijkheid over de gang van zaken op die dag op de afdeling
zou kunnen worden gegeven.

De directeur heeft zijn standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep als volgt toegelicht.
Ten aanzien van a: er is geen sprake van medewerking aan een gedwongen overplaatsing. Een overplaatsing geschiedt na een advies van de directeur aan de selectiefunctionaris. Tegen de beslissing van de selectiefunctionaris bestaat de mogelijkheid tot
bezwaar. De beslissing wordt uitgevoerd door de directeur. De directeur heeft zijn zorgplicht bij het adviseren van de selectiefunctionaris om klager over te plaatsen naar PPC Den Haag niet geschonden.
Ten aanzien van b: klager maakt in zijn klacht niet duidelijk of hij direct en acuut hulp nodig had. In de praktijk van het JCvSZ gebeurt het dat bij drukte wel even door het raam wordt gekeken of de situatie direct ingrijpen vereist. Zo niet, dan
wordt
eerst het werk bij de andere patiënt afgemaakt. Het geven van niet te controleren tijdstippen door klager is geen onderbouwing van klagers klacht. Het niet bijvoegen van een dagrapportage zegt niets over de snelheid waarmee op een bel wordt gereageerd.
Er zou een kopie van een dagrapportage zijn bijgevoegd als er werkelijk iets was gebeurd waarover gerapporteerd had moeten worden.

3. De beoordeling
Abusievelijk is onder het kopje “Bevindingen en overwegingen” in de uitspraak van de beklagcommissie wel vermeld dat klager niet-ontvankelijk in het beklag als vermeld onder a en c zal worden verklaard, maar is de verklaring niet in het dictum
opgenomen. De beroepscommissie leest de uitspraak in die zin dat deze verklaring wel in het dictum is opgenomen.

Voor zover het beroep is gericht tegen het onder a en c gestelde overweegt de beroepscommissie dat hetgeen in beroep is aangevoerd naar het oordeel van de beroepscommissie niet tot een andere beslissing kan leiden dan die van de beklagcommissie. Dit
deel van het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard.

Voor zover het beroep is gericht tegen het onder b gestelde overweegt de beroepscommissie het volgende. Indien een gedetineerde aan wie het niet is toegestaan zijn verblijfsruimte te verlaten, een oproep doet voor het personeel, zal het personeel
binnen
een acceptabele termijn moeten reageren. Klager heeft in zijn klaagschriften tot op de minuut nauwkeurig vermeld hoe laat hij de celoproepen heeft gedaan en hoe laat hierop is gereageerd. Daartegenover staat de stelling van de directeur dat er zo snel
mogelijk gereageerd wordt op oproepen, dat 40 minuten wachten nimmer aan de orde is en dat er op 7 februari 2015 niets is gebeurd waarover gerapporteerd had moeten worden, waardoor niet valt in te zien dat niet binnen de gebruikelijke termijn is
gereageerd. Nu de reactie van de directeur van algemene strekking is en geen stukken (bijvoorbeeld dagrapportages) zijn overgelegd waaruit blijkt dat en hoe laat is gereageerd op de oproepen, acht de beroepscommissie aannemelijk geworden dat niet
binnen
een acceptabele termijn – waarbij een tijdsverloop van meer dan 25 minuten in ieder geval niet aanvaardbaar wordt geacht – is gereageerd. Dit deel van het beroep zal dan ook gegrond worden verklaard, de uitspraak van de beklagcommissie zal worden
vernietigd en het beklag zal alsnog gegrond worden verklaard. De beroepscommissie is van oordeel dat klager een tegemoetkoming toekomt voor het door hem ondervonden ongemak van € 5,=.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep als vermeld onder a en c ongegrond en bevestigt in zoverre de uitspraak van de beklagcommissie.
De beroepscommissie verklaart het beroep als vermeld onder b gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog gegrond. Zij bepaalt dat aan klager een tegemoetkoming toekomt van € 5,=.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.A.M. de Wit, voorzitter, mr. M.A.G. Rutten en mr. A. van Holten, leden, in tegenwoordigheid van
mr. E.P. Versluis, secretaris, op 28 oktober 2015.

secretaris voorzitter

Naar boven