Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 12/3991/GV, 28 januari 2013, beroep
Uitspraakdatum:28-01-2013

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 12/3991/GV

betreft: [klager] datum: 28 januari 2013

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 21 december 2012 genomen beslissing van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (de Staatssecretaris),

alsmede van de onderliggende stukken.

De beroepscommissie heeft de Staatssecretaris in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De Staatssecretaris heeft klagers verzoek tot het tijdelijk verlaten van de inrichting in het kader van algemeen verlof afgewezen.

2. De standpunten
Klager heeft het beroep als volgt toegelicht. De Staatssecretaris grijpt terug naar een eerder verlof dat mis is gegaan. Klager is hiervoor gestraft. Een eerdere aanvraag voor algemeen verlof is afgewezen en ook is zijn voorwaardelijke
invrijheidsstelling uitgesteld. Het selectieadvies is postief omtrent een algemeen verlof. In de uitspraak van de beroepscommissie van 6 december 2012 staat vermeld dat klager op 28 mei 2013 moet worden opgenomen in een kliniek. De stelling dat klager
geen verlof krijgt tot twee weken voor zijn einddatum detentie, is dan ook onjuist.

Namens de Staatssecretaris is de bestreden beslissing als volgt toegelicht. Klager verzoek om algemeen verlof is afgewezen omdat klager zich tijdens de huidige detentie zich heeft schuldig gemaakt aan een nieuw strafbaar feit, waarvoor hij is
veroordeeld. Gelet hierop bestaat er totaal geen vertrouwen in een goed verloop van het verlof door klager. Het positieve gedrag in de inrichting is kennelijk gewenst gedrag om zodoende een positief advies te verkrijgen. Gelet op de
verantwoordelijkheid
naar de maatschappij en het aangetoonde recidiverisico is in de beslissing opgenomen dat klager pas enkele weken voor zijn daadwerkelijke vrijlating uit detentie in aanmerking komt voor vrijheden.

Op klagers verlofaanvraag zijn de volgende adviezen uitgebracht.
De directeur van de locatie Norgerhaven heeft positief geadviseerd ten aanzien van de verlofaanvraag. Het Openbaar Ministerie adviseert negatief. De politie IJsselland heeft geen bezwaar tegen verlofverlening.

3. De beoordeling
Klager ondergaat thans een gevangenisstraf met aftrek, wegens diefstal met geweldpleging en afpersing. Aansluitend dient hij eventueel 16 dagen gijzeling op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften te ondergaan. De
einddatum van zijn detentie is op of omstreeks 28 november 2013. Bij beslissing van 5 oktober 2012 van de rechtbank Almelo is de voorwaardelijke invrijheidstelling uitgesteld, met als bijzondere voorwaarde dat klager de laatste zes maanden van zijn
straf zich moet laten opnemen in FPK De Kijvelanden of een soortgelijke zorginstelling.

Het beroep richt zich tegen de afwijzing van klagers tweede verlofaanvraag. Hij kan in totaal zes verlofaanvragen indienen.

Uit de stukken komt naar voren dat klager zich op 31 december 2011 zich heeft onttrokken aan zijn vrijheidsbeneming en zich wederom schuldig heeft gemaakt aan het plegen van een strafbaar feit waarvoor hij ook is veroordeeld. De beroepscommissie is
van
oordeel dat voornoemde omstandigheid een forse contra-indicatie vormt voor verlofverlening en dat deze, ondanks het positieve advies van de inrichting een afwijzing van klagers verlofaanvraag rechtvaardigt. Derhalve kan de beslissing van de
Staatssecretaris, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen en gelet op de weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 4 onder a en b van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting, niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt.
Het
beroep zal derhalve ongegrond worden verklaard.
Terzijde merkt de beroepscommissie op dat het standpunt van de Staatssecretaris dat klager pas enkele weken voor zijn vrijlating in aanmerking kan komen voor verlof het recht ondergraaft van gedetineerden om in het laatste detentiejaar met regelmaat
een aanvraag voor algemeen verlof in te dienen, die telkens wordt getoetst aan de hiervoor geldende (contra-) indicaties.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. U. van de Pol, voorzitter, mr. M. Boone en mr. R.S.T. van Rossem-Broos, leden, in tegenwoordigheid van R. Kokee, secretaris, op 28 januari 2013

secretaris voorzitter

Naar boven